Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Zacharia 12
Zij zullen kijken naar wie zij doorstoken hebben
Jeruzalem als een zware steen
De last van het woord van de HEERE over Israël.
Zo spreekt de HEERE, die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt.
Zo spreekt de HEERE, die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt.
Kijk, ik zal Jeruzalem maken tot een beker die alle volken rondom laat wankelen.
Ook Juda zal dat overkomen bij het beleg van Jeruzalem.
Ook Juda zal dat overkomen bij het beleg van Jeruzalem.
Op die dag zal ik Jeruzalem maken tot een zware steen voor alle volken.
Iedereen die hem optilt, zal zich verwonden.
Alle volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen.
Iedereen die hem optilt, zal zich verwonden.
Alle volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen.
Op die dag, zegt de HEERE, zal ik alle paarden met paniek slaan en hun ruiters met waanzin.
Maar over het volk van Juda zal ik mijn ogen openen.
Alle paarden van de volken zal ik met blindheid slaan.
Maar over het volk van Juda zal ik mijn ogen openen.
Alle paarden van de volken zal ik met blindheid slaan.
Dan zullen de leiders van Juda in hun hart zeggen: de bewoners van Jeruzalem zijn mijn kracht door de HEERE van de legermachten, hun God.
Op die dag zal ik de leiders van Juda maken als een vuurpan onder het hout en als een brandende fakkel tussen de schoven.
Zij zullen links en rechts alle volken rondom verteren.
Maar Jeruzalem zal op haar eigen plaats blijven staan.
Zij zullen links en rechts alle volken rondom verteren.
Maar Jeruzalem zal op haar eigen plaats blijven staan.
De HEERE zal eerst de tenten van Juda redden.
Zo zal de trots van het huis van David en van de bewoners van Jeruzalem zich niet verheffen boven Juda.
Zo zal de trots van het huis van David en van de bewoners van Jeruzalem zich niet verheffen boven Juda.
Op die dag zal de HEERE de bewoners van Jeruzalem beschermen.
Wie onder hen struikelt, zal op die dag zijn als David.
En het huis van David zal zijn als God, als de Engel van de HEERE voor hen uit.
Wie onder hen struikelt, zal op die dag zijn als David.
En het huis van David zal zijn als God, als de Engel van de HEERE voor hen uit.
Op die dag zal ik alle volken die tegen Jeruzalem optrekken, willen vernietigen.
Een geest van genade en gebeden
Maar over het huis van David en over de bewoners van Jeruzalem zal ik de Geest van genade en van gebeden uitgieten.
Zij zullen naar mij kijken, naar Hem die zij doorstoken hebben.
Zij zullen over Hem rouwen als over een enige zoon en bitter om Hem huilen als om een eerstgeborene.
Zij zullen naar mij kijken, naar Hem die zij doorstoken hebben.
Zij zullen over Hem rouwen als over een enige zoon en bitter om Hem huilen als om een eerstgeborene.
Op die dag zal de rouw in Jeruzalem groot zijn, als de rouw om Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo.
Het land zal rouwen, elke familie apart.
De familie van het huis van David apart en hun vrouwen apart.
De familie van het huis van Nathan apart en hun vrouwen apart.
De familie van het huis van David apart en hun vrouwen apart.
De familie van het huis van Nathan apart en hun vrouwen apart.
De familie van het huis van Levi apart en hun vrouwen apart.
De familie van Simeï apart en hun vrouwen apart.
De familie van Simeï apart en hun vrouwen apart.
Alle andere families, elke familie apart en hun vrouwen apart.