Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Zacharia 11

De twee stokken van de herder

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Weid de schapen die geslacht worden
Open je deuren, Libanon, zodat het vuur je ceders verteert.
Jammer, cipressen, want de ceders zijn gevallen; de machtige bomen zijn verwoest.
Jammer, eiken van Basan, want het dichte woud is omgehakt.

Hoor het gejammer van de herders, want hun weide is verwoest.
Hoor het gebrul van de jonge leeuwen, want de trots van de Jordaan is verwoest.

Dit zegt de HEERE, mijn God: Weid de schapen die geslacht zullen worden.
Hun kopers doden hen en voelen zich niet schuldig.
Wie ze verkopen, zeggen: geprezen zij de HEERE, ik ben rijk geworden!
En hun eigen herders sparen hen niet.

Zeker, ik zal de bewoners van dit land niet meer sparen, zegt de HEERE.
Kijk, ik zal de mensen overleveren, ieder in de hand van zijn naaste en in de hand van zijn koning.
Zij zullen het land verbrijzelen en ik zal hen niet uit hun hand redden.

Daarom weidde ik de schapen die geslacht zouden worden, de ellendige schapen.
Ik nam twee stokken.
De ene noemde ik Vriendelijkheid en de andere noemde ik Verbondenheid.
Zo weidde ik de schapen.

In één maand verwijderde ik drie herders.
Ik was hen moe geworden en zij hadden een afkeer van mij.

Ik zei: Ik zal jullie niet meer weiden.
Wat sterft, sterft.
Wat verloren gaat, gaat verloren.
En laten wie overblijven elkaar maar verslinden.

Dertig zilverstukken
Ik nam mijn stok Vriendelijkheid en brak hem, om mijn verbond te verbreken dat ik met alle volken gesloten had.
Op die dag werd het verbroken.
Zo wisten de ellendige schapen die op mij letten, dat dit het woord van de HEERE was.

Want ik had tegen hen gezegd: Als het goed is in jullie ogen, geef mij dan mijn loon.
En zo niet, laat het dan.
Toen wogen zij mijn loon af: dertig zilverstukken.

Maar de HEERE zei tegen mij: Gooi het naar de pottenbakker.
Wat een prachtige prijs waarop zij mij geschat hebben!
Ik nam die dertig zilverstukken en gooide ze in het huis van de HEERE, naar de pottenbakker.

Toen brak ik mijn tweede stok, Verbondenheid, om de verbondenheid tussen Juda en Israël te verbreken.
Verder zei de HEERE tegen mij: Neem nog eens de uitrusting van een dwaze herder.
Want kijk, ik zal een herder laten opstaan in dit land.
Wat verloren dreigt te gaan, zal hij niet opzoeken.
Het jonge dier zal hij niet zoeken en het gewonde zal hij niet verzorgen.
Wie stilstaat, zal hij niet dragen.
Maar het vlees van de vette dieren zal hij eten en hun hoeven zal hij afrukken.

Wee de waardeloze herder die de kudde in de steek laat.
Het zwaard zal zijn arm treffen en zijn rechteroog.
Zijn arm zal helemaal verdorren en zijn rechteroog zal helemaal donker worden.

Download hoofdstuk als tekstbestand