Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

Tobit 12

Ik ben Rafaël

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Het loon voor de reisgenoot
Tobit riep zijn zoon Tobias en zei tegen hem: Kijk, zoon, zorg dat je de man die met je meegegaan is zijn loon geeft, en daarbovenop moet hem nog iets toegelegd worden.
En Tobias zei tegen hem: Vader, ik heb er geen moeite mee hem de helft te geven van alles wat ik meegebracht heb.
Want hij heeft mij gezond bij u teruggebracht, mijn vrouw genezen, mijn geld opgehaald en u ook genezen.
En de oude man zei: Hem zal recht gedaan worden.
Hij riep de engel en zei tegen hem:
Neem de helft van alles wat jullie meegebracht hebben,
en ga heen in vrede.
Prijs God en houd Zijn werken niet verborgen
Toen riep hij hen allebei apart en zei tegen hen: Prijs God en dank Hem, geef Hem eer en dank Hem waar iedereen bij is, om wat Hij voor jullie gedaan heeft.
Het is goed dat men God prijst en Zijn naam hoog houdt en met eerbied vertelt wat Hij gedaan heeft.
Wacht daarom niet met Hem te danken.

Want het is goed dat men het geheim van een koning bedekt houdt, maar het is heerlijk om de werken van God openbaar te maken.
Doe goed, en het kwaad zal jullie niet treffen.

Bidden met vasten, weggeven en rechtvaardig leven is een goede zaak.
Weinig met gerechtigheid is beter dan veel met onrecht.
Het is beter weg te geven dan goud als schat op te potten.
Want wie geeft, wordt gered van de dood, en het wist elke zonde uit.
Wie geven en rechtvaardig leven, zullen met leven verzadigd worden.

Maar wie zondigen, zijn vijanden van hun eigen leven.
Ik zal niets voor jullie verbergen.
Ik heb al gezegd dat het goed is het geheim van een koning bedekt te houden, maar dat het heerlijk is de werken van God openbaar te maken.

Ik ben een van de zeven engelen
Toen jullie baden, jij en je schoondochter Sara, bracht ik de herinnering aan jullie gebed voor het gezicht van de Heilige.
En toen je de doden begroef, was ik ook bij je.
Toen je er niet tegenop zag om op te staan en je maaltijd te verlaten om de doden in grafdoeken te wikkelen, was jouw goeddoen mij niet onbekend, maar ik was bij je.

En nu heeft God mij gestuurd om jou te genezen, en je schoondochter Sara.
Ik ben Rafaël, een van de zeven heilige engelen die de gebeden van de heiligen bij God brengen en binnengaan voor het gezicht van de heerlijkheid van de Heilige.
Zij schrokken allebei en vielen op hun gezicht, want zij waren bang.
Maar hij zei tegen hen: Wees niet bang, want vrede zij met jullie.
Prijs God.

Want ik ben niet gekomen door eigen goedheid, maar door de wil van onze God.
Prijs Hem daarom voor altijd.

Al deze dagen hebben jullie mij gezien, maar ik heb niet gegeten en niet gedronken; jullie hebben een verschijning gezien.
En nu, dank God, want ik ga omhoog naar Hem die mij gestuurd heeft.
Schrijf alles wat er gebeurd is in een boek.

Zij stonden op en zagen hem niet meer.
En zij prezen openlijk de grote en wonderlijke werken van God, en dat de engel van de Heere door hen gezien was.

Download hoofdstuk als tekstbestand