Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Tobit 11
Tobit ziet weer
Neem de gal van de vis mee
Hij reisde verder totdat zij bij Nineve kwamen.
En Rafaël zei tegen Tobias: Je weet, broeder, hoe je je vader hebt achtergelaten.
Laten wij vooruitlopen, vóór je vrouw, en het huis in orde maken.
En neem de gal van de vis in je hand.
Zij gingen op weg, en de hond liep achter hen aan.
Anna ziet haar zoon komen
Anna zat uit te kijken naar haar zoon op de weg.
Zij zag hem aankomen en zei tegen zijn vader:
Zij zag hem aankomen en zei tegen zijn vader:
Kijk, uw zoon komt eraan, en de man die met hem meegereisd is.
En Rafaël zei: Ik weet dat je vader zijn ogen zal opendoen.
En Rafaël zei: Ik weet dat je vader zijn ogen zal opendoen.
Strijk de gal in zijn ogen.
Als het prikt, zal hij ze wrijven, de witte vlekken wegwerpen, en hij zal je zien.
Als het prikt, zal hij ze wrijven, de witte vlekken wegwerpen, en hij zal je zien.
Anna liep naar hem toe, viel haar zoon om de hals en zei tegen hem: Kind, ik heb je gezien; nu wil ik wel sterven.
En zij huilden allebei.
En zij huilden allebei.
Tobit kwam naar de deur en stootte zich daaraan.
Zijn zoon liep hem tegemoet, greep zijn vader vast en streek de gal op de ogen van zijn vader.
Hij zei: Houd moed, vader.
Toen het prikte, wreef hij zijn ogen, en de witte vlekken lieten los uit de hoeken van zijn ogen.
Zijn zoon liep hem tegemoet, greep zijn vader vast en streek de gal op de ogen van zijn vader.
Hij zei: Houd moed, vader.
Toen het prikte, wreef hij zijn ogen, en de witte vlekken lieten los uit de hoeken van zijn ogen.
Geprezen bent U, God
Toen hij zijn zoon zag, viel hij hem om de hals, huilde en zei:
Geprezen bent U, God.
En geprezen is Uw naam voor altijd.
En geprezen zijn al Uw heilige engelen, want U hebt mij gestraft en U hebt Zich over mij ontfermd.
Kijk, ik zie mijn zoon Tobias.
Zijn zoon ging blij naar binnen
en vertelde zijn vader de grote dingen die in Medië gebeurd waren.
Tobit ging blij naar buiten, zijn schoondochter tegemoet, en prees God, tot aan de poort van Nineve.
Wie hem zag lopen, verwonderde zich dat hij kon zien.
Tobit erkende voor hen openlijk dat God Zich over hem ontfermd had.
Toen hij bij zijn schoondochter Sara kwam, zegende hij haar en zei: Welkom, mijn dochter.
Geprezen is God, die jou bij ons gebracht heeft, en ook je vader en je moeder.
En er was blijdschap onder al zijn volksgenoten in Nineve.
Wie hem zag lopen, verwonderde zich dat hij kon zien.
Tobit erkende voor hen openlijk dat God Zich over hem ontfermd had.
Toen hij bij zijn schoondochter Sara kwam, zegende hij haar en zei: Welkom, mijn dochter.
Geprezen is God, die jou bij ons gebracht heeft, en ook je vader en je moeder.
En er was blijdschap onder al zijn volksgenoten in Nineve.
Ook Achiachar en Nasbas, de zoon van zijn broer, kwamen bij hem.
En de bruiloft van Tobias werd zeven dagen lang met vreugde gevierd.