Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Richteren 7
Gideon verslaat Midian
Driehonderd man blijven over
Jerubbaäl, dat is Gideon, stond vroeg op met al het volk dat bij hem was.
Zij sloegen hun kamp op bij de bron van Harod.
Het kamp van de Midianieten lag ten noorden van hen, achter de heuvel More, in het dal.
Zij sloegen hun kamp op bij de bron van Harod.
Het kamp van de Midianieten lag ten noorden van hen, achter de heuvel More, in het dal.
De HEERE zei tegen Gideon: Het volk dat bij je is, is te talrijk om Midian aan hen over te leveren.
Anders zou Israël tegenover mij opscheppen en zeggen: Mijn eigen hand heeft mij gered.
Anders zou Israël tegenover mij opscheppen en zeggen: Mijn eigen hand heeft mij gered.
Roep daarom nu tegen het volk: Wie bang is en beeft, moet teruggaan en snel van het gebergte Gilead weggaan.
Toen gingen er 22.000 man terug, en er bleven 10.000 over.
Toen gingen er 22.000 man terug, en er bleven 10.000 over.
De HEERE zei tegen Gideon: Het volk is nog te talrijk.
Laat hen naar het water afdalen, dan zal ik hen daar voor je uitkiezen.
Van wie ik tegen je zeg: Deze gaat met je mee, die gaat met je mee.
Maar van wie ik zeg: Deze gaat niet met je mee, die gaat niet mee.
Laat hen naar het water afdalen, dan zal ik hen daar voor je uitkiezen.
Van wie ik tegen je zeg: Deze gaat met je mee, die gaat met je mee.
Maar van wie ik zeg: Deze gaat niet met je mee, die gaat niet mee.
Hij liet het volk naar het water afdalen.
De HEERE zei tegen Gideon: Zet iedereen die het water met zijn tong oplikt zoals een hond, apart.
Doe dat ook met iedereen die op zijn knieën gaat om te drinken.
De HEERE zei tegen Gideon: Zet iedereen die het water met zijn tong oplikt zoals een hond, apart.
Doe dat ook met iedereen die op zijn knieën gaat om te drinken.
Het aantal mannen dat met hun hand naar hun mond likte, was 300.
Alle anderen gingen op hun knieën om water te drinken.
Alle anderen gingen op hun knieën om water te drinken.
De HEERE zei tegen Gideon: Door deze 300 mannen die gelikt hebben, zal ik jullie redden en Midian in jouw macht geven.
Laat alle anderen gaan, ieder naar zijn eigen plaats.
Laat alle anderen gaan, ieder naar zijn eigen plaats.
Het volk nam de proviand en de ramshoorns mee.
Gideon liet alle andere mannen van Israël naar hun tenten gaan, maar de 300 man hield hij bij zich.
Het kamp van Midian lag beneden hem in het dal.
Gideon liet alle andere mannen van Israël naar hun tenten gaan, maar de 300 man hield hij bij zich.
Het kamp van Midian lag beneden hem in het dal.
Een droom in het kamp van Midian
In diezelfde nacht zei de HEERE tegen hem: Sta op en daal af naar het kamp, want ik heb het in jouw macht gegeven.
Als je bang bent om aan te vallen, ga dan eerst met je knecht Pura naar het kamp.
Luister naar wat zij zeggen.
Daarna zul je de moed hebben om het kamp aan te vallen.
Toen ging hij met zijn knecht Pura naar beneden, tot aan de voorposten van het kamp.
Daarna zul je de moed hebben om het kamp aan te vallen.
Toen ging hij met zijn knecht Pura naar beneden, tot aan de voorposten van het kamp.
De Midianieten, de Amalekieten en alle volken uit het oosten lagen in het dal, zo talrijk als sprinkhanen.
Hun kamelen waren niet te tellen, zo talrijk als het zand aan de zee.
Hun kamelen waren niet te tellen, zo talrijk als het zand aan de zee.
Toen Gideon daar aankwam, vertelde een man net een droom aan zijn kameraad.
Hij zei: Kijk, ik heb gedroomd dat een rond gerstebrood het kamp van Midian in rolde.
Het kwam bij de tent, sloeg ertegen en liet haar omvallen.
De tent ging ondersteboven en lag plat op de grond.
Hij zei: Kijk, ik heb gedroomd dat een rond gerstebrood het kamp van Midian in rolde.
Het kwam bij de tent, sloeg ertegen en liet haar omvallen.
De tent ging ondersteboven en lag plat op de grond.
Zijn kameraad antwoordde: Dit kan niets anders zijn dan het zwaard van Gideon, de zoon van Joas, de Israëliet.
God heeft Midian en het hele kamp in zijn macht gegeven.
God heeft Midian en het hele kamp in zijn macht gegeven.
Toen Gideon de droom en de uitleg hoorde, boog hij zich neer in aanbidding.
Hij ging terug naar het kamp van Israël en zei: Sta op, want de HEERE heeft het kamp van Midian in jullie macht gegeven!
Hij ging terug naar het kamp van Israël en zei: Sta op, want de HEERE heeft het kamp van Midian in jullie macht gegeven!
Het zwaard van de HEERE en van Gideon
Hij verdeelde de 300 man in drie groepen.
Hij gaf ieder een ramshoorn en een lege kruik, met een fakkel in de kruik.
Hij gaf ieder een ramshoorn en een lege kruik, met een fakkel in de kruik.
Hij zei tegen hen: Kijk naar mij en doe wat ik doe.
Als ik bij de rand van het kamp kom, doen jullie precies wat ik doe.
Als ik bij de rand van het kamp kom, doen jullie precies wat ik doe.
Als ik op de ramshoorn blaas, samen met allen die bij mij zijn, blazen jullie ook op de ramshoorns, rondom het hele kamp.
Roep dan: Voor de HEERE en voor Gideon!
Roep dan: Voor de HEERE en voor Gideon!
Gideon en de honderd mannen die bij hem waren, kwamen aan de rand van het kamp.
Het was aan het begin van de middelste nachtwacht, net nadat de wachten waren afgelost.
Zij bliezen op de ramshoorns en sloegen de kruiken in hun handen stuk.
Het was aan het begin van de middelste nachtwacht, net nadat de wachten waren afgelost.
Zij bliezen op de ramshoorns en sloegen de kruiken in hun handen stuk.
Zo bliezen alle drie de groepen op de ramshoorns en braken hun kruiken.
In hun linkerhand hielden zij de fakkels en in hun rechterhand de ramshoorns om op te blazen.
Zij riepen: Het zwaard van de HEERE en van Gideon!
In hun linkerhand hielden zij de fakkels en in hun rechterhand de ramshoorns om op te blazen.
Zij riepen: Het zwaard van de HEERE en van Gideon!
Ieder bleef rondom het kamp op zijn plaats staan.
Toen raakte het hele kamp in paniek.
Zij schreeuwden en vluchtten.
Toen raakte het hele kamp in paniek.
Zij schreeuwden en vluchtten.
Terwijl de 300 op de ramshoorns bliezen, liet de HEERE in het hele kamp de een het zwaard tegen de ander keren.
Het leger vluchtte tot Beth-Sitta, richting Zereda, tot aan de grens van Abel-Mehola bij Tabbath.
Het leger vluchtte tot Beth-Sitta, richting Zereda, tot aan de grens van Abel-Mehola bij Tabbath.
De mannen van Israël uit Nafthali, Aser en heel Manasse werden opgeroepen, en zij achtervolgden de Midianieten.
Gideon stuurde ook boden door heel het bergland van Efraïm met de boodschap: Kom naar beneden, de Midianieten tegemoet.
Bezet vóór hen de waterplaatsen tot Beth-Bara, en de Jordaan.
Alle mannen van Efraïm werden opgeroepen, en zij bezetten de waterplaatsen tot Beth-Bara en de Jordaan.
Bezet vóór hen de waterplaatsen tot Beth-Bara, en de Jordaan.
Alle mannen van Efraïm werden opgeroepen, en zij bezetten de waterplaatsen tot Beth-Bara en de Jordaan.
Zij namen twee vorsten van Midian gevangen, Oreb en Zeëb.
Oreb doodden zij bij de rots van Oreb, en Zeëb bij de wijnpers van Zeëb.
Zij achtervolgden de Midianieten en brachten de hoofden van Oreb en Zeëb naar Gideon, aan de overkant van de Jordaan.
Oreb doodden zij bij de rots van Oreb, en Zeëb bij de wijnpers van Zeëb.
Zij achtervolgden de Midianieten en brachten de hoofden van Oreb en Zeëb naar Gideon, aan de overkant van de Jordaan.