Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Richteren 6

Gideon wordt geroepen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 8 minuten
Israël onderdrukt door Midian
De Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEERE.
Toen gaf de HEERE hen zeven jaar lang in de macht van de Midianieten.
De Midianieten kregen de overhand over Israël.
Daarom maakten de Israëlieten uit angst voor hen schuilplaatsen in de bergen: holen, grotten en vestingen.
Want telkens als Israël gezaaid had, kwamen de Midianieten op, samen met de Amalekieten en de volken uit het oosten.
Zij trokken tegen hen op.
Zij sloegen hun kamp tegenover hen op en vernielden de opbrengst van het land, tot aan Gaza.
Zij lieten in Israël geen voedsel over, geen schapen, geen runderen en geen ezels.
Want zij kwamen met hun vee en hun tenten, zo talrijk als sprinkhanen.
Zij en hun kamelen waren niet te tellen.
Zij kwamen het land binnen om het te verwoesten.
Zo raakte Israël door de Midianieten diep in armoede.
Toen riepen de Israëlieten tot de HEERE.
Toen de Israëlieten vanwege de Midianieten tot de HEERE riepen,
stuurde de HEERE een profeet naar de Israëlieten.
Die zei tegen hen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Ik heb jullie uit Egypte geleid, uit het slavenhuis.
Ik heb jullie gered uit de macht van de Egyptenaren en uit de macht van al jullie onderdrukkers.
Ik heb hen voor jullie uit verdreven en jullie hun land gegeven.

Ik heb tegen jullie gezegd: Ik ben de HEERE, jullie God.
Vrees de goden van de Amorieten niet, in wier land jullie wonen.
Maar jullie hebben niet naar mij geluisterd.

De engel van de HEERE roept Gideon
Toen kwam de engel van de HEERE en ging zitten onder de eik in Ofra, die van Joas, de Abiëzriet, was.
Zijn zoon Gideon was tarwe aan het dorsen in de wijnpers, om die voor de Midianieten verborgen te houden.
De engel van de HEERE verscheen aan hem en zei tegen hem: De HEERE is met je, dappere strijder!
Gideon zei tegen Hem: Ach, mijn Heer, als de HEERE met ons is, waarom overkomt ons dit dan allemaal?
Waar zijn al Zijn wonderen, waarover onze vaders ons verteld hebben?
Zij zeiden: Heeft de HEERE ons niet uit Egypte geleid?
Maar nu heeft de HEERE ons verlaten en ons aan de Midianieten uitgeleverd.

Toen keerde de HEERE zich naar hem toe en zei: Ga met deze kracht van je, en red Israël uit de macht van de Midianieten.
Heb ik je niet gestuurd?

Hij zei tegen Hem: Ach, mijn Heer, hoe kan ik Israël redden?
Kijk, mijn familie is de armste van Manasse, en ik ben de minste in de familie van mijn vader.

De HEERE zei tegen hem: Omdat ik met je zal zijn, zul je de Midianieten verslaan alsof het één man was.
Hij zei tegen Hem: Als ik genade heb gevonden in Uw ogen, geef mij dan een teken dat U het bent die met mij spreekt.
Ga hier toch niet weg voordat ik bij U terugkom met mijn geschenk en het U voorzet.
Hij zei: Ik blijf tot je terugkomt.
Gideon ging naar binnen en maakte een geitenbokje klaar.
Van ongeveer 20 liter meel bakte hij ongezuurde broden.
Het vlees deed hij in een mand en de bouillon in een pot.
Hij bracht het naar Hem toe onder de eik en zette het neer.
De engel van God zei tegen hem: Neem het vlees en de ongezuurde broden, leg ze op die rots en giet de bouillon erover.
Dat deed hij.
De engel van de HEERE stak de punt van de staf in Zijn hand uit en raakte het vlees en de ongezuurde broden aan.
Toen sloeg er vuur uit de rots, dat het vlees en de ongezuurde broden verteerde.
Daarna verdween de engel van de HEERE uit zijn ogen.
Toen zag Gideon dat het de engel van de HEERE was.
Gideon zei: Ach, Heere HEERE, ik heb de engel van de HEERE van aangezicht tot aangezicht gezien!
Maar de HEERE zei tegen hem: Vrede zij met je.
Wees niet bang, je zult niet sterven.

Gideon bouwde daar een altaar voor de HEERE en noemde het: De HEERE is vrede.
Het staat nog steeds in Ofra van de Abiëzrieten.
Gideon breekt het altaar van Baäl af
In diezelfde nacht zei de HEERE tegen hem: Neem de jonge stier van je vader, de tweede stier van zeven jaar oud.
Breek het altaar van Baäl af dat van je vader is, en hak de gewijde paal om die ernaast staat.

Bouw dan boven op deze vesting, op een geschikte plek, een altaar voor de HEERE, je God.
Neem de tweede stier en breng hem als brandoffer, met het hout van de gewijde paal die je omgehakt hebt.

Gideon nam tien van zijn knechten mee en deed wat de HEERE hem gezegd had.
Maar hij was bang voor de familie van zijn vader en voor de mannen van de stad.
Daarom deed hij het niet overdag, maar 's nachts.
Toen de mannen van de stad de volgende morgen vroeg opstonden, zagen zij het.
Het altaar van Baäl was afgebroken, de gewijde paal ernaast was omgehakt, en de tweede stier was geofferd op het nieuwe altaar.
Zij vroegen elkaar: Wie heeft dit gedaan?
Zij zochten het uit en vroegen rond.
Toen zei men: Gideon, de zoon van Joas, heeft dit gedaan.
De mannen van de stad zeiden tegen Joas: Breng je zoon naar buiten, hij moet sterven.
Want hij heeft het altaar van Baäl afgebroken en de gewijde paal ernaast omgehakt.

Maar Joas zei tegen allen die tegenover hem stonden: Willen jullie het soms voor Baäl opnemen?
Willen jullie hem redden?
Wie het voor hem opneemt, wordt nog vanmorgen gedood!
Als hij een god is, laat hij dan zelf voor zichzelf opkomen, nu zijn altaar is afgebroken.

Daarom noemde men Gideon die dag Jerubbaäl.
Want men zei: Laat Baäl tegen hem strijden, omdat hij zijn altaar heeft afgebroken.
Het teken van het vlies
Alle Midianieten, Amalekieten en volken uit het oosten verzamelden zich.
Zij staken over en sloegen hun kamp op in het dal van Jizreël.
Toen kwam de Geest van de HEERE over Gideon.
Hij blies op de ramshoorn, en de Abiëzrieten werden opgeroepen om hem te volgen.
Hij stuurde ook boden door heel Manasse, en ook zij werden opgeroepen om hem te volgen.
Hij stuurde boden naar Aser, Zebulon en Nafthali, en ook zij trokken op om hen te ontmoeten.
Gideon zei tegen God: Als U Israël door mij wilt redden, zoals U gezegd hebt,
kijk, dan leg ik een wollen vacht op de dorsvloer.
Misschien ligt er dan alleen op de vacht dauw en blijft de grond eromheen droog.
Dan weet ik dat U Israël door mij zult redden, zoals U gezegd hebt.

Zo gebeurde het.
De volgende morgen stond hij vroeg op, drukte de vacht uit en wrong de dauw eruit, een schaal vol water.
Gideon zei tegen God: Wordt U niet kwaad op mij als ik nog één keer spreek.
Laat mij het nog één keer met de vacht op de proef stellen.
Laat nu alleen de vacht droog blijven en overal op de grond dauw liggen.

God deed dat in diezelfde nacht.
Alleen de vacht bleef droog, en overal op de grond lag dauw.

Download hoofdstuk als tekstbestand