Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Richteren 17
Micha en zijn beeld
Het beeld van Micha
Er was een man uit het bergland van Efraïm die Micha heette.
Hij zei tegen zijn moeder: Er zijn u 1.100 zilverstukken afgenomen.
U hebt daarover een vloek uitgesproken, ook in mijn bijzijn.
Kijk, dat geld is bij mij.
Ik heb het genomen.
Toen zei zijn moeder: Gezegend is mijn zoon door de HEERE!
U hebt daarover een vloek uitgesproken, ook in mijn bijzijn.
Kijk, dat geld is bij mij.
Ik heb het genomen.
Toen zei zijn moeder: Gezegend is mijn zoon door de HEERE!
Zo gaf hij de 1.100 zilverstukken terug aan zijn moeder.
Maar zijn moeder zei: Ik heb dat geld helemaal aan de HEERE gewijd, voor mijn zoon.
Er moet een gesneden en een gegoten beeld van gemaakt worden.
Daarom geef ik het nu aan jou terug.
Maar zijn moeder zei: Ik heb dat geld helemaal aan de HEERE gewijd, voor mijn zoon.
Er moet een gesneden en een gegoten beeld van gemaakt worden.
Daarom geef ik het nu aan jou terug.
Maar hij gaf het geld terug aan zijn moeder.
Zijn moeder nam 200 zilverstukken en gaf die aan de edelsmid.
Die maakte er een gesneden en een gegoten beeld van.
Dat stond in het huis van Micha.
Zijn moeder nam 200 zilverstukken en gaf die aan de edelsmid.
Die maakte er een gesneden en een gegoten beeld van.
Dat stond in het huis van Micha.
Micha had een godshuis.
Hij maakte een efod en terafim en wijdde een van zijn zonen, zodat die zijn priester werd.
Hij maakte een efod en terafim en wijdde een van zijn zonen, zodat die zijn priester werd.
In die tijd was er geen koning in Israël.
Iedereen deed wat goed was in zijn eigen ogen.
Iedereen deed wat goed was in zijn eigen ogen.
Een Leviet wordt priester bij Micha
Er was een jonge man uit Bethlehem in Juda, uit de familie van Juda.
Hij was een Leviet en woonde daar als vreemdeling.
Hij was een Leviet en woonde daar als vreemdeling.
Deze man vertrok uit de stad Bethlehem in Juda om als vreemdeling te gaan wonen waar hij een plek kon vinden.
Onderweg kwam hij in het bergland van Efraïm bij het huis van Micha.
Onderweg kwam hij in het bergland van Efraïm bij het huis van Micha.
Micha vroeg hem: Waar komt u vandaan?
Hij zei tegen hem: Ik ben een Leviet uit Bethlehem in Juda.
Ik ben op weg om als vreemdeling te wonen waar ik een plek kan vinden.
Hij zei tegen hem: Ik ben een Leviet uit Bethlehem in Juda.
Ik ben op weg om als vreemdeling te wonen waar ik een plek kan vinden.
Micha zei tegen hem: Blijf bij mij en wees voor mij een vader en een priester.
Dan geef ik u elk jaar tien zilverstukken, kleren en uw levensonderhoud.
Toen ging de Leviet met hem mee.
Dan geef ik u elk jaar tien zilverstukken, kleren en uw levensonderhoud.
Toen ging de Leviet met hem mee.
De Leviet stemde ermee in om bij de man te blijven.
De jonge man werd voor hem als een van zijn zonen.
De jonge man werd voor hem als een van zijn zonen.
Micha wijdde de Leviet, en de jonge man werd zijn priester.
Zo woonde hij in het huis van Micha.
Zo woonde hij in het huis van Micha.
Micha zei: Nu weet ik dat de HEERE mij goed zal doen, want ik heb een Leviet als priester.