Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Richteren 16

Simson en Delila

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 7 minuten
Simson in Gaza
Simson ging naar Gaza.
Daar zag hij een prostituee, en hij sliep met haar.
Aan de inwoners van Gaza werd verteld: Simson is hier gekomen.
Zij omsingelden hem en loerden de hele nacht op hem in de stadspoort.
De hele nacht hielden zij zich stil.
Zij zeiden: Zodra het licht wordt, doden wij hem.
Maar Simson bleef tot middernacht liggen.
Om middernacht stond hij op en greep de deuren van de stadspoort met de beide posten.
Hij rukte ze los met grendel en al en zette ze op zijn schouders.
Hij droeg ze naar de top van de berg tegenover Hebron.
Delila
Daarna werd hij verliefd op een vrouw in het dal van Sorek.
Zij heette Delila.
De vorsten van de Filistijnen gingen naar haar toe en zeiden tegen haar: Haal hem over en zoek uit waar zijn grote kracht in zit.
En hoe wij hem kunnen overmeesteren en binden, om hem te vernederen.
Dan geven wij je ieder 1.100 zilverstukken.

Delila zei tegen Simson: Vertel mij toch waar je grote kracht in zit, en waarmee je gebonden kunt worden om je te vernederen.
Simson zei tegen haar: Als ze mij binden met zeven verse koorden die nog niet zijn uitgedroogd, word ik zwak.
Dan ben ik als ieder ander mens.

De vorsten van de Filistijnen brachten haar zeven verse koorden die nog niet waren uitgedroogd.
Daarmee bond zij hem.
In een kamer bij haar zaten mannen in hinderlaag.
Zij riep tegen hem: De Filistijnen komen op je af, Simson!
Toen brak hij de koorden, zoals een vlasdraad breekt als die vuur ruikt.
Zo werd het geheim van zijn kracht niet bekend.
Delila zei tegen Simson: Je hebt mij voor de gek gehouden en tegen mij gelogen.
Vertel mij nu toch waarmee je gebonden kunt worden.

Hij zei tegen haar: Als ze mij stevig vastbinden met nieuwe touwen waarmee nog nooit gewerkt is, word ik zwak.
Dan ben ik als ieder ander mens.

Delila nam nieuwe touwen en bond hem daarmee.
Zij riep tegen hem: De Filistijnen komen op je af, Simson!
De mannen zaten in hinderlaag in de kamer.
Maar hij brak de touwen van zijn armen als een draad.
Delila zei tegen Simson: Tot nu toe heb je mij voor de gek gehouden en tegen mij gelogen.
Vertel mij toch waarmee je gebonden kunt worden.

Hij zei tegen haar: Als je de zeven vlechten van mijn hoofd in het weefsel op het weefgetouw vlecht.
Zij zette ze vast met een pin en riep tegen hem: De Filistijnen komen op je af, Simson!
Toen werd hij wakker uit zijn slaap.
Hij rukte de pin en het weefgetouw met de gevlochten haren los.
Toen zei zij tegen hem: Hoe kun je zeggen dat je van mij houdt, terwijl je hart niet bij mij is?
Nu heb je mij al drie keer voor de gek gehouden.
Je hebt mij niet verteld waar je grote kracht in zit.

Dag na dag zette zij hem met haar woorden onder druk en viel hem lastig.
Hij werd er doodmoe van.
Toen vertelde hij haar alles wat hij op zijn hart had.
Hij zei tegen haar: Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want vanaf de moederschoot ben ik een Nazireër van God.
Als ik geschoren word, verlaat mijn kracht mij.
Dan word ik zwak en ben ik als alle andere mensen.

Delila zag dat hij haar alles had verteld wat hij op zijn hart had.
Zij liet de vorsten van de Filistijnen roepen: Kom deze keer, want hij heeft mij alles verteld wat hij op zijn hart had.
De vorsten van de Filistijnen kwamen naar haar toe en brachten het geld mee.
Zij liet hem op haar knieën in slaap vallen.
Toen riep zij een man en liet de zeven vlechten van zijn hoofd afscheren.
Zo begon zij hem te vernederen, en zijn kracht verliet hem.
Zij riep: De Filistijnen komen op je af, Simson!
Hij werd wakker uit zijn slaap en zei: Ik ga net als de andere keren naar buiten en schud mij los.
Maar hij wist niet dat de HEERE van hem was geweken.
De Filistijnen grepen hem en staken zijn ogen uit.
Zij brachten hem naar Gaza en bonden hem met twee koperen kettingen.
In de gevangenis moest hij graan malen.
Maar het haar van zijn hoofd begon weer te groeien, nadat het was afgeschoren.
De dood van Simson
De vorsten van de Filistijnen kwamen bijeen om een groot offer te brengen aan hun god Dagon en om feest te vieren.
Zij zeiden: Onze god heeft onze vijand Simson in onze macht gegeven.
Ook het volk zag hem en prees zijn god.
Zij zeiden: Onze god heeft onze vijand in onze macht gegeven.
Hij verwoestte ons land en doodde velen van ons.

Toen zij vrolijk waren, zeiden zij: Roep Simson, dan kan hij ons vermaken.
Zij haalden Simson uit de gevangenis, en hij moest hen vermaken.
Zij zetten hem tussen de pilaren.
Simson zei tegen de jongen die hem bij de hand hield: Laat mij de pilaren voelen waarop het gebouw rust.
Dan kan ik ertegen leunen.

Het gebouw zat vol mannen en vrouwen.
Ook alle vorsten van de Filistijnen waren daar.
Op het dak stonden ongeveer 3.000 mannen en vrouwen, die toekeken hoe Simson hen vermaakte.
Toen riep Simson tot de HEERE: Heere HEERE, denk toch aan mij.
Geef mij toch alleen deze ene keer nog kracht, o God.
Dan kan ik mij op de Filistijnen wreken voor mijn twee ogen.

Simson pakte de twee middelste pilaren waarop het gebouw rustte en steunde.
De ene pakte hij met zijn rechterhand, de andere met zijn linkerhand.
Simson zei: Laat mij sterven met de Filistijnen!
Hij duwde met al zijn kracht, en het gebouw stortte in op de vorsten en op al het volk dat erin was.
Zo doodde hij bij zijn dood meer mensen dan in zijn hele leven.
Toen kwamen zijn broers en de hele familie van zijn vader.
Zij haalden hem op en begroeven hem tussen Zora en Esthaol, in het graf van zijn vader Manoach.
Hij was twintig jaar rechter over Israël geweest.

Download hoofdstuk als tekstbestand