Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Richteren 18
De Danieten trekken naar Laïs
De verspieders van Dan
In die tijd was er geen koning in Israël.
In die tijd zocht de stam van de Danieten een erfdeel om te wonen.
Want tot die dag was er onder de stammen van Israël nog geen voldoende erfdeel aan hen toegevallen.
In die tijd zocht de stam van de Danieten een erfdeel om te wonen.
Want tot die dag was er onder de stammen van Israël nog geen voldoende erfdeel aan hen toegevallen.
Daarom stuurden de Danieten vijf dappere mannen uit hun hele familie, uit Zora en Esthaol.
Zij moesten het land verkennen en onderzoeken.
Zij zeiden tegen hen: Ga het land onderzoeken.
Zij kwamen in het bergland van Efraïm bij het huis van Micha en overnachtten daar.
Zij moesten het land verkennen en onderzoeken.
Zij zeiden tegen hen: Ga het land onderzoeken.
Zij kwamen in het bergland van Efraïm bij het huis van Micha en overnachtten daar.
Toen zij bij het huis van Micha waren, herkenden zij de stem van de jonge man, de Leviet.
Zij gingen naar hem toe en vroegen hem: Wie heeft je hierheen gebracht?
Wat doe je hier, en wat heb je hier te zoeken?
Zij gingen naar hem toe en vroegen hem: Wie heeft je hierheen gebracht?
Wat doe je hier, en wat heb je hier te zoeken?
Hij zei tegen hen: Dit en dat heeft Micha voor mij gedaan.
Hij heeft mij in dienst genomen, en ik ben zijn priester.
Hij heeft mij in dienst genomen, en ik ben zijn priester.
Zij zeiden tegen hem: Vraag toch aan God of onze tocht zal slagen.
De priester zei tegen hen: Ga in vrede.
De tocht die jullie maken, staat onder het oog van de HEERE.
De tocht die jullie maken, staat onder het oog van de HEERE.
De vijf mannen gingen verder en kwamen in Laïs.
Zij zagen dat het volk daar zorgeloos leefde, net als de Sidoniërs, rustig en onbezorgd.
Er was niemand in het land die de macht had en iemand iets aandeed.
Zij woonden ver van de Sidoniërs en hadden met niemand iets te maken.
Zij zagen dat het volk daar zorgeloos leefde, net als de Sidoniërs, rustig en onbezorgd.
Er was niemand in het land die de macht had en iemand iets aandeed.
Zij woonden ver van de Sidoniërs en hadden met niemand iets te maken.
Toen zij terugkwamen bij hun broers in Zora en Esthaol, vroegen die: Wat hebben jullie gezien?
Zij zeiden: Kom, laten wij tegen hen optrekken.
Wij hebben het land gezien, en het is heel goed.
Blijven jullie stilzitten?
Wees niet te lui om te gaan en het land in bezit te nemen.
Wij hebben het land gezien, en het is heel goed.
Blijven jullie stilzitten?
Wees niet te lui om te gaan en het land in bezit te nemen.
Als jullie daar komen, vinden jullie een zorgeloos volk, en het land is ruim.
God heeft het in jullie macht gegeven.
Het is een plaats waar niets ontbreekt van alles wat er op aarde is.
God heeft het in jullie macht gegeven.
Het is een plaats waar niets ontbreekt van alles wat er op aarde is.
De Danieten nemen het beeld van Micha mee
Toen trokken 600 mannen van de familie van de Danieten uit Zora en Esthaol weg, gewapend voor de strijd.
Zij trokken op en sloegen hun kamp op bij Kirjath-jearim in Juda.
Daarom heet die plaats tot vandaag Machane-dan.
Die ligt achter Kirjath-jearim.
Daarom heet die plaats tot vandaag Machane-dan.
Die ligt achter Kirjath-jearim.
Van daar trokken zij verder naar het bergland van Efraïm en kwamen bij het huis van Micha.
Toen namen de vijf mannen die het land Laïs hadden verkend, het woord.
Zij zeiden tegen hun broers: Weten jullie dat in deze huizen een efod is, en terafim, en een gesneden en een gegoten beeld?
Bedenk dus wat jullie moeten doen.
Zij zeiden tegen hun broers: Weten jullie dat in deze huizen een efod is, en terafim, en een gesneden en een gegoten beeld?
Bedenk dus wat jullie moeten doen.
Zij gingen daarheen en kwamen bij het huis van de jonge man, de Leviet, in het huis van Micha.
Zij vroegen hem hoe het met hem ging.
Zij vroegen hem hoe het met hem ging.
De 600 gewapende mannen van de Danieten stonden bij de ingang van de poort.
Maar de vijf mannen die het land hadden verkend, gingen naar binnen.
Zij namen het gesneden beeld, de efod, de terafim en het gegoten beeld.
De priester stond bij de ingang van de poort met de 600 gewapende mannen.
Zij namen het gesneden beeld, de efod, de terafim en het gegoten beeld.
De priester stond bij de ingang van de poort met de 600 gewapende mannen.
Zij gingen het huis van Micha binnen en haalden het gesneden beeld, de efod, de terafim en het gegoten beeld weg.
Toen zei de priester tegen hen: Wat doen jullie?
Toen zei de priester tegen hen: Wat doen jullie?
Zij zeiden tegen hem: Zwijg, leg je hand op je mond.
Ga met ons mee en wees voor ons een vader en een priester.
Wat is beter: priester zijn voor het huis van één man, of voor een stam en een familie in Israël?
Ga met ons mee en wees voor ons een vader en een priester.
Wat is beter: priester zijn voor het huis van één man, of voor een stam en een familie in Israël?
Toen was de priester blij.
Hij nam de efod, de terafim en het gesneden beeld en ging midden tussen het volk mee.
Hij nam de efod, de terafim en het gesneden beeld en ging midden tussen het volk mee.
Zo keerden zij om en trokken verder.
De kinderen, het vee en de bagage lieten zij voor zich uit gaan.
De kinderen, het vee en de bagage lieten zij voor zich uit gaan.
Toen zij al een eind van het huis van Micha waren, werden de mannen uit de huizen bij het huis van Micha opgeroepen.
Zij haalden de Danieten in.
Zij haalden de Danieten in.
Zij riepen de Danieten na.
Die draaiden zich om en zeiden tegen Micha: Wat is er met je, dat je mannen hebt opgeroepen?
Die draaiden zich om en zeiden tegen Micha: Wat is er met je, dat je mannen hebt opgeroepen?
Hij zei: Jullie hebben mijn goden die ik gemaakt had, en de priester meegenomen, en jullie gaan ervandoor.
Wat heb ik nu nog over?
Hoe kunnen jullie dan tegen mij zeggen: Wat is er met je?
Wat heb ik nu nog over?
Hoe kunnen jullie dan tegen mij zeggen: Wat is er met je?
Maar de Danieten zeiden tegen hem: Laat je stem bij ons niet horen.
Anders vallen verbitterde mannen je aan, en verlies je je leven en het leven van je gezin.
Anders vallen verbitterde mannen je aan, en verlies je je leven en het leven van je gezin.
Zo gingen de Danieten verder.
Micha zag dat zij sterker waren dan hij.
Hij keerde om en ging terug naar huis.
Micha zag dat zij sterker waren dan hij.
Hij keerde om en ging terug naar huis.
Laïs wordt Dan
Zij namen mee wat Micha had gemaakt, en de priester die hij had gehad.
Zo kwamen zij in Laïs, bij een rustig en onbezorgd volk.
Zij doodden hen met het zwaard en verbrandden de stad.
Zo kwamen zij in Laïs, bij een rustig en onbezorgd volk.
Zij doodden hen met het zwaard en verbrandden de stad.
Er was niemand die hen redde, want de stad lag ver van Sidon, en zij hadden met niemand iets te maken.
De stad lag in het dal bij Beth-rechob.
Daarna bouwden zij de stad weer op en gingen er wonen.
De stad lag in het dal bij Beth-rechob.
Daarna bouwden zij de stad weer op en gingen er wonen.
Zij noemden de stad Dan, naar hun vader Dan, die een zoon van Israël was.
Vroeger heette de stad Laïs.
Vroeger heette de stad Laïs.
De Danieten zetten voor zich het gesneden beeld op.
Jonathan, de zoon van Gersom, de zoon van Manasse, was met zijn zonen priester voor de stam van de Danieten.
Dat bleef zo tot de dag dat het land in ballingschap werd weggevoerd.
Jonathan, de zoon van Gersom, de zoon van Manasse, was met zijn zonen priester voor de stam van de Danieten.
Dat bleef zo tot de dag dat het land in ballingschap werd weggevoerd.
Zo stelden zij het gesneden beeld van Micha, dat hij gemaakt had, bij zich op.
Dat bleef zo zolang het huis van God in Silo stond.
Dat bleef zo zolang het huis van God in Silo stond.