Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Richteren 10

Tola en Jaïr; Israël in nood

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Tola en Jaïr
Na Abimelech stond Tola op om Israël te redden.
Hij was de zoon van Pua, de zoon van Dodo, een man uit Issaschar.
Hij woonde in Samir, in het bergland van Efraïm.
Hij was 23 jaar rechter over Israël.
Toen stierf hij en werd in Samir begraven.
Na hem stond Jaïr op, de Gileadiet.
Hij was 22 jaar rechter over Israël.
Hij had dertig zonen, die op dertig ezelsveulens reden.
Zij hadden dertig steden, die tot vandaag Havvoth-Jaïr heten.
Die liggen in het land Gilead.
Jaïr stierf en werd in Kamon begraven.
Opnieuw afval
De Israëlieten deden opnieuw wat slecht is in de ogen van de HEERE.
Zij dienden de Baäls en de Astartes, en de goden van Aram, Sidon, Moab, de Ammonieten en de Filistijnen.
Zij verlieten de HEERE en dienden Hem niet meer.
Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Israël.
Hij leverde hen uit aan de Filistijnen en de Ammonieten.
Die onderdrukten en vertrapten de Israëlieten vanaf dat jaar.
Achttien jaar lang onderdrukten zij alle Israëlieten aan de overkant van de Jordaan, in het land van de Amorieten in Gilead.
De Ammonieten staken ook de Jordaan over om te strijden tegen Juda, Benjamin en het huis van Efraïm.
Zo kwam Israël in grote nood.
Toen riepen de Israëlieten tot de HEERE: Wij hebben tegen U gezondigd.
Wij hebben onze God verlaten en de Baäls gediend.

Maar de HEERE zei tegen de Israëlieten: Heb ik jullie niet gered van de Egyptenaren, de Amorieten, de Ammonieten en de Filistijnen?
Ook de Sidoniërs, de Amalekieten en de Maonieten onderdrukten jullie.
Toen jullie tot mij riepen, heb ik jullie toen niet uit hun macht gered?

Toch hebben jullie mij verlaten en andere goden gediend.
Daarom zal ik jullie niet meer redden.

Ga maar roepen tot de goden die jullie gekozen hebben.
Laten die jullie redden in jullie tijd van nood.

De Israëlieten zeiden tegen de HEERE: Wij hebben gezondigd.
Doe met ons wat goed is in Uw ogen.
Maar red ons toch vandaag!

Zij deden de vreemde goden bij zich weg en dienden de HEERE.
Toen kon Hij de ellende van Israël niet langer aanzien.
De Ammonieten werden opgeroepen en sloegen hun kamp op in Gilead.
Ook de Israëlieten kwamen bijeen en sloegen hun kamp op in Mizpa.
Het volk, de leiders van Gilead, zeiden tegen elkaar: Wie is de man die de strijd tegen de Ammonieten begint?
Hij zal het hoofd worden van alle inwoners van Gilead.

Download hoofdstuk als tekstbestand