Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Psalmen 79
Help ons, om de eer van Uw naam
Volken kwamen in Uw erfdeel
Een psalm van Asaf.
O God, vreemde volken zijn Uw erfdeel binnengedrongen.
Ze hebben Uw heilige tempel bezoedeld.
Ze hebben Jeruzalem tot een puinhoop gemaakt.
O God, vreemde volken zijn Uw erfdeel binnengedrongen.
Ze hebben Uw heilige tempel bezoedeld.
Ze hebben Jeruzalem tot een puinhoop gemaakt.
Ze gaven de lijken van Uw dienaren aan de vogels van de hemel.
Het vlees van wie U trouw waren gaven ze aan de dieren van het land.
Het vlees van wie U trouw waren gaven ze aan de dieren van het land.
Ze vergoten hun bloed als water rondom Jeruzalem.
En er was niemand die hen begroef.
En er was niemand die hen begroef.
Wij zijn een schande geworden voor onze buren, tot spot en hoon voor wie om ons heen wonen.
Hoe lang nog, HEERE?
Blijft U voor altijd boos?
Blijft Uw jaloezie branden als vuur?
Blijft U voor altijd boos?
Blijft Uw jaloezie branden als vuur?
Stort Uw woede uit over de volken die U niet kennen, over de koninkrijken die Uw naam niet aanroepen.
Want ze hebben Jakob verslonden en zijn mooie woning verwoest.
Reken ons de oude schuld niet aan
Reken ons de oude schuld niet aan.
Kom ons snel tegemoet met Uw erbarmen, want wij zijn heel zwak geworden.
Kom ons snel tegemoet met Uw erbarmen, want wij zijn heel zwak geworden.
Help ons, God die ons redt, om de eer van Uw naam.
Bevrijd ons en vergeef onze zonden, om Uw naam.
Bevrijd ons en vergeef onze zonden, om Uw naam.
Waarom zouden de volken zeggen: Waar is hun God?
Laat voor onze ogen onder de volken bekend worden dat U het bloed van Uw dienaren wreekt.
Laat voor onze ogen onder de volken bekend worden dat U het bloed van Uw dienaren wreekt.
Laat het kreunen van de gevangenen bij U komen.
Laat wie ten dode gedoemd zijn leven, door Uw sterke arm.
Laat wie ten dode gedoemd zijn leven, door Uw sterke arm.
Geef onze buren zevenvoudig terug wat zij U hebben aangedaan, Heere.
Dan zullen wij, Uw volk en de schapen van Uw weide, U voor altijd prijzen.
Van geslacht op geslacht zullen wij Uw lof vertellen.
Van geslacht op geslacht zullen wij Uw lof vertellen.