Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Psalmen 50

God roept Zijn volk voor het gericht

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Onze God komt en zwijgt niet
Een psalm van Asaf.
De God van de goden, de HEERE, spreekt.
Hij roept de aarde, van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat.

Vanuit Sion, volmaakt van schoonheid, verschijnt God in stralend licht.
Onze God komt en zwijgt niet.
Voor Hem uit gaat een verterend vuur.
Om Hem heen is een zware storm.

Hij roept naar de hemel boven en naar de aarde, om Zijn volk te oordelen.
Hij zegt: Breng mijn trouwe mensen bij mij, die door een offer een verbond met mij sloten.
En de hemel maakt Zijn recht bekend, want God is Zelf de rechter.
Sela.

Offer aan God een danklied
Luister, mijn volk, ik ga spreken.
Israël, ik klaag je aan.
Ik, God, ben jouw God.

Over je offers val ik je niet aan.
Je offers die verbrand worden staan altijd voor mij.

Ik hoef geen stier uit je huis, geen bokken uit je hokken.
Want elk dier in het bos is van mij, en het vee op duizend bergen.
Ik ken elke vogel in de bergen.
Wat in het veld beweegt, is bij mij bekend.

Als ik honger had, zou ik het je niet zeggen.
Want van mij is de wereld en alles wat daarin is.

Zou ik vlees van stieren eten of bloed van bokken drinken?
Offer aan God een danklied en houd je beloften aan de Allerhoogste.
Roep mij aan op de dag van de nood.
Ik zal je eruit helpen en jij zult mij eren.

Maar tegen de slechte mens
Maar tegen de slechte mens zegt God: Wat heb jij mijn regels op te noemen?
Waarom neem je mijn verbond in de mond?

Je haat het immers als iemand je terechtwijst.
Mijn woorden gooi je achter je weg.

Zie je een dief, dan loop je met hem mee.
Je hoort bij de mensen die vreemdgaan.

Je mond gebruik je voor het kwaad.
Je tong knoopt bedrog aan elkaar.

Je zit erbij en praat kwaad over je eigen broer.
De zoon van je moeder maak je zwart.

Dat doe je, en ik zweeg.
Toen dacht je dat ik net zo was als jij.
Maar ik zal je aanklagen en het je recht voor ogen zetten.

Begrijp dit toch, jullie die God vergeten.
Anders verscheur ik en is er niemand die redt.

Wie een danklied offert, eert mij.
Wie zijn weg goed kiest, zal zien hoe God redt.

Download hoofdstuk als tekstbestand