Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Prediker 3
Alles heeft zijn tijd
Voor alles is er een tijd
Alles heeft zijn tijd, en elk voornemen onder de hemel heeft zijn uur.
Er is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te oogsten.
Een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.
Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.
Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen.
Een tijd om te omhelzen en een tijd om dat niet te doen.
Een tijd om te omhelzen en een tijd om dat niet te doen.
Een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien.
Een tijd om te scheuren en een tijd om te naaien, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.
Een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten, een tijd van oorlog en een tijd van vrede.
God heeft alles mooi gemaakt op zijn tijd
Wat levert het een werker op waarvoor hij zwoegt?
Ik heb de bezigheid gezien die God de mensen gegeven heeft om zich mee bezig te houden.
Hij heeft alles mooi gemaakt op zijn tijd.
Ook heeft Hij de eeuwigheid in hun hart gelegd, maar zonder dat een mens het werk van God kan doorgronden, van begin tot eind.
Ook heeft Hij de eeuwigheid in hun hart gelegd, maar zonder dat een mens het werk van God kan doorgronden, van begin tot eind.
Ik heb gemerkt dat er voor hen niets beters is dan blij te zijn en goed te doen in hun leven.
Ook dat ieder mens eet en drinkt en geniet van al zijn werk.
Dat is een gave van God.
Dat is een gave van God.
Ik weet dat alles wat God doet, voor altijd blijft.
Er valt niets aan toe te voegen en niets van af te doen.
God doet dat, zodat de mensen ontzag voor Hem hebben.
Er valt niets aan toe te voegen en niets van af te doen.
God doet dat, zodat de mensen ontzag voor Hem hebben.
Wat er is, was er al.
Wat komen zal, is er allang geweest.
En God zoekt weer op wat voorbij is.
Wat komen zal, is er allang geweest.
En God zoekt weer op wat voorbij is.
Mens en dier
Verder zag ik onder de zon: op de plaats van het recht was onrecht, en op de plaats van de gerechtigheid was onrecht.
Ik zei bij mijzelf: God zal de rechtvaardige en de goddeloze oordelen, want er is een tijd voor elk voornemen en voor elk werk.
Ik zei bij mijzelf over de mensen: God stelt hen op de proef, zodat zij zien dat zij op zichzelf niet meer zijn dan dieren.
Want wat de mensen overkomt, overkomt ook de dieren.
Hun overkomt hetzelfde.
Zoals de een sterft, zo sterft de ander.
Zij hebben allemaal dezelfde adem, en de mens is niet meer dan het dier.
Alles is leegte.
Hun overkomt hetzelfde.
Zoals de een sterft, zo sterft de ander.
Zij hebben allemaal dezelfde adem, en de mens is niet meer dan het dier.
Alles is leegte.
Zij gaan allemaal naar één plaats.
Zij komen allemaal uit het stof en keren allemaal terug tot stof.
Zij komen allemaal uit het stof en keren allemaal terug tot stof.
Wie weet of de adem van de mensen omhoog gaat en de adem van de dieren omlaag, de aarde in?
Zo zag ik dat er niets beters is dan dat een mens geniet van zijn werk, want dat is zijn deel.
Wie zal hem laten zien wat er na hem gebeurt?
Wie zal hem laten zien wat er na hem gebeurt?