Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Openbaring 17
De vrouw op het beest
Wat Johannes zag
Een van de zeven engelen met de zeven schalen kwam bij mij.
Hij zei: Kom, dan laat ik je het oordeel zien over de grote hoer, die aan veel water zit.
Hij zei: Kom, dan laat ik je het oordeel zien over de grote hoer, die aan veel water zit.
Met haar hebben de koningen van de aarde ontucht gepleegd.
En wie op de aarde wonen, zijn dronken geworden van de wijn van haar ontucht.
En wie op de aarde wonen, zijn dronken geworden van de wijn van haar ontucht.
Hij bracht mij in de geest naar een woestijn.
Daar zag ik een vrouw op een scharlakenrood beest zitten.
Dat beest was vol lasterlijke namen en had zeven koppen en tien horens.
Daar zag ik een vrouw op een scharlakenrood beest zitten.
Dat beest was vol lasterlijke namen en had zeven koppen en tien horens.
De vrouw droeg purper en scharlaken en was versierd met goud, edelstenen en parels.
In haar hand had zij een gouden beker, vol gruwelen en de onreinheid van haar ontucht.
In haar hand had zij een gouden beker, vol gruwelen en de onreinheid van haar ontucht.
Op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheim: het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.
En ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen en van de getuigen van Jezus.
Toen ik haar zag, was ik hevig verbaasd.
Toen ik haar zag, was ik hevig verbaasd.
De uitleg van de engel
De engel zei tegen mij: Waarom ben je verbaasd?
Ik zal je het geheim vertellen van de vrouw en van het beest dat haar draagt, met de zeven koppen en de tien horens.
Ik zal je het geheim vertellen van de vrouw en van het beest dat haar draagt, met de zeven koppen en de tien horens.
Het beest dat je zag, was en is niet.
Het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan.
Wie op de aarde wonen, zullen verbaasd zijn als zij het beest zien.
Hun naam staat niet in het boek van het leven, vanaf de grondlegging van de wereld.
Het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan.
Wie op de aarde wonen, zullen verbaasd zijn als zij het beest zien.
Hun naam staat niet in het boek van het leven, vanaf de grondlegging van de wereld.
Hier is inzicht met wijsheid nodig.
De zeven koppen zijn zeven bergen waarop de vrouw zit.
De zeven koppen zijn zeven bergen waarop de vrouw zit.
Het zijn ook zeven koningen.
Vijf zijn gevallen, één is er, en de ander is nog niet gekomen.
Als hij komt, moet hij een korte tijd blijven.
Vijf zijn gevallen, één is er, en de ander is nog niet gekomen.
Als hij komt, moet hij een korte tijd blijven.
Het beest dat was en niet is, is zelf de achtste koning.
Hij komt uit de zeven en gaat naar het verderf.
Hij komt uit de zeven en gaat naar het verderf.
De tien horens die je zag, zijn tien koningen.
Zij hebben hun koninkrijk nog niet gekregen, maar krijgen één uur lang macht als koningen, samen met het beest.
Zij hebben hun koninkrijk nog niet gekregen, maar krijgen één uur lang macht als koningen, samen met het beest.
Zij zijn het eens met elkaar en geven hun kracht en macht aan het beest.
Zij zullen strijden tegen het Lam, en het Lam zal hen overwinnen.
Hij is namelijk de Heer van de heren en de Koning van de koningen.
En wie bij Hem zijn, zijn geroepen, uitgekozen en trouw.
Hij is namelijk de Heer van de heren en de Koning van de koningen.
En wie bij Hem zijn, zijn geroepen, uitgekozen en trouw.
En hij zei tegen mij: Het water dat je zag, waar de hoer zit, zijn volken, menigten, naties en talen.
De tien horens die je op het beest zag, zullen de hoer haten.
Zij zullen haar berooid en naakt maken, haar vlees eten en haar met vuur verbranden.
Zij zullen haar berooid en naakt maken, haar vlees eten en haar met vuur verbranden.
God heeft hun namelijk in het hart gegeven om Zijn plan uit te voeren.
Zij worden het eens en geven hun koninkrijk aan het beest, totdat de woorden van God vervuld zijn.
Zij worden het eens en geven hun koninkrijk aan het beest, totdat de woorden van God vervuld zijn.
En de vrouw die je zag, is de grote stad die heerst over de koningen van de aarde.