Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Numeri 14
Het volk weigert, en veertig jaar in de woestijn
Het volk wil terug naar Egypte
Toen begon de hele gemeenschap luid te schreeuwen, en het volk huilde die hele nacht.
Alle Israëlieten mopperden op Mozes en Aäron.
De hele gemeenschap zei tegen hen: Waren wij maar in Egypte gestorven, of hier in de woestijn.
De hele gemeenschap zei tegen hen: Waren wij maar in Egypte gestorven, of hier in de woestijn.
Waarom brengt de HEERE ons naar dat land, waar wij door het zwaard zullen vallen?
Onze vrouwen en kinderen worden buit.
Kunnen wij niet beter teruggaan naar Egypte?
Onze vrouwen en kinderen worden buit.
Kunnen wij niet beter teruggaan naar Egypte?
Zij zeiden tegen elkaar: Laten wij een leider kiezen en teruggaan naar Egypte.
Toen vielen Mozes en Aäron op hun gezicht voor de hele verzamelde gemeenschap van Israël.
Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, die ook het land verkend hadden, scheurden hun kleren.
Zij zeiden tegen de hele gemeenschap van Israël: Het land waar wij doorheen trokken om het te verkennen, is een uitzonderlijk goed land.
Als de HEERE ons goedgezind is, brengt Hij ons in dat land en geeft Hij het ons, een land dat overvloeit van melk en honing.
Kom alleen niet in opstand tegen de HEERE.
En wees niet bang voor het volk van dat land, want wij zullen hen verslinden.
Hun bescherming is van hen geweken en de HEERE is met ons.
Wees niet bang voor hen.
En wees niet bang voor het volk van dat land, want wij zullen hen verslinden.
Hun bescherming is van hen geweken en de HEERE is met ons.
Wees niet bang voor hen.
Maar de hele gemeenschap wilde hen stenigen.
Toen verscheen de heerlijkheid van de HEERE bij de ontmoetingstent, voor alle Israëlieten.
Toen verscheen de heerlijkheid van de HEERE bij de ontmoetingstent, voor alle Israëlieten.
Mozes pleit voor het volk
De HEERE zei tegen Mozes: Hoe lang blijft dit volk mij nog minachten?
Hoe lang blijven zij mij wantrouwen, ondanks alle tekenen die ik onder hen gedaan heb?
Hoe lang blijven zij mij wantrouwen, ondanks alle tekenen die ik onder hen gedaan heb?
Ik zal hen met de pest treffen en hen verstoten.
Van jou maak ik een volk dat groter en sterker is dan zij.
Van jou maak ik een volk dat groter en sterker is dan zij.
Maar Mozes zei tegen de HEERE: Dan zullen de Egyptenaren het horen.
U hebt dit volk met Uw kracht uit hun midden weggeleid.
U hebt dit volk met Uw kracht uit hun midden weggeleid.
Zij zullen het vertellen aan de bewoners van dit land.
Die hebben gehoord dat U, HEERE, midden onder dit volk bent.
U, HEERE, wordt van aangezicht tot aangezicht gezien.
Uw wolk staat boven hen, en U gaat overdag voor hen uit in een wolkkolom en in de nacht in een vuurkolom.
Die hebben gehoord dat U, HEERE, midden onder dit volk bent.
U, HEERE, wordt van aangezicht tot aangezicht gezien.
Uw wolk staat boven hen, en U gaat overdag voor hen uit in een wolkkolom en in de nacht in een vuurkolom.
Als U dit volk nu allemaal tegelijk doodt, zullen de volken die van U gehoord hebben zeggen:
De HEERE kon dit volk niet brengen in het land dat Hij hun beloofd had.
Daarom heeft Hij hen in de woestijn afgeslacht.
Daarom heeft Hij hen in de woestijn afgeslacht.
Laat nu toch de kracht van de HEERE groot blijken, zoals U gezegd hebt:
De HEERE is geduldig en rijk aan trouw.
Hij vergeeft schuld en overtreding, maar laat de schuldige niet vrijuit gaan.
Hij straft de schuld van de ouders aan de kinderen, tot in het derde en vierde geslacht.
Hij vergeeft schuld en overtreding, maar laat de schuldige niet vrijuit gaan.
Hij straft de schuld van de ouders aan de kinderen, tot in het derde en vierde geslacht.
Vergeef toch de schuld van dit volk, want Uw trouw is groot.
Vergeef het zoals U dit volk vergeven hebt vanaf Egypte tot nu toe.
Vergeef het zoals U dit volk vergeven hebt vanaf Egypte tot nu toe.
De HEERE zei: Ik vergeef het, zoals je gevraagd hebt.
Maar zo waar ik leef en zo waar de hele aarde vervuld zal worden van de heerlijkheid van de HEERE, dit zeg ik:
Al deze mannen hebben mijn heerlijkheid gezien en de tekenen die ik in Egypte en in de woestijn deed.
Toch hebben zij mij nu tien keer op de proef gesteld en niet naar mij geluisterd.
Toch hebben zij mij nu tien keer op de proef gesteld en niet naar mij geluisterd.
Zij zullen het land dat ik hun voorouders beloofd heb, beslist niet zien.
Niemand van hen die mij geminacht hebben, zal het zien.
Niemand van hen die mij geminacht hebben, zal het zien.
Maar mijn dienaar Kaleb heeft een andere houding gehad en is mij trouw gevolgd.
Hem zal ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nakomelingen zullen het in bezit krijgen.
Hem zal ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nakomelingen zullen het in bezit krijgen.
De Amalekieten en de Kanaänieten wonen in de vlakte.
Keer morgen om en trek de woestijn in, in de richting van de Schelfzee.
Keer morgen om en trek de woestijn in, in de richting van de Schelfzee.
Veertig jaar in de woestijn
Daarna zei de HEERE tegen Mozes en Aäron:
Hoe lang moet ik deze slechte gemeenschap nog verdragen, die tegen mij moppert?
Ik heb het gemopper van de Israëlieten tegen mij gehoord.
Ik heb het gemopper van de Israëlieten tegen mij gehoord.
Zeg tegen hen: Zo waar ik leef, zegt de HEERE, ik zal met jullie doen wat jullie mij hebben horen zeggen.
Jullie lichamen zullen in deze woestijn vallen, van jullie allen die geteld zijn, van twintig jaar en ouder, allen die tegen mij gemopperd hebben.
Niemand van jullie zal het land binnengaan waarvan ik gezworen heb jullie daar te laten wonen.
Alleen Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun, komen erin.
Alleen Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun, komen erin.
Jullie kinderen, van wie jullie zeiden dat zij buit zouden worden, die zal ik erin brengen.
Zij zullen het land leren kennen dat jullie hebben afgewezen.
Zij zullen het land leren kennen dat jullie hebben afgewezen.
Maar jullie lichamen zullen in deze woestijn vallen.
Jullie kinderen zullen veertig jaar als herders in deze woestijn rondtrekken.
Zij dragen de gevolgen van jullie ontrouw, tot jullie lichamen allemaal in de woestijn zijn gevallen.
Zij dragen de gevolgen van jullie ontrouw, tot jullie lichamen allemaal in de woestijn zijn gevallen.
Jullie hebben het land veertig dagen verkend.
Voor elke dag een jaar: veertig jaar lang zullen jullie de gevolgen van jullie schuld dragen.
Dan zullen jullie merken wat het is als ik mij tegen jullie keer.
Voor elke dag een jaar: veertig jaar lang zullen jullie de gevolgen van jullie schuld dragen.
Dan zullen jullie merken wat het is als ik mij tegen jullie keer.
Ik, de HEERE, heb gesproken.
Dit zal ik zeker doen met deze hele slechte gemeenschap die zich tegen mij heeft verzameld.
In deze woestijn komen zij om, daar zullen zij sterven.
Dit zal ik zeker doen met deze hele slechte gemeenschap die zich tegen mij heeft verzameld.
In deze woestijn komen zij om, daar zullen zij sterven.
De mannen die Mozes had gestuurd om het land te verkennen, waren teruggekomen.
Met hun slechte verhaal over het land hadden zij de hele gemeenschap tegen hem laten mopperen.
Met hun slechte verhaal over het land hadden zij de hele gemeenschap tegen hem laten mopperen.
Die mannen, die het slechte verhaal over het land hadden verspreid, stierven door een plaag voor de HEERE.
Maar Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, bleven in leven, van de mannen die het land waren gaan verkennen.
Een mislukte aanval
Mozes vertelde dit alles aan alle Israëlieten.
Toen raakte het volk diep in de rouw.
Toen raakte het volk diep in de rouw.
De volgende morgen stonden zij vroeg op en gingen de berg op.
Zij zeiden: Hier zijn wij.
Wij trekken op naar de plaats die de HEERE ons genoemd heeft, want wij hebben gezondigd.
Zij zeiden: Hier zijn wij.
Wij trekken op naar de plaats die de HEERE ons genoemd heeft, want wij hebben gezondigd.
Maar Mozes zei: Waarom gaan jullie opnieuw tegen het bevel van de HEERE in?
Dat zal niet lukken.
Dat zal niet lukken.
Trek niet op, want de HEERE is niet in jullie midden.
Anders worden jullie door jullie vijanden verslagen.
Anders worden jullie door jullie vijanden verslagen.
De Amalekieten en de Kanaänieten staan daar tegenover jullie, en jullie zullen door het zwaard vallen.
Omdat jullie je van de HEERE hebben afgekeerd, zal de HEERE niet met jullie zijn.
Omdat jullie je van de HEERE hebben afgekeerd, zal de HEERE niet met jullie zijn.
Toch waagden zij het de berg op te trekken.
Maar de ark van het verbond van de HEERE en Mozes gingen niet mee uit het kamp.
Maar de ark van het verbond van de HEERE en Mozes gingen niet mee uit het kamp.
Toen kwamen de Amalekieten en de Kanaänieten, die in dat bergland woonden, naar beneden.
Zij versloegen hen en joegen hen uiteen tot Horma.
Zij versloegen hen en joegen hen uiteen tot Horma.