Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Numeri 13
De verkenners in Kanaän
Twaalf verkenners uitgezonden
De HEERE zei tegen Mozes:
Stuur mannen uit om het land Kanaän te verkennen, dat ik aan de Israëlieten ga geven.
Stuur uit elke stam een man, en laat het leiders zijn.
Stuur uit elke stam een man, en laat het leiders zijn.
Mozes stuurde hen op bevel van de HEERE vanuit de woestijn van Paran.
Het waren allemaal hoofden van de Israëlieten.
Het waren allemaal hoofden van de Israëlieten.
Dit waren hun namen: uit de stam Ruben Sammua, de zoon van Zakkur.
Uit de stam Simeon Safat, de zoon van Hori.
Uit de stam Juda Kaleb, de zoon van Jefunne.
Uit de stam Issaschar Jigeal, de zoon van Jozef.
Uit de stam Efraïm Hosea, de zoon van Nun.
Uit de stam Benjamin Palti, de zoon van Rafu.
Uit de stam Zebulon Gaddiel, de zoon van Sodi.
Uit de stam van Jozef, namelijk uit Manasse, Gaddi, de zoon van Susi.
Uit de stam Dan Ammiël, de zoon van Gemalli.
Uit de stam Aser Sethur, de zoon van Michaël.
Uit de stam Nafthali Nachbi, de zoon van Wofsi.
Uit de stam Gad Guël, de zoon van Machi.
Dit waren de namen van de mannen die Mozes stuurde om het land te verkennen.
Hosea, de zoon van Nun, gaf Mozes de naam Jozua.
Hosea, de zoon van Nun, gaf Mozes de naam Jozua.
Mozes stuurde hen op weg om het land Kanaän te verkennen en zei tegen hen: Trek hierheen, naar het zuiden, en ga het bergland in.
Kijk hoe het land is, en of het volk dat er woont sterk is of zwak, klein in aantal of groot.
Kijk of het land goed is of slecht, en of de steden waarin zij wonen open zijn of versterkt.
Kijk of de grond vruchtbaar is of arm, en of er bomen groeien of niet.
Wees moedig en neem wat vruchten van het land mee.
Het was de tijd van de eerste rijpe druiven.
Wees moedig en neem wat vruchten van het land mee.
Het was de tijd van de eerste rijpe druiven.
Het land verkend
Zij trokken op en verkenden het land, van de woestijn Zin tot Rehob, waar de weg naar Hamath begint.
Zij trokken het zuiden in en kwamen bij Hebron.
Daar woonden Ahiman, Sesai en Talmai, nakomelingen van Enak.
Hebron was zeven jaar eerder gebouwd dan Zoan in Egypte.
Daar woonden Ahiman, Sesai en Talmai, nakomelingen van Enak.
Hebron was zeven jaar eerder gebouwd dan Zoan in Egypte.
Daarna kwamen zij in het dal Eskol.
Daar sneden zij een tak af met een tros druiven, die zij met hun tweeën aan een draagstok droegen.
Ook namen zij granaatappels en vijgen mee.
Daar sneden zij een tak af met een tros druiven, die zij met hun tweeën aan een draagstok droegen.
Ook namen zij granaatappels en vijgen mee.
Die plaats werd het dal Eskol genoemd, naar de tros die de Israëlieten daar hadden afgesneden.
Na veertig dagen kwamen zij terug van het verkennen van het land.
Het verslag
Zij gingen naar Mozes, Aäron en de hele gemeenschap van Israël in de woestijn van Paran, bij Kades.
Zij brachten verslag uit aan hen en aan de hele gemeenschap en lieten de vruchten van het land zien.
Zij brachten verslag uit aan hen en aan de hele gemeenschap en lieten de vruchten van het land zien.
Zij vertelden: Wij zijn in het land geweest waar u ons heen stuurde.
Het is echt een land dat overvloeit van melk en honing.
Dit zijn de vruchten ervan.
Het is echt een land dat overvloeit van melk en honing.
Dit zijn de vruchten ervan.
Maar het volk dat er woont is sterk, en de steden zijn versterkt en heel groot.
Wij hebben er ook nakomelingen van Enak gezien.
Wij hebben er ook nakomelingen van Enak gezien.
In het zuiden wonen de Amalekieten.
In het bergland wonen de Hethieten, de Jebusieten en de Amorieten.
Aan de zee en langs de Jordaan wonen de Kanaänieten.
In het bergland wonen de Hethieten, de Jebusieten en de Amorieten.
Aan de zee en langs de Jordaan wonen de Kanaänieten.
Kaleb bracht het volk tot zwijgen tegenover Mozes en zei: Laten wij toch optrekken en het land in bezit nemen.
Wij kunnen het zeker veroveren.
Wij kunnen het zeker veroveren.
Maar de mannen die met hem waren meegegaan, zeiden: Wij kunnen dat volk niet aanvallen, want het is sterker dan wij.
Zo verspreidden zij onder de Israëlieten een slecht verhaal over het land dat zij verkend hadden.
Zij zeiden: Het land waar wij doorheen trokken, verslindt zijn eigen bewoners.
Alle mensen die wij er zagen, zijn buitengewoon groot.
Zij zeiden: Het land waar wij doorheen trokken, verslindt zijn eigen bewoners.
Alle mensen die wij er zagen, zijn buitengewoon groot.
Wij hebben er ook de reuzen gezien, de nakomelingen van Enak.
Wij voelden ons sprinkhanen, en zo zagen zij ons ook.
Wij voelden ons sprinkhanen, en zo zagen zij ons ook.