Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Nehemia 8
Ezra leest de wet voor
Ezra leest de wet voor
Toen de zevende maand aanbrak, woonden de Israëlieten in hun steden.
Het hele volk kwam als één man bijeen op het plein voor de Waterpoort.
Zij vroegen Ezra, de schriftgeleerde, het boek van de wet van Mozes te halen, die de HEERE aan Israël gegeven had.
Zij vroegen Ezra, de schriftgeleerde, het boek van de wet van Mozes te halen, die de HEERE aan Israël gegeven had.
De priester Ezra bracht de wet voor de vergadering, mannen en vrouwen en iedereen die het kon begrijpen.
Dat was op de eerste dag van de zevende maand.
Dat was op de eerste dag van de zevende maand.
Hij las eruit voor op het plein voor de Waterpoort, van het ochtendlicht tot de middag.
Hij las voor de mannen, de vrouwen en wie het konden begrijpen, en het hele volk luisterde naar het wetboek.
Hij las voor de mannen, de vrouwen en wie het konden begrijpen, en het hele volk luisterde naar het wetboek.
Ezra, de schriftgeleerde, stond op een houten verhoging die daarvoor gemaakt was.
Rechts van hem stonden Mattithja, Sema, Anaja, Uria, Hilkia en Maäseja.
Links van hem stonden Pedaja, Misaël, Malchia, Hasum, Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.
Rechts van hem stonden Mattithja, Sema, Anaja, Uria, Hilkia en Maäseja.
Links van hem stonden Pedaja, Misaël, Malchia, Hasum, Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.
Ezra opende het boek voor de ogen van het hele volk, want hij stond hoger dan zij.
Toen hij het opende, ging het hele volk staan.
Toen hij het opende, ging het hele volk staan.
Ezra prees de HEERE, de grote God.
Het hele volk antwoordde: Amen, amen!
Zij hieven hun handen op, bogen zich en aanbaden de HEERE met hun gezicht naar de grond.
Het hele volk antwoordde: Amen, amen!
Zij hieven hun handen op, bogen zich en aanbaden de HEERE met hun gezicht naar de grond.
Jesua, Bani, Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maäseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan en Pelaja onderwezen het volk in de wet, met de Levieten.
Het volk bleef op zijn plaats staan.
Het volk bleef op zijn plaats staan.
Deze dag is heilig
Zij lazen duidelijk voor uit het boek, de wet van God.
Zij legden de zin uit, zodat men begreep wat er voorgelezen werd.
Zij legden de zin uit, zodat men begreep wat er voorgelezen werd.
Nehemia, de landvoogd, en Ezra, de priester en schriftgeleerde, spraken het hele volk toe.
De Levieten die het volk onderwezen, deden dat met hen.
Zij zeiden: Deze dag is heilig voor de HEERE, uw God.
Rouw niet en huil niet.
Het hele volk huilde namelijk toen zij de woorden van de wet hoorden.
De Levieten die het volk onderwezen, deden dat met hen.
Zij zeiden: Deze dag is heilig voor de HEERE, uw God.
Rouw niet en huil niet.
Het hele volk huilde namelijk toen zij de woorden van de wet hoorden.
Verder zei hij tegen hen: Ga eten wat lekker is en drink wat zoet is.
Stuur ook porties naar wie niets klaargemaakt heeft.
Deze dag is heilig voor onze HEERE.
Wees niet verdrietig, want de vreugde van de HEERE is uw kracht.
Stuur ook porties naar wie niets klaargemaakt heeft.
Deze dag is heilig voor onze HEERE.
Wees niet verdrietig, want de vreugde van de HEERE is uw kracht.
De Levieten brachten het hele volk tot rust.
Zij zeiden: Wees stil, want deze dag is heilig.
Wees niet verdrietig.
Zij zeiden: Wees stil, want deze dag is heilig.
Wees niet verdrietig.
Het Loofhuttenfeest
Toen ging het hele volk weg om te eten en te drinken, porties te sturen en groot feest te vieren.
Zij hadden namelijk begrepen wat men hun bekendgemaakt had.
Zij hadden namelijk begrepen wat men hun bekendgemaakt had.
De volgende dag kwamen de familiehoofden van het hele volk, de priesters en de Levieten bij Ezra, de schriftgeleerde.
Zij wilden de woorden van de wet beter begrijpen.
Zij wilden de woorden van de wet beter begrijpen.
Zij vonden in de wet geschreven wat de HEERE door Mozes bevolen had.
De Israëlieten moesten in loofhutten wonen tijdens het feest in de zevende maand.
De Israëlieten moesten in loofhutten wonen tijdens het feest in de zevende maand.
Ook moesten zij het in al hun steden en in Jeruzalem laten omroepen: Ga het bergland in.
Haal takken van olijfbomen en andere olieachtige bomen.
Haal ook takken van mirten, palmen en andere dichte bomen, om loofhutten te maken, zoals het voorgeschreven is.
Haal takken van olijfbomen en andere olieachtige bomen.
Haal ook takken van mirten, palmen en andere dichte bomen, om loofhutten te maken, zoals het voorgeschreven is.
Zo ging het volk eropuit en haalde takken.
Zij maakten loofhutten, ieder op zijn dak en in zijn voorhof.
Ook kwamen er loofhutten in de voorhoven van het huis van God, op het plein bij de Waterpoort en op het plein bij de Efraïmpoort.
Zij maakten loofhutten, ieder op zijn dak en in zijn voorhof.
Ook kwamen er loofhutten in de voorhoven van het huis van God, op het plein bij de Waterpoort en op het plein bij de Efraïmpoort.
De hele vergadering van teruggekeerde ballingen maakte loofhutten en woonde daarin.
Sinds de dagen van Jozua, de zoon van Nun, hadden de Israëlieten dat niet meer gedaan.
Er was heel grote blijdschap.
Sinds de dagen van Jozua, de zoon van Nun, hadden de Israëlieten dat niet meer gedaan.
Er was heel grote blijdschap.
Elke dag las men voor uit het wetboek van God, van de eerste dag tot de laatste.
Zij vierden zeven dagen feest, en op de achtste dag een feestelijke slotdag, zoals het hoort.
Zij vierden zeven dagen feest, en op de achtste dag een feestelijke slotdag, zoals het hoort.