Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Nehemia 7

De lijst van wie waren teruggekomen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
De poortwacht van Jeruzalem
Toen de muur gebouwd was, zette ik de deuren erin.
De poortwachters, de zangers en de Levieten werden aangesteld.
Ik gaf de leiding over Jeruzalem aan mijn broer Hanani en aan Hananja, de bevelhebber van de burcht.
Hananja was een betrouwbaar man en had meer ontzag voor God dan veel anderen.
Ik zei tegen hen: Laat de poorten van Jeruzalem pas opengaan als de zon al warm is.
Laat de wachters de deuren sluiten en grendelen terwijl zij er nog staan.
Zet ook wachtposten uit van de inwoners van Jeruzalem, ieder op zijn post en tegenover zijn eigen huis.

De stad was ruim en groot, maar er woonden weinig mensen, en de huizen waren nog niet herbouwd.
Mijn God gaf mij in het hart de edelen, de bestuurders en het volk bijeen te roepen om hen per familie in te schrijven.
Ik vond het geslachtsregister van wie het eerst waren teruggekomen.
Daarin stond het volgende.
De families die terugkeerden
Dit zijn de mensen uit het gewest die terugkwamen uit de ballingschap.
Nebukadnezar, de koning van Babel, had hen weggevoerd.
Zij keerden terug naar Jeruzalem en Juda, ieder naar zijn eigen stad.
Zij kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raämja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehum en Baëna.
Dit is het aantal mannen van het volk van Israël.
De nakomelingen van Parhos: 2.172.
De nakomelingen van Sefatja: 372.
De nakomelingen van Arach: 652.
De nakomelingen van Pahath-Moab, via Jesua en Joab: 2.818.
De nakomelingen van Elam: 1.254.
De nakomelingen van Zatthu: 845.
De nakomelingen van Zakkai: 760.
De nakomelingen van Binnuï: 648.
De nakomelingen van Bebai: 628.
De nakomelingen van Azgad: 2.322.
De nakomelingen van Adonikam: 667.
De nakomelingen van Bigvai: 2.067.
De nakomelingen van Adin: 655.
De nakomelingen van Ater, via Hizkia: 98.
De nakomelingen van Hassum: 328.
De nakomelingen van Bezai: 324.
De nakomelingen van Harif: 112.
De mensen uit Gibeon: 95.
De mannen uit Bethlehem en Netofa: 188.
De mannen uit Anathoth: 128.
De mannen uit Beth-Azmaveth: 42.
De mannen uit Kirjath-Jearim, Cefira en Beëroth: 743.
De mannen uit Rama en Gaba: 620.
De mannen uit Michmas: 122.
De mannen uit Bethel en Ai: 123.
De mannen uit het andere Nebo: 52.
De nakomelingen van de andere Elam: 1.254.
De nakomelingen van Harim: 320.
De mensen uit Jericho: 345.
De mensen uit Lod, Hadid en Ono: 721.
De mensen uit Senaä: 3.930.
Priesters, Levieten en tempelknechten
De priesters: de nakomelingen van Jedaja, van het huis van Jesua: 973.
De nakomelingen van Immer: 1.052.
De nakomelingen van Pashur: 1.247.
De nakomelingen van Harim: 1.017.
De Levieten: de nakomelingen van Jesua, via Kadmiël, uit de familie van Hodeva: 74.
De zangers: de nakomelingen van Asaf: 148.
De poortwachters: de nakomelingen van Sallum, Ater, Talmon, Akkub, Hatita en Sobai: 138.
De tempelknechten: de nakomelingen van Ziha, Hasufa en Tabbaoth,
van Keros, Sia en Padon,
van Lebana, Hagaba en Salmai,
van Hanan, Giddel en Gahar,
van Reaja, Rezin en Nekoda,
van Gazzam, Uzza en Paseah,
van Bezai, de Meünim en de Nefussim,
van Bakbuk, Hakufa en Harhur,
van Bazlith, Mehida en Harsa,
van Barkos, Sisera en Thamah,
van Neziah en Hatifa.
De nakomelingen van de dienaren van Salomo: de nakomelingen van Sotai, Sofereth en Perida,
van Jaëla, Darkon en Giddel,
van Sefatja, Hattil, Pochereth van Zebaïm en Amon.
Alle tempelknechten en nakomelingen van de dienaren van Salomo waren samen met 392.
Wie hun afkomst niet konden aantonen
Ook deze mensen kwamen mee, uit Thel-Melah, Thel-Harsa, Cherub, Addon en Immer.
Zij konden niet aantonen uit welke familie zij kwamen en of zij uit Israël waren.
Het waren de nakomelingen van Delaja, Tobia en Nekoda: 642.
Ook bij de priesters waren er zulke families: de nakomelingen van Habaja, Koz en Barzillai.
Die laatste had een vrouw uit de dochters van Barzillai uit Gilead genomen en was naar hem genoemd.
Zij zochten hun naam in het register, maar die was niet te vinden.
Daarom werden zij als onrein uit het priesterschap geweerd.
De landvoogd zei tegen hen dat zij niet van de allerheiligste gaven mochten eten.
Dat mocht pas als er een priester zou zijn met de urim en de tummim.
De totalen en de gaven
De hele vergadering telde samen 42.360 mensen.
Daar kwamen nog hun slaven en slavinnen bij, 7.337 mensen.
Ook hadden zij 245 zangers en zangeressen.
Zij hadden 736 paarden en 245 muildieren,
435 kamelen en 6.720 ezels.
Een deel van de familiehoofden gaf voor het werk.
De landvoogd gaf voor de kas duizend gouden munten, vijftig sprengschalen en 530 priestergewaden.
Andere familiehoofden gaven voor de kas van het werk 20.000 gouden munten en ongeveer 1,3 ton zilver.
De rest van het volk gaf 20.000 gouden munten, ongeveer 1,1 ton zilver en 67 priestergewaden.
De priesters, de Levieten, de poortwachters, de zangers, een deel van het volk, de tempelknechten en heel Israël woonden in hun steden.

Download hoofdstuk als tekstbestand