Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Nehemia 4

Bouwen met het zwaard bij de hand

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De spot van Sanballat
Toen Sanballat hoorde dat wij de muur bouwden, werd hij woedend.
Hij bespotte de Joden.
In het bijzijn van zijn broers en het leger van Samaria zei hij: Wat doen die zwakke Joden toch?
Laat men hen zomaar begaan?
Gaan zij offeren?
Denken zij het in één dag af te maken?
Maken zij de verbrande stenen uit de puinhopen soms weer levend?

Tobia de Ammoniet stond naast hem en zei: Laat ze maar bouwen.
Als er een vos op springt, breekt hij hun stenen muur al af.

Hoor, onze God, hoe wij veracht worden.
Laat hun spot op hun eigen hoofd terugkomen.
Geef hen als buit in een land van ballingschap.
Dek hun schuld niet toe en wis hun zonde niet uit voor U.
Zij hebben U getergd, recht tegenover de bouwers.
Wij bouwden de muur verder, en de hele muur werd tot op de helft gesloten.
Het volk had er hart voor om te werken.
Een samenzwering
Sanballat, Tobia, de Arabieren, de Ammonieten en de mensen van Asdod hoorden dat het herstel van de muren van Jeruzalem vorderde.
De gaten begonnen dicht te raken, en daar werden zij woedend over.
Zij spanden allemaal samen om tegen Jeruzalem te gaan strijden en verwarring te stichten.
Maar wij baden tot onze God en zetten dag en nacht wachters tegen hen uit.
Toen zei Juda: De kracht van de dragers is op, en er ligt zoveel puin dat wij niet aan de muur kunnen bouwen.
Onze vijanden hadden gezegd: Zij zullen het niet weten of zien, tot wij bij hen zijn.
Dan slaan wij hen dood en leggen wij het werk stil.

De Joden die bij hen woonden, kwamen wel tien keer bij ons.
Zij zeiden dat zij van alle kanten op ons af zouden komen.
Daarom stelde ik het volk op in de lage plekken achter de muur en op de open plaatsen.
Ik zette hen per familie op, met hun zwaarden, speren en bogen.
Ik keek toe, stond op en zei tegen de edelen, de bestuurders en de rest van het volk: Wees niet bang voor hen.
Denk aan de HEERE, die groot en ontzagwekkend is.
Strijd voor uw broers, uw zonen en dochters, uw vrouwen en uw huizen.

Werken met het wapen in de hand
Onze vijanden hoorden dat wij het wisten en dat God hun plan verijdeld had.
Toen gingen wij allemaal terug naar de muur, ieder naar zijn werk.
Vanaf die dag werkte de helft van mijn mannen aan het werk.
De andere helft hield de speren, schilden, bogen en pantsers vast.
De aanvoerders stonden achter heel het huis van Juda.
Wie aan de muur bouwden, wie lasten droegen en wie oplaadden, werkten met één hand.
In de andere hand hielden zij hun wapen.
De bouwers hadden allemaal hun zwaard om hun middel gegord terwijl zij bouwden.
De man die op de hoorn blies, stond naast mij.
Ik zei tegen de edelen, de bestuurders en de rest van het volk: Het werk is groot en uitgestrekt.
Wij staan ver uit elkaar op de muur.

Waar u het geluid van de hoorn hoort, moet u zich bij ons verzamelen.
Onze God zal voor ons strijden.

Zo werkten wij door, en de helft van hen hield de speren vast, van zonsopgang tot de sterren verschenen.
In die tijd zei ik ook tegen het volk: Laat iedereen met zijn knecht binnen Jeruzalem overnachten.
Dan houden zij 's nachts wacht voor ons en werken zij overdag.

Ik, mijn broers, mijn knechten en de wachters achter mij trokken onze kleren niet uit.
Ieder hield zijn wapen bij zich, zelfs als hij water ging halen.

Download hoofdstuk als tekstbestand