Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Mattheüs 27
Jezus wordt gekruisigd, sterft en wordt begraven
Jezus wordt aan Pilatus overgeleverd
Vroeg in de ochtend overlegden alle overpriesters en volksoudsten met elkaar.
Zij besloten Jezus te laten doden.
Zij besloten Jezus te laten doden.
Ze bonden Hem vast, brachten Hem weg en leverden Hem over aan Pontius Pilatus, de gouverneur.
Judas en de Bloedakker
Toen Judas zag dat Jezus veroordeeld was, kreeg hij berouw.
Hij bracht de 30 zilverstukken terug naar de overpriesters en oudsten.
Hij bracht de 30 zilverstukken terug naar de overpriesters en oudsten.
Hij zei: Ik heb gezondigd door onschuldig bloed te verraden.
Maar zij antwoordden: Wat gaat ons dat aan?
Dat is jouw verantwoordelijkheid.
Maar zij antwoordden: Wat gaat ons dat aan?
Dat is jouw verantwoordelijkheid.
Judas gooide de zilverstukken de tempel in en vertrok.
Daarna ging hij weg en hing zichzelf op.
Daarna ging hij weg en hing zichzelf op.
De overpriesters raapten de zilverstukken op en zeiden: We mogen dit geld niet in de offerkist leggen, want het is bloedgeld.
Na overleg kochten ze daarmee de akker van de pottenbakker.
Die moest voortaan dienen als begraafplaats voor vreemdelingen.
Die moest voortaan dienen als begraafplaats voor vreemdelingen.
Daarom heet die akker tot op de dag van vandaag de Bloedakker.
Zo werd vervuld wat de profeet Jeremia had gezegd: Ze namen de 30 zilverstukken.
Dat was de prijs die de Israëlieten hadden vastgesteld voor de Man die zij op waarde schatten.
Dat was de prijs die de Israëlieten hadden vastgesteld voor de Man die zij op waarde schatten.
Met dat geld kochten ze de akker van de pottenbakker, zoals de Heere mij had opgedragen.
Jezus voor Pilatus
Jezus stond voor de gouverneur.
Deze vroeg Hem: Bent U de Koning van de Joden?
Jezus antwoordde: U zegt het.
Deze vroeg Hem: Bent U de Koning van de Joden?
Jezus antwoordde: U zegt het.
De overpriesters en oudsten beschuldigden Hem, maar Hij gaf geen antwoord.
Toen vroeg Pilatus Hem: Hoort U niet hoeveel beschuldigingen zij tegen U inbrengen?
Maar Jezus antwoordde op geen enkele beschuldiging.
Daarover was de gouverneur zeer verbaasd.
Daarover was de gouverneur zeer verbaasd.
Tijdens het feest was het gebruikelijk dat de gouverneur één gevangene vrijliet.
Het volk mocht kiezen wie.
Het volk mocht kiezen wie.
Er zat toen een beruchte gevangene vast die Barabbas heette.
Toen de mensen bijeengekomen waren, vroeg Pilatus: Wie zal ik voor jullie vrijlaten: Barabbas of Jezus, die Christus wordt genoemd?
Hij wist namelijk dat zij Jezus uit afgunst hadden uitgeleverd.
Terwijl Pilatus op de rechterstoel zat, liet zijn vrouw hem een boodschap brengen: Laat die rechtvaardige Man met rust.
Vandaag heeft een droom over Hem mij veel laten lijden.
Vandaag heeft een droom over Hem mij veel laten lijden.
Maar de overpriesters en oudsten haalden de menigte over om Barabbas te kiezen en Jezus te laten doden.
De gouverneur vroeg hun: Wie van deze twee zal ik voor jullie vrijlaten?
Zij antwoordden: Barabbas.
Zij antwoordden: Barabbas.
Pilatus vroeg: Wat moet ik dan doen met Jezus, die Christus wordt genoemd?
Allen riepen: Laat Hem kruisigen!
Allen riepen: Laat Hem kruisigen!
De gouverneur vroeg: Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan?
Maar zij riepen nog harder: Laat Hem kruisigen!
Maar zij riepen nog harder: Laat Hem kruisigen!
Pilatus zag dat hij niets bereikte en dat er juist oproer ontstond.
Hij nam water en waste voor de menigte zijn handen.
Hij zei: Ik ben niet verantwoordelijk voor het bloed van deze rechtvaardige Man.
Het is jullie verantwoordelijkheid.
Hij nam water en waste voor de menigte zijn handen.
Hij zei: Ik ben niet verantwoordelijk voor het bloed van deze rechtvaardige Man.
Het is jullie verantwoordelijkheid.
Het hele volk antwoordde: Laat Zijn bloed dan over ons en onze kinderen komen!
Toen liet Pilatus Barabbas voor hen vrij.
Hij liet Jezus geselen en leverde Hem daarna uit om gekruisigd te worden.
Hij liet Jezus geselen en leverde Hem daarna uit om gekruisigd te worden.
De soldaten bespotten Jezus
De soldaten van de gouverneur brachten Jezus naar het gerechtsgebouw.
Daar verzamelden zij de hele legerafdeling om Hem heen.
Daar verzamelden zij de hele legerafdeling om Hem heen.
Ze trokken Hem Zijn kleren uit en deden Hem een purperrode mantel om.
Ze vlochten een doornenkroon en zetten die op Zijn hoofd.
Ook gaven ze Hem een rietstok in Zijn rechterhand.
Ze knielden spottend voor Hem en zeiden: Gegroet, Koning van de Joden!
Ook gaven ze Hem een rietstok in Zijn rechterhand.
Ze knielden spottend voor Hem en zeiden: Gegroet, Koning van de Joden!
Ze spuugden op Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem ermee op het hoofd.
Nadat zij Hem hadden bespot, deden ze de mantel af en trokken Hem Zijn eigen kleren weer aan.
Daarna leidden ze Hem weg om Hem te kruisigen.
Daarna leidden ze Hem weg om Hem te kruisigen.
Jezus wordt gekruisigd
Toen ze naar buiten gingen, zagen ze Simon uit Cyrene.
Ze dwongen hem het kruis van Jezus te dragen.
Ze dwongen hem het kruis van Jezus te dragen.
Zo kwamen zij bij de plaats Golgotha.
Die naam betekent Schedelplaats.
Die naam betekent Schedelplaats.
Ze gaven Jezus zure wijn te drinken die met gal vermengd was.
Hij proefde ervan, maar wilde die niet drinken.
Hij proefde ervan, maar wilde die niet drinken.
Nadat zij Hem hadden gekruisigd, verdeelden de soldaten Zijn kleren door erom te loten.
Zo werd vervuld wat de profeet had gezegd: Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot over mijn kleding.
Zo werd vervuld wat de profeet had gezegd: Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot over mijn kleding.
Daarna gingen ze zitten en bewaakten Hem.
Boven Zijn hoofd bevestigden ze de geschreven aanklacht: DIT IS JEZUS, DE KONING VAN DE JODEN.
Samen met Hem werden twee misdadigers gekruisigd, één rechts en één links van Hem.
Voorbijgangers beledigden Hem.
Ze schudden hun hoofd en zeiden:
Ze schudden hun hoofd en zeiden:
U zou de tempel afbreken en binnen drie dagen weer opbouwen!
Red Uzelf als U Gods Zoon bent.
Kom van het kruis af!
Red Uzelf als U Gods Zoon bent.
Kom van het kruis af!
Ook de overpriesters, schriftgeleerden, oudsten en farizeeën bespotten Hem.
Zij begonnen tegen elkaar over Hem te spreken.
Zij begonnen tegen elkaar over Hem te spreken.
Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden.
Als Hij de Koning van Israël is, moet Hij nu van het kruis komen.
Dan zullen wij Hem geloven.
Als Hij de Koning van Israël is, moet Hij nu van het kruis komen.
Dan zullen wij Hem geloven.
Hij heeft op God vertrouwd.
Laat God Hem nu redden als God Hem werkelijk goedgezind is.
Want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.
Laat God Hem nu redden als God Hem werkelijk goedgezind is.
Want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.
De misdadigers die met Hem gekruisigd waren, beledigden Hem op dezelfde manier.
Jezus sterft
Vanaf twaalf uur 's middags werd het donker in het hele land.
Die duisternis duurde tot drie uur 's middags.
Die duisternis duurde tot drie uur 's middags.
Rond drie uur riep Jezus luid: Eli, Eli, lama sabachtani?
Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Sommige omstanders hoorden dit en zeiden: Hij roept Elia.
Meteen rende één van hen weg om een spons te halen.
Hij vulde die met zure wijn, stak hem op een rietstok en bood Jezus te drinken aan.
Hij vulde die met zure wijn, stak hem op een rietstok en bood Jezus te drinken aan.
Maar de anderen zeiden: Wacht!
Laten we zien of Elia komt om Hem te redden.
Laten we zien of Elia komt om Hem te redden.
Jezus riep opnieuw met luide stem en blies Zijn laatste adem uit.
Op dat moment scheurde het voorhangsel van de tempel van boven naar beneden in tweeën.
De aarde beefde en de rotsen spleten.
De aarde beefde en de rotsen spleten.
De graven gingen open en de lichamen van veel gestorven heilige mensen werden opgewekt.
Na Jezus' opstanding kwamen zij uit de graven.
Ze gingen de heilige stad binnen en verschenen aan veel mensen.
Ze gingen de heilige stad binnen en verschenen aan veel mensen.
De hoofdman en de mannen die Jezus bewaakten, zagen de aardbeving en alles wat er gebeurde.
Ze werden doodsbang en zeiden: Deze was werkelijk Gods Zoon!
Ze werden doodsbang en zeiden: Deze was werkelijk Gods Zoon!
Veel vrouwen keken op een afstand toe.
Zij waren Jezus vanuit Galilea gevolgd om voor Hem te zorgen.
Zij waren Jezus vanuit Galilea gevolgd om voor Hem te zorgen.
Onder hen waren Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus en Joses.
Ook de moeder van de zonen van Zebedeüs was erbij.
Ook de moeder van de zonen van Zebedeüs was erbij.
Jezus wordt begraven
Toen het avond werd, kwam er een rijke man uit Arimathea.
Hij heette Jozef en was ook een leerling van Jezus.
Hij heette Jozef en was ook een leerling van Jezus.
Jozef ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
Pilatus gaf opdracht het lichaam aan hem te geven.
Pilatus gaf opdracht het lichaam aan hem te geven.
Jozef nam het lichaam en wikkelde het in schoon, fijn linnen.
Hij legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in een rots had laten uithakken.
Daarna rolde hij een grote steen voor de ingang en vertrok.
Daarna rolde hij een grote steen voor de ingang en vertrok.
Maria Magdalena en de andere Maria zaten tegenover het graf.
Het graf wordt bewaakt
De volgende dag, na de voorbereidingsdag, gingen de overpriesters en farizeeën samen naar Pilatus.
Zij zeiden tegen hem: Heer, we herinneren ons dat deze verleider tijdens zijn leven heeft gezegd: Na drie dagen zal ik opstaan.
Geef daarom opdracht het graf tot de derde dag goed te bewaken.
Anders komen Zijn leerlingen misschien 's nachts en stelen Hem.
Dan zeggen ze tegen het volk: Hij is opgestaan uit de dood.
Die laatste misleiding zou erger zijn dan de eerste.
Anders komen Zijn leerlingen misschien 's nachts en stelen Hem.
Dan zeggen ze tegen het volk: Hij is opgestaan uit de dood.
Die laatste misleiding zou erger zijn dan de eerste.
Pilatus antwoordde: Jullie hebben bewakers.
Ga en beveilig het graf zo goed als jullie kunnen.
Ga en beveilig het graf zo goed als jullie kunnen.
Zij gingen naar het graf, verzegelden de steen en lieten de bewakers daar achter.