Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Mattheüs 28

De opstanding en de opdracht aan de leerlingen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Jezus is opgestaan
Na de sabbat begon het op de eerste dag van de week licht te worden.
Maria Magdalena en de andere Maria gingen naar het graf kijken.
Plotseling kwam er een zware aardbeving.
Een engel van de Heere daalde uit de hemel neer.
Hij rolde de steen van de ingang en ging erop zitten.
Zijn uiterlijk leek op een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.
De bewakers beefden van angst voor hem en werden als doden.
De engel zei tegen de vrouwen: Wees niet bang.
Ik weet dat jullie Jezus zoeken, die gekruisigd was.

Hij is hier niet, want Hij is opgestaan, zoals Hij heeft gezegd.
Kom kijken naar de plaats waar de Heere heeft gelegen.

Ga snel naar Zijn leerlingen.
Vertel hun dat Hij uit de dood is opgestaan.
Hij gaat vóór jullie uit naar Galilea.
Daar zullen jullie Hem zien.
Denk eraan: ik heb het jullie gezegd.

De vrouwen verlieten het graf snel, vol ontzag en grote blijdschap.
Ze renden naar de leerlingen om het hun te vertellen.
Terwijl zij onderweg waren om het de leerlingen te vertellen, kwam Jezus hun tegemoet.
Hij zei: Ik groet jullie!
Ze gingen naar Hem toe, grepen Zijn voeten vast en aanbaden Hem.
Toen zei Jezus tegen hen: Wees niet bang.
Ga mijn broers vertellen dat zij naar Galilea moeten gaan.
Daar zullen zij mij zien.

Het verhaal van de bewakers
Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele bewakers naar de stad.
Ze vertelden de overpriesters alles wat er was gebeurd.
De overpriesters kwamen met de oudsten bijeen om te overleggen.
Daarna gaven ze de soldaten veel geld.
Ze zeiden: Vertel iedereen: Zijn leerlingen kwamen 's nachts en stalen Hem terwijl wij sliepen.
Als de gouverneur dit hoort, zullen wij hem overtuigen.
Wij zorgen ervoor dat jullie geen problemen krijgen.

De soldaten namen het geld aan en deden wat hun was opgedragen.
Dit verhaal wordt tot op de dag van vandaag onder de Joden verteld.
Jezus zendt Zijn leerlingen uit
De elf leerlingen gingen naar Galilea.
Ze gingen naar de berg waar Jezus hen had opgedragen te komen.
Toen zij Hem zagen, aanbaden ze Hem.
Toch twijfelden sommigen.
Jezus kwam naar hen toe en zei: Alle macht in de hemel en op aarde is aan mij gegeven.
Ga daarom op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen.
Doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Leer hun alles te gehoorzamen wat ik jullie heb opgedragen.
Denk eraan: ik ben elke dag bij jullie, tot het einde van de wereld.
Amen.

Download hoofdstuk als tekstbestand