Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Mattheüs 25

Waakzaamheid, trouw en het oordeel

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
De tien jonge vrouwen
Dan zal het koninkrijk van de hemel lijken op tien jonge vrouwen.
Zij namen hun lampen mee en gingen de bruidegom tegemoet.

Vijf van hen waren verstandig en vijf onverstandig.
De onverstandige vrouwen namen hun lampen mee, maar geen extra olie.
De verstandige vrouwen namen naast hun lampen ook kruikjes met olie mee.
De bruidegom bleef lang weg.
Daardoor werden ze allemaal slaperig en vielen in slaap.

Om middernacht klonk er plotseling een roep: Kijk, de bruidegom komt!
Ga hem tegemoet!

Toen stonden alle jonge vrouwen op en maakten hun lampen gereed.
De onverstandige vrouwen zeiden tegen de verstandige: Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan uit.
Maar de verstandige vrouwen antwoordden: Nee, anders is er misschien niet genoeg voor ons én voor jullie.
Ga liever naar de verkopers en koop zelf olie.

Terwijl zij olie gingen kopen, kwam de bruidegom.
De vrouwen die klaarstonden, gingen met hem naar het bruiloftsfeest.
Daarna werd de deur gesloten.

Later kwamen ook de andere vrouwen.
Zij riepen: Heer, heer, doe voor ons open!

Maar hij antwoordde: Ik verzeker jullie: ik ken jullie niet.
Blijf dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk uur de Mensenzoon komt.
De dienaren en de talenten
Het zal ook zijn als bij een man die naar het buitenland vertrok.
Hij riep zijn dienaren en vertrouwde hun zijn bezit toe.

De ene gaf hij vijf talenten aan geld, de tweede twee en de derde één.
Ieder kreeg wat bij zijn vermogen paste.
Meteen daarna vertrok hij.

De dienaar met vijf talenten ging er meteen mee handelen en verdiende er vijf talenten bij.
Zo verdiende ook de dienaar met twee talenten er twee bij.
Maar de dienaar met één talent groef een gat in de grond en verborg daarin het geld van zijn heer.
Na lange tijd kwam de heer van die dienaren terug en rekende met hen af.
De dienaar die vijf talenten had gekregen, bracht vijf talenten extra en zei: Heer, u gaf mij vijf talenten.
Kijk, ik heb er vijf bijverdiend.

Zijn heer zei tegen hem: Uitstekend!
Je bent een goede en trouwe dienaar.
Over iets kleins was je trouw, daarom zal ik je veel toevertrouwen.
Kom en deel in mijn vreugde.

Ook de dienaar met twee talenten kwam en zei: Heer, u gaf mij twee talenten.
Kijk, ik heb er twee bijverdiend.

Zijn heer zei tegen hem: Uitstekend!
Je bent een goede en trouwe dienaar.
Over iets kleins was je trouw, daarom zal ik je veel toevertrouwen.
Kom en deel in mijn vreugde.

Daarna kwam de dienaar met één talent en zei: Heer, ik wist dat u hard bent: u oogst waar u niet zaait.
Ook verzamelt u waar u niets uitstrooit.

Ik was bang.
Daarom verborg ik uw talent in de grond.
Hier hebt u terug wat van u is.

Zijn heer antwoordde: Slechte en luie dienaar!
Je wist dus dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb en verzamel waar ik niets uitstrooide.

Dan had je mijn geld bij de bank moeten brengen.
Bij mijn terugkomst had ik het met rente kunnen terugkrijgen.

Neem daarom het talent van hem af en geef het aan de dienaar die tien talenten heeft.
Want wie iets heeft, krijgt er meer bij en zal overvloed hebben.
Maar wie niets heeft, raakt zelfs kwijt wat hij heeft.

Gooi die nutteloze dienaar buiten, de duisternis in.
Daar zal hij huilen en knarsetanden.

De Mensenzoon oordeelt over de volken
Wanneer de Mensenzoon in Zijn heerlijkheid komt, samen met alle heilige engelen, zal Hij op Zijn heerlijke troon plaatsnemen.
Alle volken zullen voor Hem worden samengebracht.
Hij zal de mensen van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.

De schapen zal Hij rechts van zich zetten en de bokken links.
Dan zal de Koning tegen de mensen aan Zijn rechterhand zeggen: Kom, jullie die door mijn Vader gezegend zijn.
Neem het koninkrijk in bezit dat vanaf de grondlegging van de wereld voor jullie bestemd is.

Want ik had honger en jullie gaven mij te eten.
Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken.
Ik was vreemdeling en jullie ontvingen mij gastvrij.

Ik had geen kleren en jullie kleedden mij.
Ik was ziek en jullie bezochten mij.
Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.

Dan zullen de rechtvaardigen Hem vragen: Heere, wanneer zagen wij dat U honger had en gaven wij U te eten?
Wanneer had U dorst en gaven wij U te drinken?

Wanneer zagen wij U als vreemdeling en ontvingen wij U gastvrij?
Wanneer had U geen kleren en kleedden wij U?

Wanneer zagen wij U ziek of in de gevangenis en kwamen wij naar U toe?
De Koning zal hun antwoorden: Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze minste broers van mij deden, deden jullie voor mij.
Daarna zal Hij tegen de mensen aan Zijn linkerhand zeggen: Ga weg van mij, vervloekten!
Ga naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is klaargemaakt.

Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten.
Ik had dorst en jullie gaven mij niet te drinken.

Ik was vreemdeling en jullie ontvingen mij niet.
Ik had geen kleren en jullie kleedden mij niet.
Ik was ziek en gevangen, maar jullie bezochten mij niet.

Dan zullen ook zij Hem vragen: Heere, wanneer zagen wij U hongerig, dorstig, als vreemdeling, zonder kleren, ziek of gevangen?
Wanneer hebben wij U niet geholpen?

Dan zal Hij hun antwoorden: Ik verzeker jullie: alles wat jullie niet voor een van deze minsten deden, deden jullie ook niet voor mij.
Zij zullen de eeuwige straf ingaan, maar de rechtvaardigen het eeuwige leven.

Download hoofdstuk als tekstbestand