Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Markus 16

Jezus staat op en stuurt Zijn leerlingen de wereld in

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
De vrouwen vinden het lege graf
Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus, en Salome geurige kruiden.
Daarmee wilden ze Jezus gaan zalven.
Heel vroeg op de eerste dag van de week gingen ze naar het graf.
De zon kwam net op.
Onderweg zeiden ze tegen elkaar: Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?
Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de zeer grote steen al weggerold was.
Ze gingen het graf binnen en zagen rechts een jonge man zitten.
Hij droeg een lang wit gewaad.
De vrouwen schrokken hevig.
De jonge man zei tegen hen: Schrik niet.
Jullie zoeken Jezus uit Nazareth, die gekruisigd is.
Hij is opgestaan!
Hij is niet hier.
Kijk, dit is de plaats waar ze Hem hebben neergelegd.

Ga nu naar Zijn leerlingen en Petrus.
Vertel hun dat Hij vóór jullie uit naar Galilea gaat.
Daar zullen jullie Hem zien, zoals Hij jullie heeft gezegd.

De vrouwen vluchtten snel bij het graf vandaan.
Ze beefden en waren buiten zichzelf van schrik.
Ze zeiden niemand iets, want ze waren bang.
Jezus verschijnt aan Zijn volgelingen
Nadat Jezus vroeg op de eerste dag van de week was opgestaan, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena.
Uit haar had Hij zeven demonen verdreven.
Zij ging het vertellen aan de mensen die bij Hem waren geweest.
Zij rouwden en huilden.
Toen zij hoorden dat Hij leefde en dat Maria Hem had gezien, geloofden ze het niet.
Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen.
Zij waren te voet onderweg naar het platteland.
Ook zij gingen het aan de anderen vertellen, maar de anderen geloofden hen evenmin.
Later verscheen Jezus aan de elf terwijl zij aan tafel zaten.
Hij verweet hun dat ze ongelovig en hard van hart waren.
Ze hadden de mensen die Hem na Zijn opstanding hadden gezien niet geloofd.
Jezus geeft Zijn leerlingen een wereldwijde opdracht
Jezus zei tegen hen: Ga de hele wereld in en verkondig het goede nieuws aan iedereen.
Wie gelooft en gedoopt wordt, zal gered worden.
Maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.

De mensen die geloven, zullen herkenbaar zijn aan deze tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven en in nieuwe talen spreken.
Ze zullen slangen oppakken.
Als ze iets dodelijks drinken, zal het hun niet schaden.
Ze zullen zieken de handen opleggen en die zullen genezen.

De Heere wordt opgenomen en Zijn leerlingen gaan op weg
Nadat de Heere met hen had gesproken, werd Hij opgenomen in de hemel.
Daar ging Hij aan Gods rechterhand zitten.
De leerlingen gingen overal het goede nieuws verkondigen.
De Heere werkte met hen mee en bevestigde hun boodschap door de tekenen die daarop volgden.
Amen.

Download hoofdstuk als tekstbestand