Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Markus 15
Jezus wordt gekruisigd, sterft en wordt begraven
Pilatus veroordeelt Jezus
Heel vroeg in de morgen kwamen de overpriesters, oudsten, schriftgeleerden en de hele raad bijeen.
Ze overlegden en namen een besluit.
Daarna boeiden ze Jezus, brachten Hem weg en leverden Hem aan Pilatus uit.
Ze overlegden en namen een besluit.
Daarna boeiden ze Jezus, brachten Hem weg en leverden Hem aan Pilatus uit.
Pilatus vroeg Hem: Bent U de Koning van de Joden?
Jezus antwoordde: Dat zegt u.
Jezus antwoordde: Dat zegt u.
De overpriesters beschuldigden Hem van veel dingen, maar Hij antwoordde niets.
Pilatus vroeg Hem opnieuw: Geeft U geen antwoord?
Hoor hoeveel beschuldigingen zij tegen U inbrengen!
Hoor hoeveel beschuldigingen zij tegen U inbrengen!
Maar Jezus gaf geen enkel antwoord meer.
Daarover was Pilatus verbaasd.
Daarover was Pilatus verbaasd.
Tijdens het feest liet Pilatus altijd één gevangene vrij.
Het volk mocht kiezen wie.
Het volk mocht kiezen wie.
Barabbas zat gevangen met andere opstandelingen.
Zij hadden tijdens een opstand iemand gedood.
Zij hadden tijdens een opstand iemand gedood.
De menigte begon Pilatus toe te roepen dat hij weer moest doen wat hij altijd voor hen deed.
Pilatus antwoordde hun: Willen jullie dat ik de Koning van de Joden vrijlaat?
Hij wist namelijk dat de overpriesters Jezus uit afgunst hadden uitgeleverd.
Maar de overpriesters stookten de menigte op om Barabbas vrij te laten.
Pilatus vroeg hun opnieuw: Wat moet ik dan doen met Hem die jullie de Koning van de Joden noemen?
De menigte schreeuwde opnieuw: Kruisig Hem!
Pilatus vroeg: Wat heeft Hij dan verkeerd gedaan?
Maar zij schreeuwden nog harder: Kruisig Hem!
Maar zij schreeuwden nog harder: Kruisig Hem!
Pilatus wilde de menigte tevredenstellen.
Hij liet Barabbas vrij, liet Jezus geselen en leverde Hem uit om gekruisigd te worden.
Hij liet Barabbas vrij, liet Jezus geselen en leverde Hem uit om gekruisigd te worden.
De soldaten bespotten Jezus
De soldaten brachten Jezus het gerechtsgebouw binnen en riepen de hele legerafdeling bijeen.
Ze deden Hem een purperen mantel om en zetten een gevlochten doornenkroon op Zijn hoofd.
Daarna begonnen ze Hem spottend te groeten: Gegroet, Koning van de Joden!
Ze sloegen Hem met een rietstok op Zijn hoofd en spuugden op Hem.
Daarna knielden ze neer en deden alsof ze Hem aanbaden.
Daarna knielden ze neer en deden alsof ze Hem aanbaden.
Nadat zij Hem hadden bespot, trokken ze de purperen mantel uit en deden Hem Zijn eigen kleren aan.
Daarna leidden ze Hem weg om Hem te kruisigen.
Daarna leidden ze Hem weg om Hem te kruisigen.
Jezus wordt gekruisigd
Simon uit Cyrene kwam net van het land en liep voorbij.
Hij was de vader van Alexander en Rufus.
De soldaten dwongen hem Jezus' kruis te dragen.
Hij was de vader van Alexander en Rufus.
De soldaten dwongen hem Jezus' kruis te dragen.
Ze brachten Jezus naar Golgotha.
Die naam betekent Schedelplaats.
Die naam betekent Schedelplaats.
Daar gaven ze Hem wijn met mirre, maar Hij nam die niet aan.
Nadat zij Hem hadden gekruisigd, verdeelden zij Zijn kleren.
Ze wierpen het lot om te bepalen wat ieder kreeg.
Ze wierpen het lot om te bepalen wat ieder kreeg.
Het was ongeveer negen uur 's morgens toen zij Hem kruisigden.
Boven Hem stond de aanklacht geschreven: DE KONING VAN DE JODEN.
Samen met Hem kruisigden ze twee misdadigers, één rechts en één links van Hem.
Zo ging dit woord uit de Schrift in vervulling: Hij werd onder de misdadigers gerekend.
De voorbijgangers beledigden Hem.
Ze schudden hun hoofd en zeiden: Ha!
U zou de tempel afbreken en hem in drie dagen weer opbouwen.
Ze schudden hun hoofd en zeiden: Ha!
U zou de tempel afbreken en hem in drie dagen weer opbouwen.
Red Uzelf en kom van het kruis af!
Ook de overpriesters en schriftgeleerden bespotten Hem.
Ze zeiden tegen elkaar: Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden.
Ze zeiden tegen elkaar: Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden.
Laat de Christus, de Koning van Israël, nu van het kruis afkomen.
Dan kunnen wij het zien en geloven.
Ook de twee mannen die met Hem gekruisigd waren, beledigden Hem.
Dan kunnen wij het zien en geloven.
Ook de twee mannen die met Hem gekruisigd waren, beledigden Hem.
Jezus sterft
Vanaf twaalf uur 's middags werd het donker in het hele land.
Dat duurde tot drie uur 's middags.
Dat duurde tot drie uur 's middags.
Rond drie uur riep Jezus luid: Eloï, Eloï, lama sabachtani?
Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Sommige omstanders hoorden dit en zeiden: Hij roept Elia!
Iemand rende weg, vulde een spons met zure wijn en stak hem op een rietstok.
Hij bood Jezus ervan te drinken aan en zei: Wacht, laten we zien of Elia komt om Hem eraf te halen.
Hij bood Jezus ervan te drinken aan en zei: Wacht, laten we zien of Elia komt om Hem eraf te halen.
Jezus gaf een luide schreeuw en blies Zijn laatste adem uit.
Het voorhangsel van de tempel scheurde van boven naar beneden in tweeën.
De hoofdman stond tegenover Jezus en zag hoe Hij stierf na die luide schreeuw.
Hij zei: Deze mens was werkelijk Gods Zoon!
Hij zei: Deze mens was werkelijk Gods Zoon!
Ook enkele vrouwen keken van een afstand toe.
Onder hen waren Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus de jongere en Joses, en Salome.
Onder hen waren Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus de jongere en Joses, en Salome.
Zij hadden Jezus al in Galilea gevolgd en voor Hem gezorgd.
Veel andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem waren gekomen, waren er ook.
Veel andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem waren gekomen, waren er ook.
Jozef legt Jezus in een graf
Het werd avond.
Het was de voorbereidingsdag, de dag voor de sabbat.
Het was de voorbereidingsdag, de dag voor de sabbat.
Jozef uit Arimathea kwam naar Pilatus.
Hij was een gerespecteerd lid van de raad en verwachtte ook Gods koninkrijk.
Moedig vroeg hij Pilatus om het lichaam van Jezus.
Hij was een gerespecteerd lid van de raad en verwachtte ook Gods koninkrijk.
Moedig vroeg hij Pilatus om het lichaam van Jezus.
Pilatus was verbaasd dat Jezus al dood was.
Hij liet de hoofdman roepen en vroeg of Jezus al enige tijd gestorven was.
Hij liet de hoofdman roepen en vroeg of Jezus al enige tijd gestorven was.
Nadat de hoofdman hem had ingelicht, gaf Pilatus het lichaam aan Jozef.
Jozef kocht fijn linnen, nam Jezus van het kruis en wikkelde Hem erin.
Hij legde Hem in een graf dat uit de rots gehouwen was.
Daarna rolde hij een steen voor de ingang.
Hij legde Hem in een graf dat uit de rots gehouwen was.
Daarna rolde hij een steen voor de ingang.
Maria Magdalena en Maria, de moeder van Joses, zagen waar Jezus werd neergelegd.