Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Markus 14

Jezus wordt gezalfd, verraden, gevangengenomen en verhoord

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 10 minuten
De leiders maken een plan tegen Jezus
Over twee dagen was het Pascha, het feest van de ongezuurde broden.
De overpriesters en schriftgeleerden zochten een slimme manier om Jezus gevangen te nemen en te doden.
Maar niet tijdens het feest, want anders ontstaat er misschien een volksoproer.
Een vrouw zalft Jezus in Bethanië
Jezus was in Bethanië, in het huis van Simon de melaatse.
Terwijl Hij aan tafel zat, kwam een vrouw met een albasten fles vol kostbare, zuivere nardusolie.
Ze brak de fles open en goot de olie over Zijn hoofd.
Sommige aanwezigen werden boos en zeiden tegen elkaar: Waarom wordt deze kostbare olie zo verspild?
Ze zeiden: Deze olie had voor meer dan 300 penningen verkocht kunnen worden.
Het geld had aan de armen gegeven kunnen worden.

Ze vielen fel tegen de vrouw uit.
Jezus zei: Laat haar met rust.
Waarom vallen jullie haar lastig?
Ze heeft iets goeds voor mij gedaan.

De armen zullen altijd bij jullie zijn.
Jullie kunnen hun helpen wanneer jullie maar willen.
Maar mij hebben jullie niet altijd bij jullie.

Zij heeft gedaan wat zij kon.
Ze heeft mijn lichaam vooraf gezalfd als voorbereiding op mijn begrafenis.

Ik verzeker jullie: overal ter wereld waar het goede nieuws bekendgemaakt wordt, zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.
Judas besluit Jezus te verraden
Judas Iskariot, een van de twaalf, ging naar de overpriesters om Jezus aan hen uit te leveren.
Toen zij dit hoorden, waren ze blij en beloofden hem geld te geven.
Vanaf dat moment zocht Judas een geschikte gelegenheid om Jezus uit te leveren.
De leerlingen bereiden het Pascha
Op de eerste dag van het feest van de ongezuurde broden werd het paaslam geslacht.
De leerlingen vroegen Jezus: Waar wilt U dat wij het Pascha voor U voorbereiden?
Jezus stuurde twee van Zijn leerlingen op weg en zei: Ga de stad in.
Daar komt een man met een kruik water jullie tegemoet.
Volg hem.

Waar hij binnengaat, moeten jullie tegen de eigenaar zeggen: De Meester zegt: Waar is de eetzaal waar ik met mijn leerlingen het Pascha zal eten?
Hij zal jullie een grote bovenzaal laten zien die helemaal ingericht en gereed is.
Maak daar alles voor ons klaar.

De leerlingen vertrokken en gingen de stad in.
Zij vonden alles zoals Jezus had gezegd en maakten het Pascha klaar.
Jezus eet met de twaalf
Toen het avond was geworden, kwam Jezus met de twaalf.
Terwijl ze aan tafel zaten en aten, zei Jezus: Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden, iemand die met mij eet.
Ze werden verdrietig en vroegen Hem een voor een: Ik ben het toch niet?
Jezus antwoordde: Het is een van de twaalf, iemand die samen met mij zijn brood in de schaal doopt.
De Mensenzoon gaat heen zoals over Hem geschreven staat.
Maar wat verschrikkelijk voor de man die Hem verraadt!
Voor hem was het beter als hij nooit geboren was.

Terwijl ze aten, nam Jezus brood en sprak de zegen uit.
Hij brak het, gaf het aan hen en zei: Neem en eet.
Dit is mijn lichaam.

Daarna nam Hij de beker, sprak het dankgebed uit en gaf hem aan hen.
Ze dronken er allemaal uit.
Jezus zei: Dit is mijn bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen wordt vergoten.
Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken.
Ik drink er pas weer van wanneer ik die nieuw drink in Gods koninkrijk.

Jezus voorzegt dat Zijn leerlingen zullen vluchten
Nadat zij de lofzang hadden gezongen, gingen ze naar de Olijfberg.
Jezus zei tegen hen: Jullie zullen vannacht allemaal door mij ten val komen.
Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen zullen uiteengedreven worden.

Maar nadat ik ben opgestaan, zal ik voor jullie uit naar Galilea gaan.
Petrus zei tegen Hem: Ook als alle anderen door U ten val komen, ik niet.
Jezus antwoordde: Ik verzeker je: nog deze nacht, voordat de haan twee keer kraait, zul je mij drie keer verloochenen.
Petrus hield nog sterker vol: Al moest ik met U sterven, ik zal U nooit verloochenen!
De andere leerlingen zeiden hetzelfde.
Jezus bidt in Gethsemane
Ze kwamen bij een plek die Gethsemane heette.
Jezus zei tegen Zijn leerlingen: Blijf hier zitten terwijl ik ga bidden.
Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee.
Jezus werd diep onrustig en angstig.
Hij zei tegen hen: Mijn ziel is diepbedroefd, tot de dood toe.
Blijf hier en blijf wakker.

Hij liep een eindje verder, viel op de grond en bad dat dit uur, als het mogelijk was, aan Hem voorbij mocht gaan.
Hij zei: Abba, Vader, voor U is alles mogelijk.
Neem deze beker van mij weg.
Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat U wilt.

Jezus kwam terug en vond de drie slapend.
Hij zei tegen Petrus: Simon, slaap je?
Kon je niet één uur wakker blijven?

Blijf wakker en bid, zodat jullie niet in verzoeking komen.
De geest wil wel, maar het lichaam is zwak.

Hij ging opnieuw weg en bad met dezelfde woorden.
Toen Hij terugkwam, vond Hij hen opnieuw slapend.
Hun ogen vielen dicht en ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden.
Voor de derde keer kwam Hij terug en zei: Slaap nu maar verder en rust uit.
Het is genoeg.
Het uur is gekomen.
Kijk, de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan zondige mensen.

Sta op, laten we gaan.
Kijk, mijn verrader is vlakbij.

Jezus wordt gevangengenomen
Jezus sprak nog toen Judas eraan kwam, een van de twaalf.
Bij hem was een grote groep met zwaarden en stokken.
Ze waren gestuurd door de overpriesters, schriftgeleerden en oudsten.
De verrader had hun van tevoren een teken gegeven: Degene die ik kus, is het.
Grijp Hem en breng Hem goed bewaakt weg.

Judas liep meteen naar Jezus toe, zei: Rabbi!
en kuste Hem.
De mannen grepen Jezus en hielden Hem vast.
Een van de omstanders trok zijn zwaard.
Hij sloeg de dienaar van de hogepriester en hakte zijn oor af.
Jezus zei tegen de mannen: Jullie zijn met zwaarden en stokken gekomen om mij te arresteren, alsof ik een misdadiger ben.
Elke dag was ik bij jullie in de tempel en gaf daar onderwijs.
Toen hebben jullie mij niet gevangengenomen.
Maar dit gebeurt zodat de Schriften vervuld worden.

Toen lieten alle leerlingen Hem in de steek en vluchtten weg.
Een jonge man volgde Jezus met alleen een linnen doek om zijn blote lichaam.
De jonge mannen grepen hem.
Maar hij liet de doek achter en vluchtte naakt bij hen vandaan.
Jezus wordt door de raad verhoord
Ze brachten Jezus naar de hogepriester.
Daar kwamen alle overpriesters, oudsten en schriftgeleerden bijeen.
Petrus volgde Hem op een afstand tot op de binnenplaats van de hogepriester.
Hij ging bij de dienaren zitten en warmde zich bij het vuur.
De overpriesters en de hele raad zochten een getuigenverklaring tegen Jezus waarmee ze Hem ter dood konden veroordelen.
Maar ze vonden niets.
Veel mensen legden een valse verklaring tegen Hem af, maar hun verklaringen kwamen niet met elkaar overeen.
Toen stonden enkele mannen op en legden deze valse verklaring tegen Hem af:
Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal deze met mensenhanden gemaakte tempel afbreken.
In drie dagen zal ik een andere bouwen, niet door mensenhanden gemaakt.

Maar ook hun verklaringen kwamen niet met elkaar overeen.
De hogepriester stond midden in de vergadering op en vroeg Jezus: Geeft U geen antwoord?
Wat getuigen deze mensen tegen U?

Maar Jezus bleef zwijgen en gaf geen antwoord.
De hogepriester vroeg Hem opnieuw: Bent U de Christus, de Zoon van de gezegende God?
Jezus antwoordde: Ik ben het.
Jullie zullen de Mensenzoon aan de rechterhand van Gods macht zien zitten en Hem met de wolken van de hemel zien komen.

Toen scheurde de hogepriester zijn kleren en zei: Waarvoor hebben we nog getuigen nodig?
Jullie hebben de godslastering gehoord.
Wat vinden jullie ervan?

Ze veroordeelden Hem allemaal als schuldig en vonden dat Hij moest sterven.
Sommige mannen begonnen Hem te bespuwen.
Ze bedekten Zijn gezicht, sloegen Hem met hun vuisten en zeiden: Profeteer!
Ook de dienaren sloegen Hem in het gezicht.
Petrus ontkent dat hij Jezus kent
Terwijl Petrus beneden op de binnenplaats was, kwam een van de dienstmeisjes van de hogepriester naar hem toe.
Ze zag Petrus zich bij het vuur warmen, keek hem aan en zei: Jij hoorde ook bij Jezus uit Nazareth.
Petrus ontkende het en zei: Ik ken Hem niet en begrijp niet waar je het over hebt.
Hij ging naar het voorportaal.
Toen kraaide de haan.
Het dienstmeisje zag hem daar en zei opnieuw tegen de omstanders: Deze man hoort bij hen.
Petrus ontkende het opnieuw.
Even later zeiden de omstanders weer tegen hem: Jij hoort echt bij hen, want je bent een Galileeër en je spreekt net als zij.
Toen begon Petrus zichzelf te vervloeken en zwoer: Ik ken die man niet over wie jullie spreken!
De haan kraaide voor de tweede keer.
Petrus herinnerde zich wat Jezus tegen hem had gezegd: Voordat de haan twee keer kraait, zul je mij drie keer verloochenen.
Hij ging naar buiten en begon te huilen.

Download hoofdstuk als tekstbestand