Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Markus 11

De Koning komt naar Jeruzalem en reinigt de tempel

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Jezus rijdt Jeruzalem binnen
Toen ze Jeruzalem naderden, kwamen ze bij Bethfagé en Bethanië, aan de Olijfberg.
Jezus stuurde twee van Zijn leerlingen vooruit.
Hij zei tegen hen: Ga naar het dorp tegenover jullie.
Zodra jullie daar binnenkomen, vinden jullie een vastgebonden veulen waarop nog nooit iemand heeft gezeten.
Maak het los en breng het hier.

Als iemand jullie vraagt: Waarom doen jullie dat?
antwoord dan: De Heere heeft het nodig.
Daarna zal hij het meteen hierheen sturen.

Ze gingen op weg en vonden het veulen buiten bij een deur, vastgebonden langs de weg.
Ze maakten het los.
Enkele omstanders vroegen: Wat doen jullie daar?
Waarom maken jullie het veulen los?

Ze antwoordden zoals Jezus had gezegd.
Toen lieten de mensen hen gaan.
Ze brachten het veulen bij Jezus en legden hun mantels erop.
Jezus ging erop zitten.
Veel mensen spreidden hun mantels over de weg.
Anderen hakten takken van de bomen en legden die op de weg.
De mensen die voor Hem uitliepen en achter Hem aankwamen, riepen: Hosanna!
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heere!

Gezegend is het komende koninkrijk van onze vader David!
Hosanna in de hoogste hemel!

Jezus ging Jeruzalem binnen en bezocht de tempel.
Nadat Hij alles had bekeken, vertrok Hij met de twaalf naar Bethanië.
Het was inmiddels avond.
De vijgenboom zonder vrucht
De volgende dag verlieten ze Bethanië.
Jezus kreeg honger.
In de verte zag Hij een vijgenboom met bladeren.
Hij ging kijken of er iets aan groeide.
Maar Hij vond alleen bladeren, want het was niet de tijd voor vijgen.
Jezus zei tegen de boom: Nooit meer zal iemand vruchten van je eten!
Zijn leerlingen hoorden dit.
Jezus reinigt de tempel
Ze kwamen in Jeruzalem.
Jezus ging de tempel binnen en joeg de kopers en verkopers eruit.
Hij gooide de tafels van geldwisselaars en de stoelen van duivenverkopers om.
Hij stond niet toe dat iemand goederen door de tempel droeg.
Hij leerde de mensen: Er staat geschreven: Mijn huis zal voor alle volken een huis van gebed heten.
Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt.

De schriftgeleerden en overpriesters hoorden dit en zochten een manier om Hem te doden.
Ze waren bang voor Hem, want de hele menigte was diep onder de indruk van Zijn onderwijs.
Toen het avond werd, verliet Jezus de stad.
Geloof, gebed en vergeving
De volgende ochtend kwamen ze langs de vijgenboom.
Ze zagen dat hij vanaf zijn wortels was verdord.
Petrus herinnerde zich wat Jezus had gezegd en zei tegen Hem: Rabbi, kijk!
De vijgenboom die U hebt vervloekt, is verdord.

Jezus antwoordde: Vertrouw op God.
Ik verzeker jullie: iemand kan tegen deze berg zeggen: Kom van je plaats en stort je in zee.
Als hij niet twijfelt, maar gelooft dat het gebeurt, zal het gebeuren.

Daarom zeg ik jullie: geloof dat jullie alles wat jullie in gebed vragen, zullen ontvangen.
Dan zal het jullie gegeven worden.

Wanneer jullie staan te bidden, vergeef dan iemand tegen wie jullie iets hebben.
Dan zal ook jullie Vader in de hemel jullie overtredingen vergeven.

Maar als jullie niet vergeven, zal jullie Vader in de hemel jullie overtredingen ook niet vergeven.
De leiders betwisten Jezus’ gezag
Ze kwamen weer in Jeruzalem.
Terwijl Jezus door de tempel liep, kwamen de overpriesters, schriftgeleerden en oudsten naar Hem toe.
Ze vroegen: Met welk gezag doet U deze dingen?
Wie heeft U het gezag gegeven om dit te doen?

Jezus antwoordde: Ik stel jullie ook één vraag.
Geef mij antwoord, dan vertel ik met welk gezag ik deze dingen doe.

Kwam de doop van Johannes uit de hemel of van mensen?
Geef mij antwoord.

Ze overlegden met elkaar: Als we zeggen: Uit de hemel, dan zal Hij vragen: Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?
Maar als we zeggen: Uit mensen...
Ze waren bang voor het volk, want iedereen hield Johannes voor een echte profeet.
Daarom antwoordden ze Jezus: Wij weten het niet.
Jezus zei tegen hen: Dan vertel ik jullie ook niet met welk gezag ik deze dingen doe.

Download hoofdstuk als tekstbestand