Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Markus 10

Jezus leert over trouw, bezit en dienen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 7 minuten
Jezus spreekt over huwelijk en trouw
Jezus vertrok vandaar en ging naar het gebied van Judea, aan de overkant van de Jordaan.
Opnieuw kwamen er mensen naar Hem toe.
Zoals gewoonlijk leerde Hij hen.
Enkele farizeeën kwamen naar Hem toe en vroegen om Hem te testen: Mag een man van zijn vrouw scheiden?
Hij antwoordde: Wat heeft Mozes jullie opgedragen?
Ze antwoordden: Mozes stond toe een scheidingsbrief te schrijven en haar weg te sturen.
Jezus zei tegen hen: Mozes schreef dit voorschrift voor jullie omdat jullie harten zo hard zijn.
Maar vanaf het begin van de schepping maakte God mensen als man en vrouw.
Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw verbinden.
Die twee zullen één lichaam worden.
Zo zijn zij niet langer twee, maar één.

Wat God heeft samengevoegd, mag een mens niet scheiden.
Later, in huis, vroegen Zijn leerlingen Hem opnieuw hierover.
Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw wegstuurt en met een ander trouwt, pleegt overspel tegen haar.
En als een vrouw haar man wegstuurt en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.
Jezus zegent de kinderen
De mensen brachten kinderen bij Jezus, zodat Hij hen zou aanraken.
Maar de leerlingen wezen de mensen terecht.
Toen Jezus dit zag, was Hij verontwaardigd.
Hij zei tegen Zijn leerlingen: Laat de kinderen bij mij komen.
Houd ze niet tegen, want Gods koninkrijk behoort aan mensen zoals zij.

Ik verzeker jullie: wie Gods koninkrijk niet ontvangt zoals een kind, zal er beslist niet binnengaan.
Hij nam de kinderen in Zijn armen, legde Zijn handen op hen en zegende hen.
Een rijke man vraagt naar het eeuwige leven
Toen Jezus weer op weg ging, kwam iemand aanrennen.
De man knielde voor Hem en vroeg: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven als erfenis te ontvangen?
Jezus antwoordde: Waarom noemt u mij goed?
Niemand is goed behalve God alleen.

De geboden kent u: Pleeg geen overspel, dood niet, steel niet, leg geen vals getuigenis af en benadeel niemand.
Eer uw vader en moeder.

De man antwoordde: Meester, sinds mijn jeugd heb ik mij aan al deze geboden gehouden.
Jezus keek hem aan en kreeg hem lief.
Hij zei: Eén ding ontbreekt u.
Ga weg, verkoop alles wat u hebt en geef de opbrengst aan de armen.
Dan zult u een schat in de hemel hebben.
Kom daarna, neem het kruis op en volg mij.

De man werd somber door deze woorden en ging verdrietig weg, want hij bezat veel.
Jezus keek om zich heen en zei tegen Zijn leerlingen: Wat is het moeilijk voor rijke mensen om Gods koninkrijk binnen te gaan!
De leerlingen schrokken van Zijn woorden.
Jezus zei opnieuw: Kinderen, wat is het moeilijk voor mensen die op hun rijkdom vertrouwen om Gods koninkrijk binnen te gaan!
Een kameel gaat gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke Gods koninkrijk binnengaat.
De leerlingen waren nog meer verbijsterd en zeiden tegen elkaar: Wie kan dan gered worden?
Jezus keek hen aan en zei: Voor mensen is dit onmogelijk, maar voor God niet.
Voor God is alles mogelijk.

Petrus begon tegen Hem te zeggen: Kijk, wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd.
Jezus antwoordde: Ik verzeker jullie: iedereen die om mij en het goede nieuws huis, broers, zussen, vader, moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft verlaten,
zal nu 100 keer zoveel ontvangen: huizen, broers, zussen, moeders, kinderen en akkers, maar ook vervolgingen.
In de toekomstige wereld ontvangt hij het eeuwige leven.

Maar veel eersten zullen de laatsten zijn en veel laatsten de eersten.
Jezus kondigt opnieuw Zijn lijden aan
Ze waren onderweg naar Jeruzalem.
Jezus liep voor hen uit.
De leerlingen waren verbaasd en degenen die volgden, waren bang.
Jezus nam de twaalf weer apart en vertelde wat Hem zou overkomen.
Hij zei: Kijk, wij gaan naar Jeruzalem.
De Mensenzoon zal aan de overpriesters en schriftgeleerden worden overgeleverd.
Zij zullen Hem ter dood veroordelen en aan de heidenen overleveren.

Die zullen Hem bespotten, geselen en bespuwen.
Daarna zullen ze Hem doden, maar op de derde dag zal Hij opstaan.

Groot zijn door te dienen
Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen naar Jezus toe.
Ze zeiden: Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij vragen.
Hij vroeg hun: Wat willen jullie dat ik voor jullie doe?
Ze antwoordden: Geef ons in Uw heerlijkheid een plaats naast U: één van ons rechts en de ander links.
Jezus zei: Jullie weten niet wat je vraagt.
Kunnen jullie de beker drinken die ik drink?
Kunnen jullie de doop ondergaan die ik onderga?

Ze antwoordden: Dat kunnen wij.
Jezus zei: De beker die ik drink, zullen jullie drinken.
De doop die ik onderga, zullen jullie ondergaan.

Maar het is niet aan mij om te bepalen wie rechts of links van mij zit.
Die plaatsen zijn voor degenen voor wie ze zijn bestemd.

Toen de andere tien dit hoorden, werden ze boos op Jakobus en Johannes.
Jezus riep hen bij zich en zei: Jullie weten dat de leiders van de volken over hun mensen heersen.
Hun machthebbers oefenen gezag over hen uit.

Zo mag het bij jullie niet gaan.
Wie van jullie groot wil worden, moet jullie dienaar zijn.

En wie van jullie de eerste wil zijn, moet de dienaar van iedereen zijn.
Ook de Mensenzoon kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen.
Hij kwam om Zijn leven te geven als losprijs voor velen.

Jezus geneest Bartimeüs
Ze kwamen in Jericho.
Toen Jezus met Zijn leerlingen en een grote menigte de stad verliet, zat een blinde bedelaar langs de weg.
Het was Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazareth langskwam, begon hij te roepen: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!
Veel mensen zeiden streng dat hij moest zwijgen.
Maar hij riep nog harder: Zoon van David, heb medelijden met mij!
Jezus bleef staan en zei: Roep hem.
Ze riepen de blinde man en zeiden: Houd moed!
Sta op, Hij roept u.

Hij gooide zijn mantel van zich af, stond op en ging naar Jezus toe.
Jezus vroeg hem: Wat wilt u dat ik voor u doe?
De blinde man antwoordde: Rabboni, ik wil kunnen zien.
Jezus zei tegen hem: Ga maar.
Door uw geloof bent u gered.

Meteen kon hij zien en hij volgde Jezus op de weg.

Download hoofdstuk als tekstbestand