Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Markus 9

Jezus toont Zijn heerlijkheid en leert wat werkelijk groot is

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 7 minuten
Jezus verandert van gedaante
Hij zei tegen hen: Ik verzeker jullie: sommigen die hier staan, zullen niet sterven voordat zij Gods koninkrijk krachtig hebben zien komen.
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes mee naar een hoge berg.
Daar waren zij alleen.
Voor hun ogen veranderde Zijn uiterlijk.
Zijn kleren werden stralend wit, witter dan iemand op aarde ze kan wassen.
Toen verschenen Elia en Mozes aan hen.
Zij spraken met Jezus.
Petrus zei tegen Jezus: Rabbi, het is goed dat wij hier zijn.
Laten we drie tenten maken: één voor U, één voor Mozes en één voor Elia.

Hij wist namelijk niet wat hij moest zeggen, want ze waren erg bang.
Toen kwam er een wolk die hen overschaduwde.
Uit de wolk klonk een stem: Dit is mijn geliefde Zoon.
Luister naar Hem!

Ze keken plotseling om zich heen en zagen niemand meer bij zich, behalve Jezus.
Terwijl ze de berg afdaalden, verbood Jezus hun te vertellen wat ze gezien hadden.
Dat mochten ze pas doen nadat de Mensenzoon uit de dood was opgestaan.
Ze hielden dit voor zichzelf, maar bespraken samen wat opstaan uit de dood betekende.
Ze vroegen Jezus: Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?
Hij antwoordde: Elia komt inderdaad eerst en herstelt alles.
Over de Mensenzoon staat geschreven dat Hij veel moet lijden en veracht worden.

Maar ik zeg jullie: Elia is al gekomen.
Ze hebben met hem gedaan wat ze wilden, zoals over hem geschreven staat.

Jezus bevrijdt een jongen
Toen Jezus bij de andere leerlingen kwam, zag Hij een grote menigte om hen heen.
Enkele schriftgeleerden discussieerden met hen.
Zodra de hele menigte Hem zag, raakte ze verbaasd.
De mensen liepen naar Hem toe en begroetten Hem.
Jezus vroeg de schriftgeleerden: Waarover discussiëren jullie met hen?
Een man uit de menigte antwoordde: Meester, ik heb mijn zoon bij U gebracht.
Hij heeft een geest waardoor hij niet kan spreken.

Waar die geest hem ook grijpt, werpt hij hem op de grond.
Mijn zoon schuimbekt, knarst met zijn tanden en verstijft.
Ik vroeg Uw leerlingen de geest uit te drijven, maar dat konden zij niet.

Jezus zei: Wat zijn jullie toch een ongelovige generatie!
Hoe lang moet ik nog bij jullie blijven?
Hoe lang moet ik jullie nog verdragen?
Breng hem bij mij.

Ze brachten de jongen bij Hem.
Zodra de geest Jezus zag, deed hij de jongen hevig stuiptrekken.
De jongen viel op de grond, rolde heen en weer en schuimbekte.
Jezus vroeg zijn vader: Hoelang heeft hij dit al?
De vader antwoordde: Al sinds zijn jeugd.
De geest heeft hem vaak in vuur en water gegooid om hem te doden.
Maar als U iets kunt doen, heb medelijden met ons en help ons.

Jezus zei: Als u kunt geloven: alles is mogelijk voor wie gelooft.
De vader van de jongen riep meteen huilend: Ik geloof, Heere!
Help mij waar ik nog niet geloof.

Jezus zag dat de menigte snel toeliep.
Hij bestrafte de onreine geest en beval hem: Stomme en dove geest, ik beveel je: ga uit hem en kom nooit meer terug!
De geest schreeuwde, liet de jongen hevig stuiptrekken en ging uit hem.
De jongen leek dood.
Veel mensen zeiden: Hij is gestorven.
Maar Jezus pakte hem bij de hand en hielp hem overeind.
De jongen stond op.
Toen Jezus een huis was binnengegaan, vroegen Zijn leerlingen Hem apart: Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?
Hij antwoordde: Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden verdreven.
Jezus kondigt opnieuw Zijn dood aan
Ze vertrokken daarvandaan en reisden door Galilea.
Jezus wilde niet dat iemand het wist.
Hij leerde Zijn leerlingen en zei: De Mensenzoon wordt in handen van mensen overgeleverd.
Ze zullen Hem doden.
Maar op de derde dag zal Hij opstaan.

Ze begrepen deze woorden niet en durfden Hem er niets over te vragen.
Wie werkelijk de grootste is
Ze kwamen in Kapernaüm.
Toen ze in huis waren, vroeg Jezus hun: Waarover hadden jullie onderweg ruzie?
Ze zwegen, want onderweg hadden ze met elkaar besproken wie van hen de belangrijkste was.
Jezus ging zitten en riep de twaalf bij zich.
Hij zei: Wie de eerste wil zijn, moet de laatste van iedereen zijn en iedereen dienen.
Hij nam een kind, zette het in hun midden en sloeg Zijn armen eromheen.
Daarna zei Hij:
Wie zo’n kind in mijn naam ontvangt, ontvangt mij.
En wie mij ontvangt, ontvangt niet alleen mij, maar ook Hem die mij heeft gestuurd.

Johannes zei tegen Hem: Meester, we zagen iemand in Uw naam demonen uitdrijven.
Hij volgt ons niet en daarom hebben we het hem verboden.

Jezus antwoordde: Verbied het hem niet.
Niemand kan in mijn naam een wonder doen en kort daarna slecht over mij spreken.

Wie niet tegen ons is, is voor ons.
Wie jullie in mijn naam een beker water geeft omdat jullie bij Christus horen, verliest zijn beloning zeker niet.
Waarschuwingen tegen zonde
Wie een van deze kleinen die in mij geloven tot zonde verleidt, kan beter met een molensteen om zijn hals in zee worden geworpen.
Als je hand je tot zonde verleidt, hak hem af.
Je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan met twee handen naar de hel gaan, naar het vuur dat nooit uitgaat.

Daar sterft hun worm niet en wordt het vuur niet uitgeblust.
Als je voet je tot zonde verleidt, hak hem af.
Je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan met twee voeten in de hel worden geworpen, in het vuur dat nooit uitgaat.

Daar sterft hun worm niet en wordt het vuur niet uitgeblust.
Als je oog je tot zonde verleidt, ruk het uit.
Je kunt beter met één oog Gods koninkrijk binnengaan dan met twee ogen in het vuur van de hel worden geworpen.

Daar sterft hun worm niet en wordt het vuur niet uitgeblust.
Iedereen zal met vuur worden gezouten.
Elk offer zal met zout worden gezouten.

Zout is goed.
Maar als het zout zijn smaak verliest, waarmee maken jullie het weer zout?
Zorg dat het zout in jullie blijft en leef in vrede met elkaar.

Download hoofdstuk als tekstbestand