Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Lukas 6

Jezus kiest twaalf apostelen en leert hoe Zijn volgelingen moeten leven

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 7 minuten
Jezus is Heer over de sabbat
Op een sabbat liep Jezus door korenvelden.
Zijn leerlingen plukten aren, wreven die tussen hun handen en aten de graankorrels.
Sommige farizeeën vroegen hun: Waarom doen jullie iets wat op de sabbat niet is toegestaan?
Jezus antwoordde hun: Hebben jullie nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn mannen honger hadden?
Hij ging het huis van God binnen, nam de toonbroden en at ervan.
Ook gaf hij ervan aan zijn mannen.
Toch mochten alleen de priesters die broden eten.

Jezus zei verder tegen hen: De Mensenzoon is Heer, ook over de sabbat.
Op een andere sabbat ging Jezus de synagoge binnen en gaf daar onderwijs.
Er was een man van wie de rechterhand verlamd was.
De schriftgeleerden en farizeeën hielden Hem scherp in de gaten.
Ze wilden zien of Hij op de sabbat zou genezen, zodat ze Hem konden aanklagen.
Maar Jezus kende hun gedachten.
Hij zei tegen de man met de verlamde hand: Sta op en kom in het midden staan.
De man stond op en ging daar staan.
Toen zei Jezus tegen hen: Ik vraag jullie: mag je op de sabbat goeddoen of kwaad doen?
Mag je iemand redden of vernietigen?

Hij keek hen allemaal aan en zei tegen de man: Strek uw hand uit.
De man deed dat en zijn hand werd volledig hersteld.
Maar de schriftgeleerden en farizeeën werden woedend.
Ze overlegden met elkaar wat ze met Jezus zouden doen.
Jezus kiest twaalf apostelen
In die tijd ging Jezus naar de berg om te bidden.
Hij bracht de hele nacht door in gebed tot God.
Toen het dag werd, riep Hij Zijn leerlingen bij zich.
Uit hen koos Hij er twaalf, die Hij ook apostelen noemde:
Simon, die Hij ook Petrus noemde, en zijn broer Andreas.
Verder koos Hij Jakobus, Johannes, Filippus en Bartholomeüs.
Ook koos Hij Mattheüs, Thomas, Jakobus de zoon van Alfeüs, en Simon die de Zeloot werd genoemd.
Ten slotte koos Hij Judas, de broer van Jakobus, en Judas Iskariot, die later de verrader werd.
Jezus geneest de mensen
Jezus daalde met hen af en bleef op een vlakke plaats staan.
Daar was een grote groep leerlingen en een menigte uit heel Judea en Jeruzalem.
Er waren ook mensen uit het kustgebied van Tyrus en Sidon.
Ze kwamen om Hem te horen en van hun ziekten genezen te worden.
Ook de mensen die door onreine geesten werden gekweld, werden genezen.
Iedereen probeerde Hem aan te raken, want er ging kracht van Hem uit en Hij genas hen allemaal.
Jezus spreekt over geluk en verdriet
Jezus keek Zijn leerlingen aan en zei: Gelukkig zijn jullie die arm zijn, want voor jullie is het koninkrijk van God.
Gelukkig zijn jullie die nu honger hebben, want jullie zullen genoeg krijgen.
Gelukkig zijn jullie die nu huilen, want jullie zullen lachen.

Gelukkig zijn jullie wanneer mensen jullie haten, buitensluiten, beledigen en je naam verwerpen alsof die slecht is, omdat jullie bij de Mensenzoon horen.
Wees op die dag blij en spring van vreugde.
Jullie beloning in de hemel is namelijk groot.
Hun voorouders behandelden de profeten op dezelfde manier.

Maar wee jullie, rijke mensen.
Jullie hebben jullie troost al ontvangen.

Wee jullie die nu volop te eten hebben, want jullie zullen honger krijgen.
Wee jullie die nu lachen, want jullie zullen treuren en huilen.

Wee jullie wanneer alle mensen goed over jullie spreken.
Hun voorouders deden hetzelfde met de valse profeten.

Heb je vijanden lief
Maar tegen jullie die luisteren, zeg ik: heb jullie vijanden lief en doe goed aan de mensen die jullie haten.
Zegen de mensen die jullie vervloeken en bid voor de mensen die jullie slecht behandelen.
Slaat iemand u op de ene wang, bied hem dan ook de andere aan.
Neemt iemand uw mantel, houd dan ook uw onderkleed niet tegen.

Geef aan iedereen die iets van u vraagt.
Als iemand uw bezit afneemt, eis het dan niet terug.

Behandel andere mensen zoals jullie zelf door hen behandeld willen worden.
Als jullie alleen de mensen liefhebben die jullie liefhebben, verdienen jullie geen dank.
Ook zondaars hebben de mensen lief die hen liefhebben.

Als jullie alleen goeddoen aan mensen die goed voor jullie zijn, verdienen jullie geen dank.
Ook zondaars doen dat.

Als jullie alleen geld lenen aan mensen van wie jullie het terug verwachten, verdienen jullie geen dank.
Ook zondaars lenen aan zondaars om hetzelfde terug te krijgen.

Heb jullie vijanden lief, doe goed en leen zonder iets terug te verwachten.
Dan zal jullie beloning groot zijn en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn.
Hij is goed voor ondankbare en slechte mensen.

Wees daarom barmhartig, zoals ook jullie Vader barmhartig is.
Oordeel niet en breng goede vruchten voort
Oordeel niet, dan zullen jullie niet geoordeeld worden.
Veroordeel niet, dan zullen jullie niet veroordeeld worden.
Vergeef, dan zullen jullie vergeving ontvangen.

Geef, dan zal aan jullie gegeven worden.
Men zal een royaal gevulde, aangestampte, geschudde en overlopende maat in jullie schoot geven.
De maat waarmee jullie meten, zal ook voor jullie worden gebruikt.

Jezus vertelde hun een gelijkenis: Kan een blinde een andere blinde de weg wijzen?
Vallen ze dan niet allebei in een kuil?

Een leerling staat niet boven zijn leraar.
Maar wie volledig is opgeleid, zal zijn zoals zijn leraar.

Waarom zie je de splinter in het oog van je broer, maar merk je de balk in je eigen oog niet op?
Hoe kun je tegen je broer zeggen: Broer, laat mij de splinter uit je oog halen?
Je ziet de balk in je eigen oog niet eens.
Huichelaar!
Haal eerst de balk uit je eigen oog.
Dan kun je goed zien om de splinter uit het oog van je broer te halen.

Een goede boom brengt geen slechte vruchten voort.
Een slechte boom brengt ook geen goede vruchten voort.

Iedere boom herken je aan zijn eigen vruchten.
Mensen plukken geen vijgen van doornstruiken en oogsten geen druiven van braamstruiken.

Een goed mens brengt goede dingen voort uit de goede voorraad in zijn hart.
Een slecht mens brengt slechte dingen voort uit de slechte voorraad in zijn hart.
Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.

Luister naar Jezus en doe wat Hij zegt
Waarom noemen jullie mij: Heere, Heere!
maar doen jullie niet wat ik zeg?

Iedereen die bij mij komt, mijn woorden hoort en ernaar handelt, lijkt op de volgende man.
Hij lijkt op iemand die een huis bouwde.
De man groef diep en legde het fundament op de rots.
Toen een overstroming kwam, sloeg het water tegen dat huis.
Het kon het huis niet laten wankelen, omdat het op de rots was gebouwd.

Wie mijn woorden hoort maar er niet naar handelt, lijkt op iemand die een huis zonder fundament op de grond bouwde.
Het water sloeg ertegen en het huis stortte meteen in.
De verwoesting was enorm.

Download hoofdstuk als tekstbestand