Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Lukas 7
Jezus toont Zijn macht en vergeeft een zondige vrouw
Het geloof van een Romeinse hoofdman
Nadat Jezus Zijn toespraak tot het volk had beëindigd, ging Hij naar Kapernaüm.
Daar woonde een Romeinse hoofdman.
Een dienaar die hem dierbaar was, lag ernstig ziek op sterven.
Een dienaar die hem dierbaar was, lag ernstig ziek op sterven.
De hoofdman hoorde over Jezus.
Hij stuurde enkele Joodse leiders naar Hem met het verzoek zijn dienaar te komen genezen.
Hij stuurde enkele Joodse leiders naar Hem met het verzoek zijn dienaar te komen genezen.
Zij kwamen bij Jezus en drongen ernstig bij Hem aan: Deze man verdient het dat U hem helpt.
Hij houdt van ons volk en heeft zelfs onze synagoge gebouwd.
Jezus ging met hen mee.
Dicht bij het huis stuurde de hoofdman vrienden met deze boodschap: Heere, doe geen moeite.
Ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt.
Dicht bij het huis stuurde de hoofdman vrienden met deze boodschap: Heere, doe geen moeite.
Ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt.
Daarom vond ik mijzelf ook niet waard om naar U toe te komen.
Spreek slechts één woord, dan zal mijn dienaar genezen.
Spreek slechts één woord, dan zal mijn dienaar genezen.
Ook ik sta onder gezag en heb soldaten onder mij.
Tegen de een zeg ik: Ga, en hij gaat.
Tegen een ander zeg ik: Kom, en hij komt.
Mijn dienaar doet wat ik hem opdraag.
Tegen de een zeg ik: Ga, en hij gaat.
Tegen een ander zeg ik: Kom, en hij komt.
Mijn dienaar doet wat ik hem opdraag.
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich over hem.
Hij draaide zich naar de menigte en zei: Ik verzeker jullie: zelfs in Israël heb ik zo'n groot geloof niet gevonden.
Hij draaide zich naar de menigte en zei: Ik verzeker jullie: zelfs in Israël heb ik zo'n groot geloof niet gevonden.
De boodschappers keerden terug naar het huis en troffen de zieke dienaar gezond aan.
Jezus wekt de zoon van een weduwe op
De volgende dag ging Jezus naar de stad Naïn.
Veel van Zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee.
Veel van Zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee.
Bij de stadspoort werd een dode naar buiten gedragen.
Het was de enige zoon van een weduwe.
Veel inwoners liepen met haar mee.
Het was de enige zoon van een weduwe.
Veel inwoners liepen met haar mee.
Toen de Heere haar zag, kreeg Hij diep medelijden met haar.
Hij zei: Huil niet.
Hij zei: Huil niet.
Hij liep naar de draagbaar en raakte die aan.
De dragers bleven staan.
Jezus zei: Jongeman, ik zeg je: sta op!
De dragers bleven staan.
Jezus zei: Jongeman, ik zeg je: sta op!
De dode ging overeind zitten en begon te spreken.
Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
Iedereen werd door diep ontzag gegrepen.
Ze eerden God en zeiden: Er is een groot profeet onder ons opgestaan.
God heeft naar Zijn volk omgezien.
Ze eerden God en zeiden: Er is een groot profeet onder ons opgestaan.
God heeft naar Zijn volk omgezien.
Dit bericht over Jezus verspreidde zich door heel Judea en de hele omgeving.
Jezus antwoordt Johannes de Doper
De leerlingen van Johannes vertelden hem over al deze gebeurtenissen.
Johannes riep twee van hen bij zich en stuurde hen met een vraag naar Jezus.
Ze moesten vragen: Bent U Degene die komen zou, of moeten wij iemand anders verwachten?
Ze moesten vragen: Bent U Degene die komen zou, of moeten wij iemand anders verwachten?
De mannen kwamen bij Jezus en zeiden: Johannes de Doper heeft ons gestuurd.
Hij wil weten: bent U Degene die komen zou, of moeten wij iemand anders verwachten?
Hij wil weten: bent U Degene die komen zou, of moeten wij iemand anders verwachten?
Op dat moment genas Jezus veel mensen van ziekten, kwalen en kwade geesten.
Ook gaf Hij veel blinde mensen hun gezichtsvermogen terug.
Ook gaf Hij veel blinde mensen hun gezichtsvermogen terug.
Daarom antwoordde Jezus de mannen: Ga terug en vertel Johannes wat jullie hebben gezien en gehoord.
Blinden zien en verlamde mensen lopen.
Melaatse mensen worden rein en dove mensen horen.
Doden worden opgewekt en arme mensen horen het goede nieuws.
Blinden zien en verlamde mensen lopen.
Melaatse mensen worden rein en dove mensen horen.
Doden worden opgewekt en arme mensen horen het goede nieuws.
Gelukkig is iedereen die niet door mij ten val komt.
Toen de boodschappers van Johannes vertrokken waren, sprak Jezus tot de menigte over Johannes: Waarom gingen jullie de woestijn in?
Om een riet te bekijken dat heen en weer waait?
Om een riet te bekijken dat heen en weer waait?
Wat gingen jullie dan bekijken?
Een man in zachte, mooie kleren?
Mensen met prachtige kleren die in luxe leven, wonen in paleizen.
Een man in zachte, mooie kleren?
Mensen met prachtige kleren die in luxe leven, wonen in paleizen.
Maar waarvoor gingen jullie dan?
Om een profeet te zien?
Ja, zeg ik jullie, hij is zelfs veel meer dan een profeet.
Om een profeet te zien?
Ja, zeg ik jullie, hij is zelfs veel meer dan een profeet.
Over hem staat geschreven: Kijk, ik stuur mijn boodschapper voor U uit.
Hij zal Uw weg voor U voorbereiden.
Hij zal Uw weg voor U voorbereiden.
Ik zeg jullie: niemand die uit een vrouw geboren is, is een grotere profeet dan Johannes de Doper.
Toch is de kleinste in Gods koninkrijk groter dan hij.
Toch is de kleinste in Gods koninkrijk groter dan hij.
Alle gewone mensen en tollenaars die dit hoorden, erkenden dat God rechtvaardig was.
Zij hadden zich door Johannes laten dopen.
Zij hadden zich door Johannes laten dopen.
Maar de Farizeeën en wetgeleerden wezen Gods bedoeling voor hun leven af.
Zij hadden zich niet door Johannes laten dopen.
Zij hadden zich niet door Johannes laten dopen.
De Heere vervolgde: bij wie zal ik de mensen van deze generatie vergelijken?
Op wie lijken zij?
Op wie lijken zij?
Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: Wij speelden voor jullie op de fluit, maar jullie dansten niet.
Wij zongen een klaaglied, maar jullie huilden niet.
Wij zongen een klaaglied, maar jullie huilden niet.
Johannes de Doper kwam en at geen brood en dronk geen wijn.
Toch zeggen jullie: Hij heeft een demon.
Toch zeggen jullie: Hij heeft een demon.
De Mensenzoon kwam en eet en drinkt wel.
Nu zeggen jullie: Kijk, Hij is een veelvraat en dronkaard, een vriend van tollenaars en zondaars.
Nu zeggen jullie: Kijk, Hij is een veelvraat en dronkaard, een vriend van tollenaars en zondaars.
Toch blijkt uit al haar kinderen dat de wijsheid gelijk heeft.
Een vrouw zalft Jezus' voeten
Een Farizeeër nodigde Jezus uit om bij hem te eten.
Jezus ging zijn huis binnen en nam aan tafel plaats.
Jezus ging zijn huis binnen en nam aan tafel plaats.
In die stad woonde een vrouw die bekendstond als zondares.
Toen ze hoorde waar Jezus at, bracht ze een albasten fles met geurige zalf.
Toen ze hoorde waar Jezus at, bracht ze een albasten fles met geurige zalf.
Huilend ging ze achter Hem bij Zijn voeten staan.
Haar tranen maakten Zijn voeten nat.
Ze droogde die met haar haar, kuste ze en smeerde er zalf op.
Haar tranen maakten Zijn voeten nat.
Ze droogde die met haar haar, kuste ze en smeerde er zalf op.
De Farizeeër die Jezus had uitgenodigd, zag dit en dacht: Als Hij echt een profeet was, zou Hij weten wat voor vrouw Hem aanraakt.
Zij is immers een zondares.
Zij is immers een zondares.
Jezus zei tegen hem: Simon, ik wil u iets zeggen.
Simon antwoordde: Meester, zegt U het.
Simon antwoordde: Meester, zegt U het.
Een geldschieter had twee schuldenaars.
De een was hem 500 penningen schuldig en de ander 50.
De een was hem 500 penningen schuldig en de ander 50.
Geen van beiden kon betalen.
Daarom schold hij hun allebei de schuld kwijt.
Zeg eens: wie van hen zal het meest van hem houden?
Daarom schold hij hun allebei de schuld kwijt.
Zeg eens: wie van hen zal het meest van hem houden?
Simon antwoordde: Ik denk degene aan wie hij de grootste schuld heeft kwijtgescholden.
Jezus zei: Dat hebt u goed beoordeeld.
Jezus zei: Dat hebt u goed beoordeeld.
Toen draaide Jezus zich naar de vrouw en zei tegen Simon: Ziet u deze vrouw?
Ik kwam uw huis binnen, maar u gaf geen water voor mijn voeten.
Zij maakte mijn voeten met tranen nat en droogde ze met haar haar.
Ik kwam uw huis binnen, maar u gaf geen water voor mijn voeten.
Zij maakte mijn voeten met tranen nat en droogde ze met haar haar.
U gaf mij geen begroetingskus.
Maar vanaf het moment dat zij binnenkwam, hield ze niet op mijn voeten te kussen.
Maar vanaf het moment dat zij binnenkwam, hield ze niet op mijn voeten te kussen.
U zalfde mijn hoofd niet met olie.
Maar zij heeft mijn voeten met geurige zalf ingesmeerd.
Maar zij heeft mijn voeten met geurige zalf ingesmeerd.
Daarom zeg ik u: haar vele zonden zijn vergeven.
Dat blijkt uit haar grote liefde.
Wie weinig vergeven wordt, heeft weinig lief.
Dat blijkt uit haar grote liefde.
Wie weinig vergeven wordt, heeft weinig lief.
Daarna zei Jezus tegen haar: Uw zonden zijn u vergeven.
De andere gasten dachten bij zichzelf: Wie is Hij dat Hij zelfs zonden vergeeft?
Maar Jezus zei tegen de vrouw: Uw geloof heeft u gered.
Ga in vrede.
Ga in vrede.