Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Lukas 5

Jezus roept leerlingen en toont Zijn macht om te genezen en te vergeven

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
Jezus roept de eerste leerlingen
Op een keer drong de menigte zich om Jezus heen om Gods boodschap te horen.
Hij stond toen bij het Meer van Gennesaret.
Hij zag twee boten aan de oever liggen.
De vissers waren uitgestapt en spoelden hun netten uit.
Jezus stapte in een van de boten, die van Simon was.
Hij vroeg hem een stukje van de oever weg te varen.
Daarna ging Hij zitten en onderwees de mensen vanuit de boot.
Toen Hij klaar was met spreken, zei Hij tegen Simon: Vaar naar diep water en werp jullie netten uit voor een vangst.
Simon antwoordde Hem: Meester, we hebben de hele nacht hard gewerkt en niets gevangen.
Maar omdat U het zegt, zal ik het net uitwerpen.

Toen ze dat deden, vingen ze zoveel vissen dat hun net begon te scheuren.
Ze gebaarden naar hun partners in de andere boot dat die moesten komen helpen.
Samen vulden ze beide boten zo vol dat ze bijna zonken.
Toen Simon Petrus dat zag, viel hij voor Jezus op zijn knieën.
Hij zei: Heere, ga bij mij weg, want ik ben een zondig mens.
Hij en iedereen bij hem waren namelijk diep onder de indruk van de grote visvangst.
Dat gold ook voor Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten.
Jezus zei tegen Simon: Wees niet bang.
Vanaf nu zul je mensen vangen.

Ze brachten de boten aan land, lieten alles achter en volgden Hem.
Jezus maakt een man met melaatsheid rein
Toen Jezus in een van de steden was, kwam er een man die volledig door melaatsheid was aangetast.
Hij zag Jezus, knielde diep voor Hem en smeekte: Heere, als U wilt, kunt U mij rein maken.
Jezus stak Zijn hand uit, raakte hem aan en zei: Ik wil het.
Word rein!

Meteen verdween de melaatsheid.
Jezus beval hem niets tegen iemand te zeggen.
Hij zei: Ga naar de priester en laat u aan hem zien.
Breng voor uw reiniging het offer dat Mozes heeft voorgeschreven.
Zo krijgen zij het bewijs dat u genezen bent.

Toch verspreidde het nieuws over Hem zich steeds verder.
Grote groepen mensen kwamen samen om Hem te horen en van hun ziekten genezen te worden.
Maar Jezus trok zich terug op afgelegen plaatsen en bad daar.
Jezus vergeeft en geneest een verlamde man
Op een dag gaf Jezus onderwijs.
Er zaten farizeeën en wetgeleerden uit heel Galilea, Judea en Jeruzalem.
De kracht van de Heere was aanwezig om mensen te genezen.
Enkele mannen droegen een verlamde man op een bed.
Ze probeerden hem naar binnen te brengen en voor Jezus neer te leggen.
Door de menigte vonden ze geen doorgang.
Daarom klommen ze op het dak.
Ze lieten de man met zijn bed tussen de tegels door voor Jezus zakken.
Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de man: Mens, uw zonden zijn u vergeven.
De schriftgeleerden en farizeeën dachten bij zichzelf: Wie is deze man die God beledigt?
Alleen God kan toch zonden vergeven?

Jezus wist wat zij dachten en antwoordde: Waarom denken jullie zulke dingen in je hart?
Wat is gemakkelijker om te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of: Sta op en loop?
Jezus zei: Maar ik zal jullie laten zien dat de Mensenzoon op aarde macht heeft om zonden te vergeven.
Toen zei Hij tegen de verlamde man: Ik zeg u: sta op, pak uw bed en ga naar huis.
De man stond onmiddellijk voor hun ogen op.
Hij pakte het bed waarop hij had gelegen en ging naar huis terwijl hij God prees.
Iedereen was diep onder de indruk en prees God.
Vol ontzag zeiden ze: Vandaag hebben wij ongelooflijke dingen gezien!
Jezus roept Levi
Daarna ging Jezus naar buiten.
Hij zag een tollenaar die Levi heette bij het tolhuis zitten.
Jezus zei tegen hem: Volg mij.
Levi stond op, liet alles achter en volgde Hem.
Daarna gaf Levi in zijn huis een groot feestmaal voor Jezus.
Een grote groep tollenaars en andere mensen at met hen mee.
De schriftgeleerden en farizeeën klaagden bij Zijn leerlingen: Waarom eten en drinken jullie met tollenaars en zondaars?
Jezus antwoordde hun: Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke mensen wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardige mensen te roepen, maar zondaars tot bekering.
Jezus onderwijst over vasten en het nieuwe
Ze zeiden tegen Hem: De leerlingen van Johannes vasten vaak en bidden.
Die van de farizeeën doen hetzelfde.
Maar Uw leerlingen eten en drinken.

Jezus antwoordde: Kunnen jullie de bruiloftsgasten laten vasten zolang de bruidegom bij hen is?
Er komt een tijd dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald.
Dan zullen zij vasten.

Jezus vertelde hun ook een gelijkenis: Niemand scheurt een stuk van een nieuw kledingstuk om een oud kledingstuk te herstellen.
Anders is het nieuwe kledingstuk kapot en past de nieuwe lap niet bij het oude.

Niemand doet nieuwe wijn in oude leren zakken.
Anders laat de nieuwe wijn de zakken barsten.
Dan loopt de wijn weg en gaan de zakken verloren.

Nieuwe wijn moet in nieuwe leren zakken worden gedaan.
Dan blijven beide bewaard.

Wie oude wijn heeft gedronken, wil niet meteen nieuwe.
Hij zegt namelijk: De oude is beter.

Download hoofdstuk als tekstbestand