Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Lukas 4

Jezus wordt beproefd en begint Zijn werk in Galilea

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
De duivel stelt Jezus op de proef
Jezus, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan.
De Geest leidde Hem de woestijn in.
Daar stelde de duivel Hem 40 dagen op de proef.
Jezus at al die dagen niets en kreeg daarna honger.
De duivel zei tegen Hem: Als U Gods Zoon bent, beveel deze steen dan om brood te worden.
Jezus antwoordde hem: Er staat geschreven: Een mens leeft niet alleen van brood, maar van ieder woord van God.
Toen bracht de duivel Hem naar een hoge berg.
In één ogenblik liet hij Hem alle koninkrijken van de wereld zien.
De duivel zei tegen Hem: Ik geef U de macht en pracht van al deze koninkrijken.
Die zijn mij overgedragen en ik geef ze aan wie ik wil.

Als U mij dus aanbidt, zal dit allemaal van U zijn.
Jezus antwoordde hem: Ga weg van mij, satan!
Want er staat geschreven: Aanbid de Heere, uw God, en dien Hem alleen.

Daarna bracht de duivel Hem naar Jeruzalem en zette Hem op het hoogste punt van de tempel.
Hij zei: Als U Gods Zoon bent, spring dan vanaf hier naar beneden.
Want er staat geschreven: God zal Zijn engelen bevel geven om U te beschermen.
Zij zullen U op hun handen dragen, zodat U Uw voet niet aan een steen stoot.
Jezus antwoordde hem: Er is gezegd: Stel de Heere, uw God, niet op de proef.
Toen de duivel elke beproeving had uitgevoerd, liet hij Jezus voor een tijd met rust.
Jezus keert terug naar Galilea
Jezus keerde in de kracht van de Geest terug naar Galilea.
Het nieuws over Hem verspreidde zich door de hele omgeving.
Hij gaf onderwijs in hun synagogen en iedereen prees Hem.
Jezus spreekt in de synagoge van Nazareth
Zo kwam Hij ook in Nazareth, waar Hij was opgegroeid.
Zoals gewoonlijk ging Hij op de sabbat naar de synagoge.
Hij stond op om te lezen.
Men gaf Hem de boekrol van de profeet Jesaja.
Hij opende de rol en vond de plaats waar het volgende staat geschreven:
De Geest van de Heere rust op mij, omdat Hij mij heeft gezalfd.
Hij stuurde mij om arme mensen het goede nieuws te brengen.
Ook stuurde Hij mij om mensen met een gebroken hart te genezen.

Ik moet gevangenen vrijheid bekendmaken en blinden vertellen dat zij weer zullen zien.
Ik moet onderdrukte mensen bevrijden en het genadejaar van de Heere aankondigen.

Jezus rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging zitten.
Iedereen in de synagoge keek gespannen naar Hem.
Toen begon Hij tegen hen te zeggen: Vandaag is dit Schriftwoord voor jullie oren in vervulling gegaan.
Iedereen sprak waarderend over Hem en verwonderde zich over de genadige woorden die Hij sprak.
Ze vroegen: Is Hij niet de zoon van Jozef?
Jezus zei tegen hen: Jullie zullen vast dit spreekwoord tegen mij gebruiken: Dokter, genees Uzelf!
Doe ook hier in Uw eigen stad wat wij in Kapernaüm hoorden.

Hij vervolgde: Ik verzeker jullie: geen enkele profeet wordt in zijn eigen woonplaats aanvaard.
Ik zeg jullie de waarheid: in de tijd van Elia waren er veel weduwen in Israël.
De hemel bleef toen drie jaar en zes maanden gesloten.
Daardoor heerste er in het hele land een zware hongersnood.

Toch werd Elia naar geen van hen gestuurd, maar naar een weduwe in Sarepta, bij Sidon.
In de tijd van de profeet Elisa waren er ook veel mensen met melaatsheid in Israël.
Toch werd alleen Naäman, de Syriër, gereinigd.

Toen de mensen in de synagoge dit hoorden, werden ze allemaal woedend.
Ze sprongen op en joegen Hem de stad uit.
Ze brachten Hem naar de rand van de berg waarop hun stad was gebouwd.
Daar wilden ze Hem van de steile helling afwerpen.
Maar Hij liep midden tussen hen door en ging weg.
Jezus onderwijst en geneest in Kapernaüm
Jezus ging naar Kapernaüm, een stad in Galilea.
Daar gaf Hij op de sabbat onderwijs.
De mensen stonden versteld van Zijn onderwijs, omdat Hij met gezag sprak.
In de synagoge was een man die bezeten was door een onreine geest.
Hij schreeuwde luid:
Laat ons met rust!
Wat hebben wij met U te maken, Jezus uit Nazareth?
Bent U gekomen om ons te vernietigen?
Ik weet wie U bent: de Heilige van God.

Jezus bestrafte hem: Zwijg en ga uit hem weg!
De demon gooide de man midden in de synagoge neer.
Daarna ging hij uit hem weg zonder hem te verwonden.
Iedereen was verbijsterd.
Ze zeiden tegen elkaar: Wat voor woorden zijn dit?
Met gezag en kracht beveelt Hij de onreine geesten en ze gaan weg!

Het nieuws over Hem verspreidde zich door elk deel van de omgeving.
Jezus verliet de synagoge en ging naar het huis van Simon.
Simons schoonmoeder had hoge koorts.
De mensen vroegen Jezus om haar te helpen.
Hij ging bij haar staan en bestrafte de koorts.
De koorts verdween.
Zij stond onmiddellijk op en zorgde voor hen.
Toen de zon onderging, brachten de mensen alle zieken naar Hem toe.
Jezus legde ieder van hen de handen op en genas hen.
Uit veel mensen gingen ook demonen weg.
Ze riepen: U bent de Christus, de Zoon van God!
Jezus bestrafte hen en liet hen niet spreken.
Zij wisten namelijk dat Hij de Christus was.
Toen het dag werd, vertrok Jezus naar een afgelegen plaats.
De mensen zochten Hem en kwamen naar Hem toe.
Ze probeerden Hem tegen te houden, zodat Hij niet bij hen wegging.
Maar Hij zei tegen hen: Ik moet ook in andere steden het goede nieuws over Gods koninkrijk bekendmaken.
Daarvoor ben ik uitgezonden.

Zo predikte Hij in de synagogen van Galilea.

Download hoofdstuk als tekstbestand