Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Lukas 17
Vergeven, danken en klaarstaan voor de dag van de Mensenzoon
Vergeven en dienen
Hij zei tegen de leerlingen: Het kan niet anders of er komen dingen die mensen laten struikelen.
Maar wee degene door wie dat gebeurt!
Maar wee degene door wie dat gebeurt!
Het zou beter voor hem zijn met een molensteen om zijn hals in zee te worden gegooid.
Beter dat dan dat hij een van deze kleinen laat struikelen.
Beter dat dan dat hij een van deze kleinen laat struikelen.
Let op jezelf.
Doet je broeder je onrecht, spreek hem erop aan.
Heeft hij er spijt van, vergeef hem dan.
Doet je broeder je onrecht, spreek hem erop aan.
Heeft hij er spijt van, vergeef hem dan.
Doet hij je zeven keer per dag onrecht en komt hij zeven keer bij je terug met de woorden: Het spijt mij, vergeef hem dan.
De apostelen zeiden tegen de Heere: Geef ons meer geloof.
De Heere zei: Stel dat je geloof zo klein was als een mosterdzaadje.
Dan zou je tegen deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en plant je in de zee.
En hij zou jullie gehoorzamen.
Dan zou je tegen deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en plant je in de zee.
En hij zou jullie gehoorzamen.
Stel dat een van jullie een knecht heeft die ploegt of de dieren hoedt.
Zeg je dan meteen als hij thuiskomt: Kom snel aan tafel zitten.
Zeg je dan meteen als hij thuiskomt: Kom snel aan tafel zitten.
Zeg je niet eerder: Maak mijn eten klaar.
Doe je schort voor en bedien mij tot ik gegeten en gedronken heb.
Daarna kun jij eten en drinken.
Doe je schort voor en bedien mij tot ik gegeten en gedronken heb.
Daarna kun jij eten en drinken.
Bedankt hij die knecht omdat hij deed wat hem opgedragen was?
Ik denk het niet.
Ik denk het niet.
Zo is het ook met jullie.
Hebben jullie alles gedaan wat opgedragen was, zeg dan: Wij zijn gewone knechten.
Wij hebben alleen gedaan wat onze plicht was.
Hebben jullie alles gedaan wat opgedragen was, zeg dan: Wij zijn gewone knechten.
Wij hebben alleen gedaan wat onze plicht was.
Tien melaatse mannen
Op Zijn reis naar Jeruzalem trok Hij door het gebied tussen Samaria en Galilea.
Toen Hij een dorp binnenkwam, kwamen tien melaatse mannen Hem tegemoet.
Zij bleven op een afstand staan.
Zij bleven op een afstand staan.
Zij riepen luid: Jezus, Meester, heb medelijden met ons.
Hij zag hen en zei: Ga naar de priesters en laat u aan hen zien.
Onderweg werden zij rein.
Onderweg werden zij rein.
Een van hen zag dat hij genezen was.
Hij keerde terug en eerde God met luide stem.
Hij keerde terug en eerde God met luide stem.
Hij viel voor Zijn voeten neer en bedankte Hem.
Deze man was een Samaritaan.
Deze man was een Samaritaan.
Jezus zei daarop: Zijn niet alle tien rein geworden?
Waar zijn de negen anderen?
Waar zijn de negen anderen?
Is er niemand teruggekomen om God eer te geven, behalve deze vreemdeling?
Hij zei tegen hem: Sta op en ga.
Uw geloof heeft u gered.
Uw geloof heeft u gered.
De komst van het koninkrijk
De Farizeeën vroegen Hem wanneer Gods koninkrijk zou komen.
Hij antwoordde hun: Gods koninkrijk komt niet op een manier die je kunt waarnemen.
Hij antwoordde hun: Gods koninkrijk komt niet op een manier die je kunt waarnemen.
Men zal niet zeggen: Kijk, hier is het of kijk, daar.
Want Gods koninkrijk is midden onder jullie.
Want Gods koninkrijk is midden onder jullie.
Hij zei tegen de leerlingen: Er komen dagen waarop jullie verlangen naar een van de dagen van de Mensenzoon.
Maar jullie zullen die niet zien.
Maar jullie zullen die niet zien.
Men zal tegen jullie zeggen: Kijk, hier of kijk, daar is Hij.
Ga er niet heen en loop niet achter hen aan.
Ga er niet heen en loop niet achter hen aan.
Want zoals de bliksem van de ene kant van de hemel naar de andere flitst, zo zal de Mensenzoon zijn op Zijn dag.
Maar eerst moet Hij veel lijden en door deze generatie afgewezen worden.
Zoals het ging in de dagen van Noach, zo zal het ook gaan in de dagen van de Mensenzoon.
Zij aten, dronken en trouwden, tot de dag dat Noach de ark in ging.
Toen kwam de vloed en bracht hen allen om.
Toen kwam de vloed en bracht hen allen om.
Zo ging het ook in de dagen van Lot.
Zij aten, dronken, kochten, verkochten, plantten en bouwden.
Zij aten, dronken, kochten, verkochten, plantten en bouwden.
Maar op de dag dat Lot uit Sodom vertrok, regende het vuur en zwavel uit de hemel.
Allen kwamen om.
Allen kwamen om.
Zo zal het gaan op de dag waarop de Mensenzoon zichtbaar wordt.
Wie op die dag op het dak is en zijn spullen in huis heeft, moet niet naar beneden gaan om ze te halen.
En wie op het land is, moet niet omkijken.
En wie op het land is, moet niet omkijken.
Denk aan de vrouw van Lot.
Wie zijn leven probeert vast te houden, zal het verliezen.
En wie het loslaat, zal het behouden.
En wie het loslaat, zal het behouden.
Ik zeg jullie: die nacht zullen er twee in een bed liggen.
De een wordt meegenomen en de ander achtergelaten.
De een wordt meegenomen en de ander achtergelaten.
Twee vrouwen zullen samen aan het malen zijn.
De een wordt meegenomen en de ander achtergelaten.
De een wordt meegenomen en de ander achtergelaten.
Twee mensen zullen op het land zijn.
De een wordt meegenomen en de ander achtergelaten.
De een wordt meegenomen en de ander achtergelaten.
Zij vroegen Hem: Waar, Heere?
Hij zei tegen hen: Waar het lichaam ligt, verzamelen zich de gieren.
Hij zei tegen hen: Waar het lichaam ligt, verzamelen zich de gieren.