Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Lukas 16
Over geld, trouw en de kloof die niemand oversteekt
De slimme beheerder
Hij zei ook tegen Zijn leerlingen: Er was een rijke man met een beheerder.
Bij hem werd geklaagd dat de beheerder zijn bezit verkwistte.
Bij hem werd geklaagd dat de beheerder zijn bezit verkwistte.
Hij riep hem en zei: Wat hoor ik over u?
Leg verantwoording af over uw beheer, want u kunt geen beheerder meer zijn.
Leg verantwoording af over uw beheer, want u kunt geen beheerder meer zijn.
De beheerder dacht bij zichzelf: Wat moet ik doen?
Mijn heer neemt mij het beheer af.
Graven kan ik niet en bedelen schaam ik mij.
Mijn heer neemt mij het beheer af.
Graven kan ik niet en bedelen schaam ik mij.
Ik weet wat ik doe.
Als ik uit mijn functie word gezet, moeten de mensen mij in hun huizen ontvangen.
Als ik uit mijn functie word gezet, moeten de mensen mij in hun huizen ontvangen.
Hij riep de schuldenaars van zijn heer een voor een bij zich.
Tegen de eerste zei hij: Hoeveel bent u mijn heer schuldig?
Tegen de eerste zei hij: Hoeveel bent u mijn heer schuldig?
Die zei: Honderd vaten olie.
Hij zei tegen hem: Neem uw schuldbrief, ga zitten en schrijf snel vijftig.
Hij zei tegen hem: Neem uw schuldbrief, ga zitten en schrijf snel vijftig.
Daarna vroeg hij aan een ander: En hoeveel bent u schuldig?
Die zei: Honderd zakken tarwe.
Hij zei: Neem uw schuldbrief en schrijf tachtig.
Die zei: Honderd zakken tarwe.
Hij zei: Neem uw schuldbrief en schrijf tachtig.
En de heer prees de oneerlijke beheerder om zijn slimme aanpak.
Want de mensen van deze wereld gaan onderling slimmer te werk dan de mensen van het licht.
Want de mensen van deze wereld gaan onderling slimmer te werk dan de mensen van het licht.
En ik zeg jullie: maak vrienden met het oneerlijke geld.
Ontbreekt het jullie, dan ontvangen zij jullie in de eeuwige tenten.
Ontbreekt het jullie, dan ontvangen zij jullie in de eeuwige tenten.
Wie in het kleinste betrouwbaar is, is ook betrouwbaar in het grote.
En wie in het kleinste oneerlijk is, is ook oneerlijk in het grote.
En wie in het kleinste oneerlijk is, is ook oneerlijk in het grote.
Als jullie met oneerlijk geld niet betrouwbaar zijn geweest, wie vertrouwt jullie dan het echte toe?
En als jullie met het bezit van een ander niet betrouwbaar zijn geweest, wie geeft jullie dan wat van jullie is?
Geen knecht kan twee heren dienen.
Hij zal de een haten en de ander liefhebben, of zich aan de een hechten en de ander verachten.
Jullie kunnen niet God dienen en het geld.
Hij zal de een haten en de ander liefhebben, of zich aan de een hechten en de ander verachten.
Jullie kunnen niet God dienen en het geld.
De Farizeeën en de wet
De Farizeeën, die van geld hielden, hoorden dit allemaal aan.
Zij lachten Hem uit.
Zij lachten Hem uit.
Hij zei tegen hen: Jullie doen je voor de mensen rechtvaardig voor, maar God kent jullie hart.
Wat bij mensen hoog staat, is voor God weerzinwekkend.
Wat bij mensen hoog staat, is voor God weerzinwekkend.
De wet en de profeten reikten tot Johannes.
Sindsdien wordt Gods koninkrijk verkondigd en iedereen dringt naar binnen.
Sindsdien wordt Gods koninkrijk verkondigd en iedereen dringt naar binnen.
Maar het is makkelijker dat hemel en aarde verdwijnen dan dat er van de wet een streepje wegvalt.
Wie zijn vrouw wegstuurt en met een ander trouwt, pleegt overspel.
En wie trouwt met een weggestuurde vrouw, pleegt ook overspel.
En wie trouwt met een weggestuurde vrouw, pleegt ook overspel.
De rijke man en Lazarus
Er was een rijke man die gekleed ging in purper en fijn linnen.
Hij leefde elke dag in vrolijke overvloed.
Hij leefde elke dag in vrolijke overvloed.
En er lag een bedelaar bij zijn poort die Lazarus heette.
Hij zat onder de zweren.
Hij zat onder de zweren.
Hij wilde zijn honger stillen met de kruimels van de tafel van de rijke man.
Zelfs de honden kwamen zijn zweren likken.
Zelfs de honden kwamen zijn zweren likken.
De bedelaar stierf en werd door de engelen naar de schoot van Abraham gedragen.
Ook de rijke man stierf en werd begraven.
In het dodenrijk sloeg hij gekweld zijn ogen op.
Ver weg zag hij Abraham, met Lazarus bij zich.
In het dodenrijk sloeg hij gekweld zijn ogen op.
Ver weg zag hij Abraham, met Lazarus bij zich.
Hij riep: Vader Abraham, heb medelijden met mij.
Stuur Lazarus om zijn vingertop in water te dopen en mijn tong te verkoelen.
Ik lijd vreselijk in deze vlammen.
Stuur Lazarus om zijn vingertop in water te dopen en mijn tong te verkoelen.
Ik lijd vreselijk in deze vlammen.
Maar Abraham zei: Kind, denk eraan dat jij in je leven het goede kreeg en Lazarus het kwade.
Nu wordt hij getroost en lijd jij pijn.
Nu wordt hij getroost en lijd jij pijn.
Bovendien ligt er tussen ons en jullie een diepe kloof.
Wie van hier naar jullie wil oversteken, kan het niet.
En van daar naar ons komen lukt evenmin.
Wie van hier naar jullie wil oversteken, kan het niet.
En van daar naar ons komen lukt evenmin.
Hij zei: Dan vraag ik u, vader, om hem naar het huis van mijn vader te sturen.
Want ik heb vijf broers.
Laat hij hen waarschuwen, zodat zij niet ook op deze plaats van pijn terechtkomen.
Laat hij hen waarschuwen, zodat zij niet ook op deze plaats van pijn terechtkomen.
Abraham zei tegen hem: Zij hebben Mozes en de profeten.
Laat hen naar die woorden luisteren.
Laat hen naar die woorden luisteren.
Hij zei: Nee, vader Abraham.
Maar als er iemand uit de doden naar hen toe gaat, zullen zij hun leven veranderen.
Maar als er iemand uit de doden naar hen toe gaat, zullen zij hun leven veranderen.
Abraham zei tegen hem: Zij luisteren niet naar Mozes en de profeten.
Dan laten zij zich ook niet overtuigen als er iemand uit de doden opstaat.
Dan laten zij zich ook niet overtuigen als er iemand uit de doden opstaat.