Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Lukas 15

Drie verhalen over wat verloren was en teruggevonden wordt

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Het verloren schaap
Alle tollenaars en zondaars kwamen naar Hem toe om naar Hem te luisteren.
De Farizeeën en schriftgeleerden mopperden daarover.
Zij zeiden: Deze man ontvangt zondaars en eet zelfs met hen.
Toen vertelde Hij hun deze gelijkenis:
Stel dat iemand van jullie honderd schapen heeft en er een kwijtraakt.
Laat hij dan niet de negenennegentig achter in de woestijn?
Hij gaat op zoek naar dat ene tot hij het vindt.

En als hij het gevonden heeft, legt hij het blij op zijn schouders.
Thuisgekomen roept hij zijn vrienden en buren bij elkaar.
Hij zegt tegen hen: Wees blij met mij, want ik heb mijn verloren schaap teruggevonden.

Ik zeg jullie: zo is er in de hemel meer blijdschap over een zondaar die zijn leven verandert.
Meer dan over negenennegentig rechtvaardigen die dat niet nodig hebben.

De verloren penning
Of stel dat een vrouw tien penningen heeft en er een verliest.
Steekt zij dan geen lamp aan?
Zij veegt het huis en zoekt zorgvuldig tot zij hem vindt.

En als zij hem gevonden heeft, roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar.
Zij zegt: Wees blij met mij, want ik heb de penning teruggevonden die ik kwijt was.

Zo, zeg ik jullie, is er blijdschap bij Gods engelen over een zondaar die zijn leven verandert.
De verloren zoon
Hij zei: Iemand had twee zonen.
De jongste zei tegen zijn vader: Vader, geef mij het deel van de erfenis dat mij toekomt.
En hij verdeelde zijn bezit onder hen.

Een paar dagen later pakte de jongste zoon alles bij elkaar en vertrok naar een ver land.
Daar verbraste hij zijn geld met een losbandig leven.

Toen alles op was, kwam er een zware hongersnood in dat land.
Hij begon gebrek te lijden.

Hij ging werken bij een van de inwoners van dat land.
Die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden.

Hij had zijn buik graag gevuld met het voer van de varkens.
Maar niemand gaf hem iets.

Toen kwam hij tot bezinning en zei: De knechten van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik kom hier om van de honger.
Ik sta op en ga naar mijn vader.
Ik zal tegen hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u.

Ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.
Neem mij aan als een van uw knechten.

Hij stond op en ging naar zijn vader.
Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem al en kreeg diep medelijden.
Hij rende naar hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.

De zoon zei tegen hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u.
Ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.

Maar de vader zei tegen zijn knechten: Haal snel het mooiste kleed en trek het hem aan.
Geef hem een ring om zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.

Haal het gemeste kalf en slacht het.
Laten wij eten en feestvieren.

Want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden.
Hij was verloren en is teruggevonden.

En zij begonnen feest te vieren.

De oudste zoon
Zijn oudste zoon was op het land.
Toen hij thuiskwam en het huis naderde, hoorde hij muziek en dans.

Hij riep een van de knechten en vroeg wat er aan de hand was.
Die zei tegen hem: Uw broer is thuisgekomen.
Uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond heeft teruggekregen.

Maar hij werd boos en wilde niet naar binnen.
Zijn vader kwam naar buiten en drong bij hem aan.

Hij antwoordde zijn vader: Kijk, ik werk al zoveel jaren voor u en heb nooit een opdracht van u genegeerd.
Toch hebt u mij nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren.

Maar nu die zoon van u thuiskomt, die uw bezit bij hoeren opmaakte, slacht u voor hem het gemeste kalf.
Hij zei tegen hem: Kind, jij bent altijd bij mij, en alles wat van mij is, is van jou.
Wij moesten wel feestvieren en blij zijn.
Want deze broer van jou was dood en is weer levend geworden.
Hij was verloren en is teruggevonden.

Download hoofdstuk als tekstbestand