Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Lukas 14
Aan tafel bij een Farizeeër: nederigheid en de prijs van het volgen
Genezing op de sabbat
Op een sabbat kwam Hij eten in het huis van een leider van de Farizeeën.
Iedereen hield Hem scherp in de gaten.
Iedereen hield Hem scherp in de gaten.
Er stond een man voor Hem die last had van vocht in zijn lichaam.
Jezus vroeg aan de wetgeleerden en Farizeeën: Mag je op de sabbat iemand genezen of niet?
Zij zwegen.
Hij pakte de man vast, genas hem en liet hem gaan.
Hij pakte de man vast, genas hem en liet hem gaan.
Toen zei Hij tegen hen: Als je ezel of je os op sabbat in een put valt, haal je hem er dan niet meteen uit?
Daarop wisten zij niets terug te zeggen.
Over de laatste plaats aan tafel
Hij zag hoe de gasten de beste plaatsen uitzochten.
Daarom vertelde Hij hun een gelijkenis:
Daarom vertelde Hij hun een gelijkenis:
Ben je uitgenodigd voor een bruiloft, ga dan niet op de ereplaats zitten.
Misschien is er iemand uitgenodigd die belangrijker is dan jij.
Misschien is er iemand uitgenodigd die belangrijker is dan jij.
Dan komt de gastheer die jullie beiden uitnodigde en zegt tegen jou: Sta je plaats aan hem af.
Beschaamd moet je dan de laatste plaats innemen.
Beschaamd moet je dan de laatste plaats innemen.
Ga liever op de laatste plaats zitten als je uitgenodigd bent.
Dan komt de gastheer en zegt: Vriend, kom hoger zitten.
Zo krijg je eer voor het oog van je tafelgenoten.
Dan komt de gastheer en zegt: Vriend, kom hoger zitten.
Zo krijg je eer voor het oog van je tafelgenoten.
Want wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden.
En wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.
En wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.
Hij zei ook tegen zijn gastheer: Geef je een maaltijd, nodig dan niet je vrienden, je broers, je familie of je rijke buren uit.
Zij nodigen jou terug en zo krijg je het vergoed.
Zij nodigen jou terug en zo krijg je het vergoed.
Nodig liever arme mensen uit, verminkten, kreupelen en blinden.
Dan zul je gelukkig zijn, want zij kunnen je niets teruggeven.
Je krijgt het vergoed bij de opstanding van de rechtvaardigen.
Je krijgt het vergoed bij de opstanding van de rechtvaardigen.
Het grote feestmaal
Een van de tafelgenoten hoorde dit en zei tegen Hem: Gelukkig is wie eten mag in Gods koninkrijk.
Hij zei tegen hem: Iemand gaf een groot feestmaal en nodigde veel gasten uit.
Toen het zover was, stuurde hij zijn knecht om tegen de gasten te zeggen: Kom, alles staat klaar.
Maar zij begonnen zich allemaal te verontschuldigen.
De eerste zei: Ik heb een akker gekocht en moet gaan kijken.
Neem mij niet kwalijk.
De eerste zei: Ik heb een akker gekocht en moet gaan kijken.
Neem mij niet kwalijk.
Een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ga ze uitproberen.
Neem mij niet kwalijk.
Neem mij niet kwalijk.
Weer een ander zei: Ik ben pas getrouwd en kan daarom niet komen.
De knecht kwam terug en vertelde het zijn heer.
Die werd boos en zei tegen hem: Ga snel de straten en stegen van de stad in.
Breng de armen, verminkten, blinden en kreupelen hierheen.
Die werd boos en zei tegen hem: Ga snel de straten en stegen van de stad in.
Breng de armen, verminkten, blinden en kreupelen hierheen.
De knecht zei: Heer, wat u opdroeg is gebeurd, en er is nog plaats.
De heer zei tegen de knecht: Ga naar de wegen en de landweggetjes.
Haal de mensen over om binnen te komen, want mijn huis moet vol worden.
Haal de mensen over om binnen te komen, want mijn huis moet vol worden.
Ik zeg jullie: niemand van die eerste gasten zal van mijn maaltijd proeven.
Wat het kost om Jezus te volgen
Grote groepen mensen trokken met Hem mee.
Hij draaide zich om en zei tegen hen:
Hij draaide zich om en zei tegen hen:
Wie bij mij komt en niet bereid is zijn vader en moeder los te laten, kan mijn leerling niet zijn.
Dat geldt ook voor zijn vrouw, kinderen, broers en zussen, en zelfs voor zijn eigen leven.
Dat geldt ook voor zijn vrouw, kinderen, broers en zussen, en zelfs voor zijn eigen leven.
En wie zijn eigen kruis niet draagt en mij niet volgt, kan mijn leerling niet zijn.
Wie van jullie gaat een toren bouwen zonder eerst te gaan zitten en de kosten te berekenen?
Je wilt weten of je genoeg hebt om het af te maken.
Je wilt weten of je genoeg hebt om het af te maken.
Anders leg je het fundament en kun je het niet afbouwen.
Iedereen die het ziet, zal je uitlachen.
Iedereen die het ziet, zal je uitlachen.
Zij zullen zeggen: Deze man begon te bouwen en kon het niet afmaken.
Of welke koning trekt ten strijde tegen een andere koning zonder eerst te gaan zitten en te overleggen?
Hij wil weten of hij met tienduizend man kan opnemen tegen iemand die met twintigduizend komt.
Hij wil weten of hij met tienduizend man kan opnemen tegen iemand die met twintigduizend komt.
Kan hij dat niet, dan stuurt hij gezanten zolang de ander nog ver weg is en vraagt om vrede.
Zo kan niemand van jullie mijn leerling zijn die niet alles loslaat wat hij heeft.
Zout is goed.
Maar als het zijn kracht verliest, waarmee maak je het dan weer zout?
Maar als het zijn kracht verliest, waarmee maak je het dan weer zout?
Het is dan niet goed voor de grond en ook niet voor de mesthoop.
Men gooit het weg.
Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren.
Men gooit het weg.
Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren.