Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Lukas 13
Verander je leven, want de deur gaat open en dicht
Verander je leven, anders vergaan jullie ook
Op dat moment waren er mensen bij Hem die vertelden over Galileeërs.
Pilatus had hun bloed vermengd met dat van hun offers.
Pilatus had hun bloed vermengd met dat van hun offers.
Jezus antwoordde hun: Denken jullie dat deze Galileeërs slechtere mensen waren dan alle andere Galileeërs?
Was dat de reden dat zij dit moesten ondergaan?
Was dat de reden dat zij dit moesten ondergaan?
Nee, zeg ik jullie.
Maar als jullie je leven niet veranderen, zullen jullie allemaal net zo omkomen.
Maar als jullie je leven niet veranderen, zullen jullie allemaal net zo omkomen.
En die achttien mensen op wie de toren bij Siloam viel?
Denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere inwoners van Jeruzalem?
Denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere inwoners van Jeruzalem?
Nee, zeg ik jullie.
Maar als jullie je leven niet veranderen, zullen jullie allemaal net zo omkomen.
Maar als jullie je leven niet veranderen, zullen jullie allemaal net zo omkomen.
Hij vertelde deze gelijkenis: Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard staan.
Hij kwam kijken of er vruchten aan zaten, maar vond er geen.
Hij kwam kijken of er vruchten aan zaten, maar vond er geen.
Hij zei tegen de wijngaardenier: Kijk, ik kom nu al drie jaar vruchten zoeken aan deze vijgenboom en ik vind ze niet.
Hak hem om.
Waarom zou hij de grond nog langer bezet houden?
Hak hem om.
Waarom zou hij de grond nog langer bezet houden?
De wijngaardenier antwoordde: Heer, laat hem dit jaar nog staan.
Ik zal de grond eromheen omspitten en mest geven.
Ik zal de grond eromheen omspitten en mest geven.
Draagt hij volgend jaar vrucht, dan is het goed.
Zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.
Zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.
Een vrouw genezen op de sabbat
Op een sabbat gaf Hij onderwijs in een van de synagogen.
Daar was een vrouw die al achttien jaar door een geest ziek werd gehouden.
Zij liep krom en kon zich helemaal niet oprichten.
Zij liep krom en kon zich helemaal niet oprichten.
Toen Jezus haar zag, riep Hij haar bij zich en zei: Vrouw, u bent van uw ziekte verlost.
Hij legde haar de handen op.
Meteen ging zij weer rechtop staan en zij eerde God.
Meteen ging zij weer rechtop staan en zij eerde God.
De leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas.
Hij zei tegen de menigte: Er zijn zes dagen om te werken.
Kom op die dagen om genezen te worden, en niet op de sabbat.
Hij zei tegen de menigte: Er zijn zes dagen om te werken.
Kom op die dagen om genezen te worden, en niet op de sabbat.
De Heere antwoordde hem: Schijnheilig volk.
Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los om hem te laten drinken?
Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los om hem te laten drinken?
En deze vrouw is een dochter van Abraham.
De satan hield haar achttien jaar gevangen.
Mocht zij dan op sabbat niet losgemaakt worden?
De satan hield haar achttien jaar gevangen.
Mocht zij dan op sabbat niet losgemaakt worden?
Door deze woorden stonden Zijn tegenstanders beschaamd.
De hele menigte was blij over alle prachtige dingen die Hij deed.
De hele menigte was blij over alle prachtige dingen die Hij deed.
Waarop het koninkrijk van God lijkt
Hij zei: Waarop lijkt Gods koninkrijk?
Waarmee zal ik het vergelijken?
Waarmee zal ik het vergelijken?
Het lijkt op een mosterdzaadje dat iemand in zijn tuin zaaide.
Het groeide uit tot een boom en de vogels nestelden in zijn takken.
Het groeide uit tot een boom en de vogels nestelden in zijn takken.
Hij zei opnieuw: Waarmee zal ik Gods koninkrijk vergelijken?
Het lijkt op gist die een vrouw door ongeveer 40 liter meel mengde, totdat het deeg helemaal gerezen was.
De nauwe deur
Hij trok van stad naar stad en van dorp naar dorp en gaf onderwijs.
Zo reisde Hij verder naar Jeruzalem.
Zo reisde Hij verder naar Jeruzalem.
Iemand vroeg Hem: Heere, worden er maar weinig mensen gered?
Hij zei tegen hen:
Hij zei tegen hen:
Doe je uiterste best om door de nauwe deur binnen te komen.
Want veel mensen, zeg ik jullie, zullen proberen binnen te komen en het niet kunnen.
Want veel mensen, zeg ik jullie, zullen proberen binnen te komen en het niet kunnen.
Straks staat de heer van het huis op en doet de deur op slot.
Dan staan jullie buiten te kloppen en te roepen: Heere, doe open.
Hij zal antwoorden: Ik weet niet waar jullie vandaan komen.
Dan staan jullie buiten te kloppen en te roepen: Heere, doe open.
Hij zal antwoorden: Ik weet niet waar jullie vandaan komen.
Dan zullen jullie zeggen: Wij hebben met U gegeten en gedronken en U hebt in onze straten onderwezen.
Hij zal zeggen: Ik zeg jullie dat ik niet weet waar jullie vandaan komen.
Ga weg van mij, jullie die onrecht doen.
Ga weg van mij, jullie die onrecht doen.
Daar zal gehuil zijn en tandengeknars.
Jullie zullen Abraham, Izak, Jakob en alle profeten in Gods koninkrijk zien, terwijl jullie zelf buiten staan.
Jullie zullen Abraham, Izak, Jakob en alle profeten in Gods koninkrijk zien, terwijl jullie zelf buiten staan.
Er zullen mensen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden.
Zij zullen aan tafel gaan in Gods koninkrijk.
Zij zullen aan tafel gaan in Gods koninkrijk.
En let op: sommigen die nu laatste zijn, zullen eerste zijn.
En sommigen die nu eerste zijn, zullen laatste zijn.
En sommigen die nu eerste zijn, zullen laatste zijn.
Jezus en Jeruzalem
Op dat moment kwamen er enkele Farizeeën naar Hem toe.
Zij zeiden: Ga hier weg, want Herodes wil U doden.
Zij zeiden: Ga hier weg, want Herodes wil U doden.
Hij zei tegen hen: Ga die vos zeggen: Ik drijf demonen uit en genees mensen, vandaag en morgen.
En op de derde dag ben ik klaar.
En op de derde dag ben ik klaar.
Toch moet ik vandaag, morgen en de dag daarna verder reizen.
Want het gebeurt niet dat een profeet buiten Jeruzalem omkomt.
Want het gebeurt niet dat een profeet buiten Jeruzalem omkomt.
Jeruzalem, Jeruzalem, jij doodt de profeten en stenigt wie naar je gestuurd zijn.
Hoe vaak heb ik je kinderen willen verzamelen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels verzamelt.
Maar jullie wilden niet.
Hoe vaak heb ik je kinderen willen verzamelen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels verzamelt.
Maar jullie wilden niet.
Kijk, jullie huis blijft verlaten achter.
Ik verzeker jullie: jullie zullen mij niet zien.
Dat duurt tot de tijd komt dat jullie zeggen: Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heere.
Ik verzeker jullie: jullie zullen mij niet zien.
Dat duurt tot de tijd komt dat jullie zeggen: Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heere.