Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Lukas 12

Jezus over vrees, bezit en waakzaamheid

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 8 minuten
Wees niet bang voor mensen
Intussen kwamen er duizenden mensen samen, zodat zij elkaar bijna vertrapten.
Jezus zei eerst tegen Zijn leerlingen: Pas op voor de gist van de Farizeeën, want dat is schijnheiligheid.
Niets blijft bedekt wat niet onthuld zal worden.
En niets blijft verborgen wat niet bekend zal worden.

Alles wat jullie in het donker zeggen, zal in het licht gehoord worden.
Wat jullie binnenskamers fluisteren, zal van de daken geroepen worden.

Ik zeg jullie, mijn vrienden: wees niet bang voor wie het lichaam doden.
Daarna kunnen zij niets meer doen.

Ik zal jullie zeggen voor wie je wel ontzag moet hebben.
Heb ontzag voor Hem die na de dood de macht heeft je in de hel te werpen.
Ja, zeg ik jullie, heb ontzag voor Hem.

Worden vijf mussen niet voor een paar centen verkocht?
Toch vergeet God niet een van hen.

Zelfs alle haren op jullie hoofd zijn geteld.
Wees dus niet bang, want jullie zijn meer waard dan veel mussen.

Ik zeg jullie: wie voor de mensen erkent dat hij bij mij hoort, over hem zal ook de Mensenzoon dat zeggen voor Gods engelen.
Maar wie mij voor de mensen verloochent, zal voor Gods engelen verloochend worden.
Wie iets tegen de Mensenzoon zegt, zal vergeving krijgen.
Maar wie kwaadspreekt over de Heilige Geest, krijgt geen vergeving.

Brengen zij jullie voor de synagoge, voor overheden en machthebbers, maak je dan geen zorgen.
Denk niet vooruit over je verdediging of over wat je zeggen moet.

Want de Heilige Geest zal jullie op dat moment leren wat jullie moeten zeggen.
De rijke dwaas
Iemand uit de menigte zei tegen Hem: Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.
Maar Hij zei tegen hem: Man, wie heeft mij aangesteld als rechter of scheidsrechter over jullie?
Hij zei tegen hen: Kijk uit en pas op voor hebzucht.
Iemands leven hangt niet af van wat hij bezit.

Hij vertelde hun een gelijkenis: Het land van een rijke man had veel opgebracht.
Hij dacht bij zichzelf: Wat moet ik doen?
Ik heb geen plaats om mijn oogst op te slaan.

Hij zei: Dit ga ik doen.
Ik breek mijn schuren af en bouw grotere.
Daarin sla ik al mijn graan en mijn goederen op.

En ik zal tegen mijzelf zeggen: Je hebt genoeg liggen voor vele jaren.
Rust uit, eet, drink en geniet.

Maar God zei tegen hem: Dwaas.
Vannacht wordt je leven van je opgeeist.
Voor wie is dan alles wat je hebt klaargelegd?

Zo gaat het met iemand die schatten verzamelt voor zichzelf en niet rijk is bij God.
Maak je geen zorgen
Hij zei tegen Zijn leerlingen: Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over je leven en over wat je eten zult.
Maak je ook geen zorgen over je lichaam en over wat je aantrekt.

Het leven is meer dan het eten en het lichaam meer dan de kleren.
Kijk naar de raven.
Zij zaaien niet en oogsten niet, en zij hebben geen voorraadkamer of schuur.
Toch geeft God hun te eten.
Hoeveel meer zijn jullie waard dan de vogels.

Wie van jullie kan door zich zorgen te maken zijn leven ook maar iets verlengen?
Als jullie zoiets kleins al niet kunnen, waarom maken jullie je dan zorgen over de rest?
Kijk naar de lelies, hoe zij groeien.
Zij werken niet en spinnen geen draad.
Toch zeg ik jullie: zelfs Salomo ging in al zijn pracht niet zo gekleed.

God kleedt het gras dat vandaag op het veld staat en morgen in de oven gaat.
Hoeveel meer zal Hij jullie kleden, kleingelovigen.

Vraag je dus niet af wat je eten of drinken zult.
Maak je daar niet druk over.

De volken van de wereld jagen dat allemaal na.
Jullie Vader weet dat jullie het nodig hebben.

Zoek liever Zijn koninkrijk, dan krijgen jullie dit er allemaal bij.
Wees niet bang, kleine kudde.
Jullie Vader heeft besloten jullie het koninkrijk te geven.

Verkoop wat je hebt en geef het aan de armen.
Zorg voor beurzen die niet slijten, een schat in de hemel die niet opraakt.
Daar komt geen dief bij en geen mot verteert hem.

Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Blijf waakzaam
Zorg dat jullie klaarstaan om te vertrekken en houd de lampen brandend.
Wees als mensen die op hun heer wachten tot hij thuiskomt van een bruiloft.
Als hij komt en klopt, doen zij meteen open.

Gelukkig zijn de knechten die de heer wakker aantreft.
Ik verzeker jullie: hij zal zijn kleren opschorten, hen aan tafel laten gaan en hen bedienen.

Komt hij midden in de nacht of tegen de ochtend en treft hij hen zo aan, dan zijn die knechten gelukkig.
Bedenk dit: als de heer van het huis wist wanneer de dief kwam, dan bleef hij wakker.
Hij zou niet toelaten dat er in zijn huis werd ingebroken.

Wees ook klaar, want de Mensenzoon komt op een uur waarop jullie Hem niet verwachten.
Petrus zei tegen Hem: Heere, vertelt U deze gelijkenis alleen aan ons of aan iedereen?
De Heere zei: Wie is de betrouwbare en verstandige beheerder?
Zijn heer geeft hem de leiding over het personeel om hun op tijd hun eten te geven.

Gelukkig is de knecht die door zijn heer bij thuiskomst zo bezig gevonden wordt.
Ik verzeker jullie dat de heer hem over al zijn bezit zal aanstellen.
Maar stel dat die knecht bij zichzelf denkt: Mijn heer blijft nog lang weg.
Dan gaat hij de knechten en de dienstmeisjes slaan, en zelf eten, drinken en dronken worden.

Dan komt zijn heer op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet kent.
De heer zal hem streng straffen en hem het lot van de ontrouwen geven.

De knecht die de wil van zijn heer kende en zich niet klaarhield, krijgt veel slagen.
Wie die wil niet kende en toch strafbare dingen deed, krijgt weinig slagen.
Van wie veel gekregen heeft, zal veel gevraagd worden.
En aan wie veel is toevertrouwd, zal men des te meer vragen.

De tijd verstaan
Ik ben gekomen om vuur op de aarde te werpen.
Hoe graag zou ik willen dat het al brandde.

Maar ik moet eerst een doop ondergaan.
Wat word ik gekweld tot dat volbracht is.

Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen?
Nee, zeg ik jullie, eerder verdeeldheid.

Van nu af aan zullen vijf mensen in een huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie.
De vader komt tegenover de zoon te staan en de zoon tegenover de vader.
De moeder tegenover de dochter en de dochter tegenover de moeder.
De schoonmoeder tegenover de schoondochter en de schoondochter tegenover de schoonmoeder.

Hij zei ook tegen de menigte: Zien jullie een wolk in het westen opkomen, dan zeggen jullie meteen: Er komt regen.
En zo gebeurt het.

Waait de zuidenwind, dan zeggen jullie: Het wordt heet.
En zo gebeurt het.

Schijnheilige mensen.
Jullie kunnen het aanzien van aarde en hemel beoordelen.
Waarom beoordelen jullie deze tijd dan niet?

En waarom bepalen jullie niet zelf wat juist is?
Ga je met je tegenpartij naar de overheid, doe dan onderweg je best om er samen uit te komen.
Anders sleept hij je voor de rechter, levert de rechter je uit aan de gerechtsdienaar en zet die je gevangen.

Ik zeg je: je komt daar pas uit als je de laatste cent betaald hebt.

Download hoofdstuk als tekstbestand