Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Lukas 11
Jezus leert bidden en ontmaskert schijnvertoon
Jezus leert Zijn leerlingen bidden
Op een keer was Jezus ergens aan het bidden.
Toen Hij ophield, zei een van Zijn leerlingen: Heere, leer ons bidden, zoals Johannes het zijn leerlingen ook geleerd heeft.
Toen Hij ophield, zei een van Zijn leerlingen: Heere, leer ons bidden, zoals Johannes het zijn leerlingen ook geleerd heeft.
Hij zei tegen hen: Bid zo.
Onze Vader in de hemel, laat Uw naam geëerd worden.
Laat Uw koninkrijk komen.
Laat Uw wil gebeuren op aarde, net zoals in de hemel.
Onze Vader in de hemel, laat Uw naam geëerd worden.
Laat Uw koninkrijk komen.
Laat Uw wil gebeuren op aarde, net zoals in de hemel.
Geef ons elke dag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven ieder die ons iets schuldig is.
En stel ons niet op de proef, maar red ons van het kwaad.
En stel ons niet op de proef, maar red ons van het kwaad.
Hij zei verder: Stel dat een van jullie midden in de nacht naar een vriend gaat.
Je zegt tegen hem: Vriend, leen mij drie broden.
Je zegt tegen hem: Vriend, leen mij drie broden.
Er is een vriend van mij op reis bij mij aangekomen.
Ik heb niets om hem voor te zetten.
Ik heb niets om hem voor te zetten.
En stel dat de ander van binnen antwoordt: Val mij niet lastig.
De deur zit al op slot en mijn kinderen liggen naast mij in bed.
Ik kan niet opstaan om je iets te geven.
De deur zit al op slot en mijn kinderen liggen naast mij in bed.
Ik kan niet opstaan om je iets te geven.
Ik zeg jullie: hij staat niet op omdat de ander zijn vriend is.
Maar omdat de ander blijft aandringen, staat hij toch op en geeft hem alles wat hij nodig heeft.
Maar omdat de ander blijft aandringen, staat hij toch op en geeft hem alles wat hij nodig heeft.
En ik zeg jullie: vraag, en je zult krijgen.
Zoek, en je zult vinden.
Klop, en de deur gaat voor je open.
Zoek, en je zult vinden.
Klop, en de deur gaat voor je open.
Want ieder die vraagt, krijgt.
Wie zoekt, vindt.
En voor wie klopt, gaat de deur open.
Wie zoekt, vindt.
En voor wie klopt, gaat de deur open.
Welke vader onder jullie geeft zijn zoon een steen als die om brood vraagt?
Of een slang als hij om een vis vraagt?
Of een slang als hij om een vis vraagt?
Of een schorpioen als hij om een ei vraagt?
Jullie zijn slecht, en toch weten jullie je kinderen goede dingen te geven.
Hoeveel te meer zal de Vader in de hemel de Heilige Geest geven aan wie Hem daarom vragen?
Hoeveel te meer zal de Vader in de hemel de Heilige Geest geven aan wie Hem daarom vragen?
Jezus en de macht over de demonen
Jezus dreef een demon uit die iemand stom maakte.
Toen de demon weg was, kon de man weer praten.
De mensen stonden versteld.
Toen de demon weg was, kon de man weer praten.
De mensen stonden versteld.
Maar sommigen van hen zeiden: Hij drijft de demonen uit met de hulp van Beëlzebul, de leider van de demonen.
Anderen wilden Hem op de proef stellen en vroegen om een teken uit de hemel.
Jezus wist wat zij dachten en zei: Een koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat kapot.
En een gezin dat tegen zichzelf verdeeld is, valt uiteen.
En een gezin dat tegen zichzelf verdeeld is, valt uiteen.
Als de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe kan zijn rijk dan standhouden?
Jullie zeggen immers dat ik de demonen uitdrijf met de hulp van Beëlzebul.
Jullie zeggen immers dat ik de demonen uitdrijf met de hulp van Beëlzebul.
Als ik dat met zijn hulp zou doen, met wiens hulp doen jullie eigen mensen het dan?
Zij zullen dus over jullie oordelen.
Zij zullen dus over jullie oordelen.
Maar drijf ik de demonen uit door de kracht van God, dan is Gods koninkrijk bij jullie gekomen.
Een sterke man met wapens bewaakt zijn eigen huis.
Alles wat hij heeft, is dan veilig.
Alles wat hij heeft, is dan veilig.
Maar komt er iemand die sterker is en wint die het van hem, dan neemt hij hem zijn wapens af.
Op die wapens vertrouwde hij, en de buit wordt verdeeld.
Op die wapens vertrouwde hij, en de buit wordt verdeeld.
Wie niet met mij is, is tegen mij.
En wie niet met mij bijeenbrengt, drijft juist uiteen.
En wie niet met mij bijeenbrengt, drijft juist uiteen.
Als een onreine geest uit iemand vertrekt, zwerft hij door dorre streken op zoek naar rust.
Vindt hij die niet, dan zegt hij: Ik ga terug naar het huis dat ik verliet.
Vindt hij die niet, dan zegt hij: Ik ga terug naar het huis dat ik verliet.
Bij aankomst vindt hij het schoongeveegd en opgeruimd.
Dan haalt hij zeven geesten die nog slechter zijn dan hijzelf.
Samen trekken zij erin en blijven er wonen.
Met die mens gaat het daarna nog slechter dan eerst.
Samen trekken zij erin en blijven er wonen.
Met die mens gaat het daarna nog slechter dan eerst.
Terwijl Hij dit zei, riep een vrouw uit de menigte: Gelukkig is de vrouw die U gedragen en gevoed heeft.
Maar Hij zei: Nog gelukkiger zijn de mensen die Gods woord horen en zich eraan houden.
Het teken van Jona en het licht in je
Er kwamen steeds meer mensen om Hem heen staan.
Hij zei: Dit is een slechte generatie.
Zij vraagt om een teken, maar krijgt geen ander teken dan dat van de profeet Jona.
Hij zei: Dit is een slechte generatie.
Zij vraagt om een teken, maar krijgt geen ander teken dan dat van de profeet Jona.
Want zoals Jona een teken was voor de mensen van Nineve, zo zal de Mensenzoon dat zijn voor deze generatie.
De koningin van het Zuiden zal bij het oordeel opstaan en deze mensen veroordelen.
Zij kwam van het einde van de aarde om naar de wijsheid van Salomo te luisteren.
En hier is meer dan Salomo.
Zij kwam van het einde van de aarde om naar de wijsheid van Salomo te luisteren.
En hier is meer dan Salomo.
De mannen van Nineve zullen bij het oordeel opstaan en deze generatie veroordelen.
Zij veranderden hun leven toen Jona preekte.
En hier is meer dan Jona.
Zij veranderden hun leven toen Jona preekte.
En hier is meer dan Jona.
Niemand steekt een lamp aan om die weg te zetten of onder een emmer te plaatsen.
Je zet hem juist op een standaard, zodat wie binnenkomt het licht ziet.
Je zet hem juist op een standaard, zodat wie binnenkomt het licht ziet.
Je oog is de lamp van je lichaam.
Is je oog zuiver, dan is je hele lichaam verlicht.
Is je oog slecht, dan is je lichaam donker.
Is je oog zuiver, dan is je hele lichaam verlicht.
Is je oog slecht, dan is je lichaam donker.
Let dus goed op dat het licht in jou geen duisternis is.
Is je hele lichaam verlicht en blijft er geen donker deel over, dan straalt het helemaal.
Het is dan zo licht als wanneer een lamp je beschijnt.
Het is dan zo licht als wanneer een lamp je beschijnt.
Jezus waarschuwt Farizeeën en wetgeleerden
Toen Hij uitgesproken was, nodigde een Farizeeër Hem uit om te komen eten.
Jezus ging naar binnen en nam aan tafel plaats.
Jezus ging naar binnen en nam aan tafel plaats.
De Farizeeër zag met verbazing dat Jezus zich voor het eten niet eerst waste.
De Heere zei tegen hem: Jullie Farizeeën maken de buitenkant van beker en schaal schoon.
Maar vanbinnen zijn jullie vol hebzucht en kwaad.
Maar vanbinnen zijn jullie vol hebzucht en kwaad.
Dwazen.
Heeft Hij die de buitenkant maakte, niet ook de binnenkant gemaakt?
Heeft Hij die de buitenkant maakte, niet ook de binnenkant gemaakt?
Geef liever aan de armen wat er in de schaal zit.
Dan is alles voor jullie rein.
Dan is alles voor jullie rein.
Maar wee jullie, Farizeeën!
Jullie geven tienden van munt, wijnruit en elk tuinkruid.
Maar het recht en de liefde van God slaan jullie over.
Doe dit, en laat het andere niet na.
Jullie geven tienden van munt, wijnruit en elk tuinkruid.
Maar het recht en de liefde van God slaan jullie over.
Doe dit, en laat het andere niet na.
Wee jullie, Farizeeën!
Jullie houden van de erezetel in de synagoge en van de begroetingen op het plein.
Jullie houden van de erezetel in de synagoge en van de begroetingen op het plein.
Wee jullie!
Jullie lijken op onzichtbare graven, waar mensen overheen lopen zonder het te weten.
Jullie lijken op onzichtbare graven, waar mensen overheen lopen zonder het te weten.
Een van de wetgeleerden zei daarop: Meester, met deze woorden beledigt U ons ook.
Hij zei: Wee ook jullie, wetgeleerden!
Jullie leggen mensen zware lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan.
Jullie leggen mensen zware lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan.
Wee jullie!
Jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten, terwijl jullie voorouders hen hebben gedood.
Jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten, terwijl jullie voorouders hen hebben gedood.
Zo laten jullie zien dat jullie het eens zijn met wat jullie voorouders deden.
Zij doodden de profeten en jullie bouwen hun graven.
Zij doodden de profeten en jullie bouwen hun graven.
Daarom heeft Gods wijsheid gezegd: Ik zal profeten en apostelen naar hen sturen.
Sommigen zullen zij doden en anderen zullen zij verjagen.
Sommigen zullen zij doden en anderen zullen zij verjagen.
Zo zal deze generatie verantwoording moeten afleggen voor het bloed van alle profeten.
Dat bloed is vergoten sinds het begin van de wereld.
Dat bloed is vergoten sinds het begin van de wereld.
Het gaat van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia, die omkwam tussen het altaar en het heiligdom.
Ja, zeg ik jullie, deze generatie zal daarvoor moeten boeten.
Ja, zeg ik jullie, deze generatie zal daarvoor moeten boeten.
Wee jullie, wetgeleerden!
Jullie hebben de sleutel van de kennis weggenomen.
Zelf gingen jullie niet naar binnen en wie dat wel wilde, hielden jullie tegen.
Jullie hebben de sleutel van de kennis weggenomen.
Zelf gingen jullie niet naar binnen en wie dat wel wilde, hielden jullie tegen.
Toen Jezus daar wegging, werden de schriftgeleerden en Farizeeën vijandig.
Zij bestookten Hem met allerlei vragen.
Zij bestookten Hem met allerlei vragen.
Zij loerden op Hem en probeerden Hem op een woord te vangen om Hem te kunnen aanklagen.