Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Leviticus 7

Voorschriften voor offers en priesterlijke delen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Het schuldoffer en de delen voor de priesters
Dit is de wet voor het schuldoffer.
Het is allerheiligst.

Het schuldoffer moet op dezelfde plaats worden geslacht als het brandoffer.
De priester sprenkelt het bloed rondom op het altaar.

Offer al het vet van het schuldoffer: de staart en het vet dat de ingewanden bedekt.
Verwijder ook beide nieren met het vet eromheen bij de lendenen, en de kwab van de lever samen met de nieren.
De priester verbrandt dit op het altaar als vuuroffer voor de HEERE.
Het is een schuldoffer.

Alle mannelijke priesters mogen ervan eten.
Het moet op een heilige plaats worden gegeten, want het is allerheiligst.

Voor het zondoffer en het schuldoffer geldt dezelfde wet.
Het offer is voor de priester die daarmee verzoening heeft gedaan.

De priester die iemands brandoffer offert, mag de huid van dat offer houden.
Elk graanoffer dat in de oven, kookpot of op de bakplaat is bereid, is voor de priester die het offert.
Elk graanoffer, met olie gemengd of droog, moet gelijk worden verdeeld onder alle zonen van Aäron.
Het dankoffer en regels voor het eten
Dit is de wet voor het dankoffer dat iemand aan de HEERE aanbiedt.
Als iemand het als lofoffer aanbiedt, voegt hij ongezuurde koeken met olie toe en ongezuurde dunne koeken die met olie zijn bestreken.
Ook offert hij koeken van geroosterd fijn meel dat met olie is gemengd.

Naast deze koeken moet hij gedesemd brood aanbieden bij het lofoffer van zijn dankoffer.
Van de gedesemde broden biedt hij er één als offerbijdrage aan de HEERE aan.
Dit is voor de priester die het bloed van het dankoffer sprenkelt.

Het vlees van het dankoffer dat als lofoffer wordt gebracht, moet dezelfde dag worden gegeten.
Laat niets tot de volgende morgen liggen.

Is het dankoffer een gelofteoffer of vrijwillig offer, dan wordt het vlees op de offerdag gegeten.
Wat overblijft, mag de volgende dag worden gegeten.

Vlees dat op de derde dag nog over is, moet worden verbrand.
Als iemand op de derde dag nog vlees van het dankoffer eet, neemt de HEERE het offer niet aan.
Het telt niet voor de offeraar, want het vlees is verwerpelijk.
Wie ervan eet, draagt zijn schuld.

Vlees dat iets onreins heeft aangeraakt, mag niet worden gegeten en moet worden verbrand.
Van het overige vlees mag iedereen eten die rein is.

Wie onrein is en toch vlees eet van het dankoffer dat voor de HEERE bestemd is, moet uit zijn volk worden uitgeroeid.
Iemand kan menselijke onreinheid, een onrein dier of iets anders onreins hebben aangeraakt.
Eet die persoon daarna vlees van het dankoffer voor de HEERE, dan moet hij uit zijn volk worden uitgeroeid.

Geen vet of bloed eten
Daarna sprak de HEERE tot Mozes:
Zeg tegen de Israëlieten: Jullie mogen geen vet van een rund, schaap of geit eten.
Het vet van een gestorven of verscheurd dier mag voor allerlei werk worden gebruikt.
Jullie mogen het beslist niet eten.

Wie vet eet van een dier waarvan iets als vuuroffer aan de HEERE is aangeboden, moet uit zijn volk worden uitgeroeid.
Eet in geen van jullie woningen bloed van vogels of andere dieren.
Wie bloed eet, moet uit zijn volk worden uitgeroeid.
De borst en rechterschouder voor de priesters
Verder sprak de HEERE tot Mozes:
Zeg tegen de Israëlieten: Wie een dankoffer aan de HEERE aanbiedt, moet zelf zijn offergave naar de HEERE brengen.
De offeraar moet het vuuroffer voor de HEERE zelf brengen: het vet samen met de borst.
Hij beweegt de borst heen en weer als beweegoffer voor de HEERE.

De priester verbrandt het vet op het altaar.
De borst is voor Aäron en zijn zonen.

Geef uit jullie dankoffers ook de rechterschouder als offerbijdrage aan de priester.
De zoon van Aäron die het bloed en het vet van het dankoffer aanbiedt, krijgt de rechterschouder als zijn deel.
Uit de dankoffers van de Israëlieten heb ik de beweegborst en geheven schouder genomen.
Die heb ik aan de priester Aäron en zijn zonen gegeven.
Dit is een blijvende bepaling voor de Israëlieten.

Samenvatting van de offerwetten
Dit is het aandeel uit de vuuroffers voor de HEERE dat Aäron en zijn zonen ontvangen.
Het geldt vanaf hun aanstelling om de HEERE als priesters te dienen.
De HEERE heeft de Israëlieten bevolen hun dit aandeel te geven vanaf de dag waarop zij werden gezalfd.
Het is een blijvende bepaling voor alle generaties.
Dit zijn de wetten voor het brandoffer, graanoffer, zondoffer, schuldoffer, inwijdingsoffer en dankoffer.
De HEERE gaf deze wetten aan Mozes op de berg Sinaï.
Dat gebeurde toen Hij de Israëlieten gebood hun offers aan de HEERE te brengen in de woestijn van Sinaï.

Download hoofdstuk als tekstbestand