Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Leviticus 6

Herstel en regels voor de offers

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Teruggave bij bedrog
Verder sprak de HEERE tegen Mozes.
Als iemand zondigt en de HEERE ontrouw is, kan hij tegen zijn naaste liegen over iets dat hem in bewaring of beheer is gegeven.
Hij kan iets roven of zijn naaste met geweld iets onthouden.

Of hij vindt iets wat verloren is, liegt daarover en zweert vals.
Als iemand één van deze zonden begaat, geldt het volgende.

Omdat hij heeft gezondigd en schuldig is, moet hij teruggeven wat hij roofde, met geweld afnam, in bewaring kreeg of gevonden heeft.
Alles waarover hij vals zwoer, moet hij volledig teruggeven en daar twintig procent aan toevoegen.
Op de dag dat zijn schuld wordt vastgesteld, geeft hij alles aan de eigenaar.

Daarna brengt hij de HEERE zijn schuldoffer bij de priester: een ram zonder gebrek uit de kudde, met de vastgestelde waarde.
Dan doet de priester voor de HEERE verzoening voor hem.
Hij krijgt vergeving voor elke daad waardoor hij schuldig is geworden.

Regels voor het brandoffer
Verder sprak de HEERE tegen Mozes.
Geef Aäron en zijn zonen de volgende opdracht: Dit is de regeling voor het brandoffer.
Het brandoffer moet de hele nacht tot de ochtend op de vuurplaats van het altaar blijven branden.
Het vuur op het altaar moet blijven branden.

De priester trekt zijn linnen kleed aan en draagt daaronder een linnen onderbroek.
Hij haalt de as weg die achterbleef nadat het vuur het brandoffer op het altaar verteerde.
Daarna legt hij de as naast het altaar.

Daarna trekt hij deze kleding uit en andere kleding aan.
Hij brengt de as buiten het kamp naar een reine plaats.

Het vuur op het altaar moet blijven branden en mag niet uitgaan.
Elke ochtend steekt de priester er hout op aan en schikt daarop het brandoffer.
Daarop verbrandt hij het vet van de dankoffers.

Het vuur moet voortdurend op het altaar blijven branden.
Het mag nooit uitgaan.

Regels voor het graanoffer
Dit is de regeling voor het graanoffer.
Eén van Aärons zonen biedt het voor de HEERE aan, vóór het altaar.

Hij neemt een handvol van het fijne meel en de olie van het graanoffer, samen met alle wierook die erop ligt.
Hij verbrandt dit gedenkdeel op het altaar als een geur die de HEERE aangenaam is.

Aäron en zijn zonen eten wat ervan overblijft.
Het moet ongezuurd op een heilige plaats worden gegeten, in de voorhof van de ontmoetingstent.

Het mag niet met desem worden gebakken.
Het is hun deel, dat ik hun uit mijn vuuroffers heb gegeven.
Het is allerheiligst, net als het zondoffer en het schuldoffer.

Iedere mannelijke nakomeling van Aäron mag ervan eten.
Dit blijft voor al jullie generaties een vaste regel voor de vuuroffers voor de HEERE.
Alles wat ermee in aanraking komt, wordt heilig.

Het graanoffer bij de zalving van een priester
Verder sprak de HEERE tegen Mozes.
Dit is het offer dat Aäron of één van zijn zonen op zijn zalvingsdag aan de HEERE moet brengen.
Hij brengt ongeveer twee liter fijn meel als voortdurend graanoffer: de helft in de ochtend en de helft in de avond.

Bereid het met olie in een pan en breng het goed doorbakken.
Bied de gebakken stukken van het graanoffer aan als een geur die de HEERE aangenaam is.

De gezalfde priester die hem opvolgt en één van zijn zonen is, moet hetzelfde doen.
Dit is een blijvende bepaling.
Het offer moet volledig voor de HEERE worden verbrand.

Elk graanoffer van een priester moet volledig worden verbrand.
Er mag niets van worden gegeten.

Regels voor het zondoffer
Verder sprak de HEERE tegen Mozes.
Zeg tegen Aäron en zijn zonen: Dit is de regeling voor het zondoffer.
Het zondoffer moet voor de HEERE worden geslacht op dezelfde plaats als het brandoffer.
Het is allerheiligst.

De priester die het als zondoffer aanbiedt, moet het eten.
Het wordt op een heilige plaats gegeten, in de voorhof van de ontmoetingstent.

Alles wat het vlees aanraakt, wordt heilig.
Als er bloed op een kledingstuk spat, moet dat kledingstuk op een heilige plaats worden gewassen.

Een aardewerken pot waarin het vlees is gekookt, moet worden gebroken.
Is het in een koperen pot gekookt, dan moet die worden geschuurd en met water afgespoeld.

Iedere mannelijke priester mag ervan eten.
Het is allerheiligst.

Maar een zondoffer waarvan het bloed in de ontmoetingstent wordt gebracht om in het heiligdom verzoening te doen, mag niet worden gegeten.
Het moet in het vuur worden verbrand.

Download hoofdstuk als tekstbestand