Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Leviticus 24
De lampen, de heilige broden en rechtvaardige rechtspraak
De lampen voor de HEERE
Verder sprak de HEERE tegen Mozes.
Gebied de Israëlieten dat zij je zuivere olie van fijngestoten olijven brengen.
Die olie is voor de lampen, zodat deze voortdurend kunnen branden.
Die olie is voor de lampen, zodat deze voortdurend kunnen branden.
Aäron moet de lampen van de avond tot de ochtend steeds voor de HEERE verzorgen.
Ze staan in de ontmoetingstent, buiten het voorhangsel dat vóór de getuigenis hangt.
Dit is een blijvende regel voor alle generaties.
Ze staan in de ontmoetingstent, buiten het voorhangsel dat vóór de getuigenis hangt.
Dit is een blijvende regel voor alle generaties.
Hij moet de lampen op de kandelaar van zuiver goud steeds voor de HEERE verzorgen.
De broden op de gouden tafel
Neem fijn meel en bak daarvan twaalf broden.
Gebruik voor elk brood ongeveer 4 liter meel.
Gebruik voor elk brood ongeveer 4 liter meel.
Leg ze in twee rijen op de tafel van zuiver goud voor de HEERE, zes broden per rij.
Leg op elke rij zuivere wierook.
De wierook dient als gedenkoffer voor het brood en wordt als vuuroffer aan de HEERE gebracht.
De wierook dient als gedenkoffer voor het brood en wordt als vuuroffer aan de HEERE gebracht.
Elke sabbat moeten de priesters de broden opnieuw voor de HEERE neerleggen, namens de Israëlieten.
Dit hoort bij een eeuwig verbond.
Dit hoort bij een eeuwig verbond.
De broden zijn voor Aäron en zijn zonen.
Zij moeten ze op een heilige plaats eten.
Het is voor hen een allerheiligst deel van de vuuroffers voor de HEERE.
Dit is een blijvende regel.
Zij moeten ze op een heilige plaats eten.
Het is voor hen een allerheiligst deel van de vuuroffers voor de HEERE.
Dit is een blijvende regel.
Een man lastert de naam van de HEERE
De zoon van een Israëlitische vrouw en een Egyptische man ging naar buiten.
In het kamp kreeg hij ruzie met een Israëlitische man.
In het kamp kreeg hij ruzie met een Israëlitische man.
De zoon van de Israëlitische vrouw lasterde de naam van de HEERE en vloekte.
Daarom brachten zij hem naar Mozes.
Zijn moeder heette Selomith.
Zij was een dochter van Dibri uit de stam Dan.
Daarom brachten zij hem naar Mozes.
Zijn moeder heette Selomith.
Zij was een dochter van Dibri uit de stam Dan.
Ze hielden hem gevangen totdat de HEERE duidelijk maakte wat er met hem moest gebeuren.
Het oordeel over godslastering
Verder sprak de HEERE tegen Mozes.
Breng de vloeker buiten het kamp.
Iedereen die hem heeft gehoord, moet zijn handen op zijn hoofd leggen.
Daarna moet de hele gemeenschap hem stenigen.
Iedereen die hem heeft gehoord, moet zijn handen op zijn hoofd leggen.
Daarna moet de hele gemeenschap hem stenigen.
Zeg tegen de Israëlieten: Wie zijn God vervloekt, moet de straf voor zijn zonde dragen.
Wie de naam van de HEERE lastert, moet zeker worden gedood.
De hele gemeenschap moet hem stenigen.
Voor een vreemdeling geldt hetzelfde als voor een geboren Israëliet.
Wie de naam van de HEERE lastert, moet gedood worden.
De hele gemeenschap moet hem stenigen.
Voor een vreemdeling geldt hetzelfde als voor een geboren Israëliet.
Wie de naam van de HEERE lastert, moet gedood worden.
Eén recht voor iedereen
Wie een mens doodt, moet zeker worden gedood.
Wie een dier doodt, moet het vervangen: een levend dier voor het gedode dier.
Wie zijn naaste lichamelijk letsel toebrengt, moet hetzelfde letsel ondergaan.
Breuk voor breuk, oog voor oog en tand voor tand.
Hetzelfde letsel dat iemand een ander toebrengt, moet ook hem worden toegebracht.
Hetzelfde letsel dat iemand een ander toebrengt, moet ook hem worden toegebracht.
Wie een dier doodt, moet het vergoeden.
Wie een mens doodt, moet gedood worden.
Wie een mens doodt, moet gedood worden.
Voor jullie geldt één en dezelfde wet, voor de vreemdeling net als voor de geboren Israëliet.
Ik ben de HEERE, jullie God!
Ik ben de HEERE, jullie God!
Het vonnis wordt uitgevoerd
Mozes zei tegen de Israëlieten: Breng de vloeker buiten het kamp en stenig hem.
De Israëlieten deden wat de HEERE Mozes had opgedragen.
De Israëlieten deden wat de HEERE Mozes had opgedragen.