Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Leviticus 14

Reiniging van mensen en huizen na melaatsheid

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 8 minuten
De eerste reiniging van een genezen persoon
Daarna sprak de HEERE tot Mozes:
Dit is de wet voor de dag waarop een melaatse persoon rein wordt verklaard.
Hij moet naar de priester worden gebracht.

De priester gaat buiten het kamp en onderzoekt hem.
Is de melaatse aandoening genezen,
dan laat de priester voor de reiniging twee levende, reine vogels halen, samen met cederhout, scharlaken wol en hysop.
De priester laat één vogel slachten boven een aardewerken vat met vers bronwater.
Hij neemt de levende vogel, het cederhout, de scharlaken wol en de hysop.
Hij dompelt alles in het bloed van de vogel die boven het stromende water is geslacht.

Daarmee besprenkelt hij de te reinigen persoon zeven keer en verklaart hem rein.
Daarna laat hij de levende vogel in het open veld wegvliegen.

De persoon die gereinigd wordt, wast zijn kleding, scheert al zijn haar af en wast zich met water.
Dan is hij rein.
Hij mag het kamp binnengaan, maar moet nog zeven dagen buiten zijn tent blijven.

Op de zevende dag scheert hij al zijn haar af: zijn hoofdhaar, baard en wenkbrauwen.
Hij wast zijn kleding en lichaam met water.
Dan is hij rein.

Offers op de achtste dag
Op de achtste dag neemt hij twee mannelijke lammeren zonder gebrek en één vrouwelijk lam van een jaar zonder gebrek.
Ook neemt hij ongeveer 6 liter fijn meel, met olie gemengd, als graanoffer en ongeveer 0,3 liter olie.

De priester die de reiniging uitvoert, zet de man en zijn offergaven voor de HEERE bij de ingang van de ontmoetingstent.
De priester neemt één lam en offert het met de olie als schuldoffer.
Hij beweegt beide heen en weer als beweegoffer voor de HEERE.

Daarna slacht hij het lam op de heilige plaats waar men het zondoffer en brandoffer slacht.
Het schuldoffer is net als het zondoffer voor de priester; het is allerheiligst.

De priester neemt wat bloed van het schuldoffer.
Hij strijkt het op de rechteroorlel, rechterduim en rechtergrote teen van de persoon die gereinigd wordt.

Daarna giet de priester wat van de olie in zijn eigen linkerhand.
Hij doopt zijn rechtervinger in de olie in zijn linkerhand en sprenkelt met zijn vinger zeven keer olie voor de HEERE.
De priester strijkt wat olie uit zijn hand op de rechteroorlel, rechterduim en rechtergrote teen van de persoon.
Hij brengt die olie aan boven op het bloed van het schuldoffer.

De rest van de olie in zijn hand doet de priester op het hoofd van de persoon die gereinigd wordt.
Zo doet hij voor hem verzoening voor de HEERE.

De priester bereidt het zondoffer en doet verzoening voor de persoon die van zijn onreinheid wordt gereinigd.
Daarna slacht hij het brandoffer.

De priester offert het brandoffer en graanoffer op het altaar.
Zo doet hij verzoening voor de persoon, en die is dan rein.

Offers voor iemand die arm is
Kan iemand dit door armoede niet betalen, dan neemt hij één lam als schuldoffer dat als beweegoffer wordt bewogen, om verzoening voor hem te doen.
Ook neemt hij ongeveer 2 liter fijn meel, met olie gemengd, als graanoffer en ongeveer 0,3 liter olie.

Hij neemt ook twee tortelduiven of twee jonge duiven, wat hij zich kan veroorloven.
Eén is voor het zondoffer en één voor het brandoffer.

Op de achtste dag van zijn reiniging brengt hij alles naar de priester bij de ingang van de ontmoetingstent, voor de HEERE.
De priester neemt het lam voor het schuldoffer en de olie.
Hij beweegt beide heen en weer als beweegoffer voor de HEERE.

Hij slacht het lam voor het schuldoffer en neemt wat bloed.
De priester strijkt het op de rechteroorlel, rechterduim en rechtergrote teen van de persoon die gereinigd wordt.

De priester giet wat van de olie in zijn eigen linkerhand.
Met zijn rechtervinger sprenkelt de priester zeven keer wat olie uit zijn linkerhand voor de HEERE.
De priester strijkt wat olie uit zijn hand op de rechteroorlel, rechterduim en rechtergrote teen van de persoon.
Hij brengt de olie aan op dezelfde plekken als het bloed van het schuldoffer.

De rest van de olie in zijn hand doet de priester op het hoofd van de persoon die gereinigd wordt.
Zo doet hij voor hem verzoening voor de HEERE.

Daarna bereidt hij één van de tortelduiven of jonge duiven die de persoon zich kon veroorloven.
Hij bereidt de ene vogel als zondoffer en de andere als brandoffer, naast het graanoffer.
Zo doet de priester voor de te reinigen persoon verzoening voor de HEERE.

Dit is de wet voor iemand met een melaatse aandoening die de gewone offers voor zijn reiniging niet kan betalen.
Onderzoek en behandeling van een aangetast huis
Verder sprak de HEERE tot Mozes en Aäron:
Wanneer jullie in Kanaän komen, het land dat ik jullie als bezit zal geven, zal ik daar een huis door melaatsheid laten aantasten.
Dan moet de eigenaar van het huis naar de priester gaan en zeggen: Het lijkt erop dat er een aantasting in mijn huis zit.
De priester laat het huis leeghalen voordat hij de aantasting onderzoekt.
Zo wordt niet alles in het huis onrein.
Daarna gaat de priester naar binnen om het huis te onderzoeken.

Bij zijn onderzoek kan hij groenachtige of roodachtige kuiltjes op de muren zien die dieper lijken dan het muuroppervlak.
Dan gaat de priester het huis uit en laat hij het huis zeven dagen gesloten houden.
Op de zevende dag komt de priester terug.
Ziet hij dat de aantasting zich over de muren heeft verspreid,
dan laat hij de aangetaste stenen uitbreken.
Ze moeten buiten de stad op een onreine plaats worden weggegooid.

Hij laat de binnenkant van het hele huis afschrappen.
Het afgeschraapte materiaal moet buiten de stad op een onreine plaats worden gestort.

Daarna vervangen zij de verwijderde stenen door andere stenen.
Met nieuwe leem moeten zij het huis opnieuw bepleisteren.

De aantasting kan na het uitbreken van de stenen, het afschrappen en het opnieuw bepleisteren van het huis terugkomen en uitbreken.
Dan komt de priester opnieuw.
Ziet hij dat de aantasting zich heeft verspreid, dan is het agressieve melaatsheid in het huis.
Het huis is onrein.

Men moet het huis volledig afbreken: de stenen, het hout en alle leem.
Alles moet buiten de stad naar een onreine plaats worden gebracht.

Wie het huis binnengaat terwijl het gesloten is, is tot de avond onrein.
Wie in dat huis slaapt, moet zijn kleding wassen.
Hetzelfde geldt voor iemand die in het huis eet.

Gaat de priester weer naar binnen en ziet hij dat de aantasting zich na het bepleisteren niet heeft verspreid, dan verklaart hij het huis rein.
De aantasting is verdwenen.

De reiniging van een huis
Om het huis van zonde te reinigen, neemt hij twee vogels, cederhout, scharlaken wol en hysop.
Hij slacht één vogel boven een aardewerken vat met vers bronwater.
Hij neemt het cederhout, de hysop, de scharlaken wol en de levende vogel.
Hij dompelt alles in het bloed van de geslachte vogel en in het verse bronwater.
Daarna besprenkelt hij het huis zeven keer.

Zo reinigt hij het huis van zonde.
Hij gebruikt het bloed van de vogel, het verse bronwater, de levende vogel, het cederhout, de hysop en de scharlaken wol.

De levende vogel laat hij buiten de stad in het open veld wegvliegen.
Zo doet hij verzoening voor het huis, en dan is het rein.

Samenvatting van de wet over melaatsheid
Dit is de wet voor elke melaatse aandoening en voor schurft,
voor melaatsheid in kleding en huizen,
en voor zwellingen, uitslag en witte vlekken.
Deze wet leert wanneer iets onrein of rein is.
Dit is de wet over melaatsheid.

Download hoofdstuk als tekstbestand