Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Klaagliederen 3
Elke morgen nieuw
Ik ben de man die ellende zag
Ik ben de man die ellende gezien heeft door de stok van Zijn woede.
Hij heeft mij geleid en gebracht in het donker, niet in het licht.
Ja, tegen mij keerde Hij zich; de hele dag hief Hij Zijn hand tegen mij op.
Hij liet mijn vlees en mijn huid verouderen.
Hij brak mijn botten.
Hij brak mijn botten.
Hij bouwde een wal tegen mij op.
Hij omringde mij met bitterheid en moeite.
Hij omringde mij met bitterheid en moeite.
Hij liet mij wonen in het donker, als mensen die al lang dood zijn.
Hij muurde mij in, zodat ik er niet uit kan.
Hij maakte mijn boeien zwaar.
Hij maakte mijn boeien zwaar.
Ook als ik roep en schreeuw, sluit Hij Zijn oren voor mijn gebed.
Hij muurde mijn wegen dicht met gehouwen stenen.
Hij maakte mijn paden krom.
Hij maakte mijn paden krom.
Hij is voor mij een beer die op de loer ligt, een leeuw in een schuilplaats.
Hij dreef mij van mijn weg af en verscheurde mij.
Hij maakte mij eenzaam.
Hij maakte mij eenzaam.
Hij spande Zijn boog en zette mij neer als doelwit voor de pijl.
Hij schoot Zijn pijlen diep in mijn binnenste.
Ik ben voor heel mijn volk een mikpunt van spot geworden, hun spotlied de hele dag.
Hij vulde mij met bitterheid en maakte mij dronken van alsem.
Hij brak mijn tanden op steengruis.
Hij drukte mij neer in de as.
Hij drukte mij neer in de as.
U hebt mijn leven ver van de vrede gestoten.
Ik ben vergeten wat goed is.
Ik ben vergeten wat goed is.
Toen zei ik: mijn kracht is weg en ook mijn hoop op de HEERE.
Denk aan mijn ellende en mijn zwerven, aan de alsem en de bitterheid.
Mijn ziel denkt er steeds aan en buigt zich diep in mij neer.
Dit neem ik ter harte, en daarom heb ik hoop.
De trouw van de HEERE is groot
Het is de trouw van de HEERE dat wij niet vergaan zijn.
Zijn barmhartigheid houdt niet op.
Zijn barmhartigheid houdt niet op.
Elke morgen is zij nieuw.
Uw trouw is groot.
Uw trouw is groot.
De HEERE is mijn deel, zegt mijn ziel.
Daarom zal ik op Hem hopen.
Daarom zal ik op Hem hopen.
De HEERE is goed voor wie op Hem wachten, voor de mens die Hem zoekt.
Het is goed om in stilte te hopen op de redding van de HEERE.
Het is goed voor een mens om in zijn jeugd het juk te dragen.
Laat hij alleen zitten en zwijgen, want de HEERE heeft het hem opgelegd.
Laat hij zijn mond in het stof steken en zeggen: misschien is er nog hoop.
Laat hij zijn wang geven aan wie hem slaat en zich verzadigen met smaad.
Want de HEERE verstoot niet voor altijd.
Als Hij verdriet doet, ontfermt Hij zich weer om Zijn grote trouw.
Want Hij kwelt de mensen niet van harte en doet hun geen verdriet uit lust.
Dat men alle gevangenen van de aarde onder de voeten vertrapt,
dat men het recht van een mens buigt voor het gezicht van de Allerhoogste,
dat men iemand onrecht doet in zijn rechtszaak: zou de HEERE dat niet zien?
Wie zegt iets en het gebeurt, zonder dat de HEERE het beveelt?
Komt niet uit de mond van de Allerhoogste zowel het kwade als het goede?
Waarom klaagt dan een levend mens?
Laat ieder klagen over zijn eigen zonden.
Laat ieder klagen over zijn eigen zonden.
Laten wij terugkeren naar de HEERE
Laten wij onze wegen onderzoeken en doorzoeken en terugkeren naar de HEERE.
Laten wij ons hart en onze handen opheffen naar God in de hemel en zeggen:
Wij hebben overtreden en wij zijn opstandig geweest.
Daarom hebt U niet gespaard.
Daarom hebt U niet gespaard.
U hebt zich met toorn bedekt en ons achtervolgd.
U hebt gedood en niet gespaard.
U hebt gedood en niet gespaard.
U hebt zich met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam.
U hebt ons tot uitschot en afval gemaakt te midden van de volken.
Al onze vijanden sperren hun mond tegen ons open.
Angst en een kuil zijn over ons gekomen, verwoesting en ondergang.
Mijn ogen stromen als waterbeken om de ondergang van mijn volk.
Mijn ogen stromen en houden niet op, want er is geen rust.
Dat gaat door tot de HEERE uit de hemel neerkijkt en het ziet.
Wat mijn ogen zien, doet mij pijn om alle dochters van mijn stad.
Wie mij zonder reden haten, hebben op mij gejaagd als op een vogel.
Zij wierpen mij levend in een put en gooiden een steen op mij.
Het water stroomde over mijn hoofd.
Ik zei: ik ben verloren.
Ik zei: ik ben verloren.
U hebt mijn stem gehoord
HEERE, ik heb Uw naam aangeroepen uit de diepste put.
U hebt mijn stem gehoord.
Sluit Uw oor niet voor mijn zuchten en mijn roepen.
Sluit Uw oor niet voor mijn zuchten en mijn roepen.
U kwam dichtbij op de dag dat ik U aanriep.
U zei: wees niet bang.
U zei: wees niet bang.
HEERE, U hebt het voor mij opgenomen.
U hebt mijn leven gered.
U hebt mijn leven gered.
HEERE, U hebt gezien welk onrecht mij is aangedaan.
Spreek recht in mijn zaak.
Spreek recht in mijn zaak.
U hebt al hun wraak gezien en al hun plannen tegen mij.
HEERE, U hebt hun spot gehoord en al hun plannen tegen mij.
U hoort wat mijn tegenstanders zeggen en wat zij de hele dag over mij bedenken.
Kijk toch: of zij zitten of staan, ik ben hun spotlied.
HEERE, geef hun terug wat zij verdienen, naar het werk van hun handen.
Maak hun hart ongevoelig.
Laat Uw vloek over hen komen.
Laat Uw vloek over hen komen.
Achtervolg hen met toorn en vernietig hen onder de hemel van de HEERE.