Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Klaagliederen 2
De HEERE was als een vijand
Hij brak wat Hij gebouwd had
Hoe heeft de HEERE de dochter van Sion in Zijn toorn met een wolk bedekt!
Hij wierp de pracht van Israël van de hemel op de aarde.
Op de dag van Zijn toorn dacht Hij niet aan de voetbank van Zijn voeten.
Hij wierp de pracht van Israël van de hemel op de aarde.
Op de dag van Zijn toorn dacht Hij niet aan de voetbank van Zijn voeten.
De HEERE verslond alle woningen van Jakob en spaarde ze niet.
In Zijn woede brak Hij de vestingen van de dochter van Juda af.
Hij haalde ze tegen de grond.
Hij onteerde het koninkrijk en zijn vorsten.
In Zijn woede brak Hij de vestingen van de dochter van Juda af.
Hij haalde ze tegen de grond.
Hij onteerde het koninkrijk en zijn vorsten.
In brandende toorn hakte Hij de hele hoorn van Israël af.
Hij trok Zijn rechterhand terug toen de vijand kwam.
Hij laaide tegen Jakob op als een vlammend vuur dat alles verteert.
Hij trok Zijn rechterhand terug toen de vijand kwam.
Hij laaide tegen Jakob op als een vlammend vuur dat alles verteert.
Hij spande Zijn boog als een vijand.
Hij stelde zich met Zijn rechterhand op als tegenstander.
Alles wat het oog liefhad, doodde Hij.
In de tent van de dochter van Sion goot Hij Zijn woede uit als vuur.
Hij stelde zich met Zijn rechterhand op als tegenstander.
Alles wat het oog liefhad, doodde Hij.
In de tent van de dochter van Sion goot Hij Zijn woede uit als vuur.
De HEERE werd als een vijand.
Hij verslond Israël en verslond al haar paleizen.
Hij vernielde haar vestingen.
Bij de dochter van Juda liet Hij het klagen en kermen aanzwellen.
Hij verslond Israël en verslond al haar paleizen.
Hij vernielde haar vestingen.
Bij de dochter van Juda liet Hij het klagen en kermen aanzwellen.
Hij rukte Zijn hut weg alsof het een tuinhuis was.
Hij vernielde de plaats waar Hij Zijn volk ontmoette.
De HEERE liet in Sion het feest en de sabbat vergeten.
In Zijn brandende toorn verwierp Hij koning en priester.
Hij vernielde de plaats waar Hij Zijn volk ontmoette.
De HEERE liet in Sion het feest en de sabbat vergeten.
In Zijn brandende toorn verwierp Hij koning en priester.
De HEERE verstootte Zijn altaar en verwierp Zijn heiligdom.
Hij gaf de muren van haar paleizen in de hand van de vijand.
Zij schreeuwden in het huis van de HEERE als op een feestdag.
Hij gaf de muren van haar paleizen in de hand van de vijand.
Zij schreeuwden in het huis van de HEERE als op een feestdag.
De HEERE besloot de muur van de dochter van Sion te vernielen.
Hij spande er het meetlint over en trok Zijn hand niet terug voordat Hij haar verslond.
Muur en voormuur liet Hij treuren; samen zijn zij verzwakt.
Hij spande er het meetlint over en trok Zijn hand niet terug voordat Hij haar verslond.
Muur en voormuur liet Hij treuren; samen zijn zij verzwakt.
Haar poorten zijn in de grond gezakt.
Hij vernielde en brak haar grendels.
Haar koning en haar vorsten zijn onder de volken.
Er is geen wet meer en haar profeten krijgen geen visioen van de HEERE.
Hij vernielde en brak haar grendels.
Haar koning en haar vorsten zijn onder de volken.
Er is geen wet meer en haar profeten krijgen geen visioen van de HEERE.
De oudsten van de dochter van Sion zitten zwijgend op de grond.
Zij gooien stof op hun hoofd en dragen rouwkleren.
De jonge vrouwen van Jeruzalem laten hun hoofd hangen.
Zij gooien stof op hun hoofd en dragen rouwkleren.
De jonge vrouwen van Jeruzalem laten hun hoofd hangen.
Mijn ogen zijn op van tranen
Mijn ogen zijn op van tranen en alles in mij is in beroering.
Mijn hart is uitgestort op de grond om de ondergang van mijn volk.
Want kinderen en zuigelingen vallen flauw op de pleinen van de stad.
Mijn hart is uitgestort op de grond om de ondergang van mijn volk.
Want kinderen en zuigelingen vallen flauw op de pleinen van de stad.
Zij zeggen tegen hun moeders: waar is brood en wijn?
Zij vallen flauw op de pleinen van de stad, als gewonden.
Zij blazen hun laatste adem uit in de armen van hun moeders.
Zij vallen flauw op de pleinen van de stad, als gewonden.
Zij blazen hun laatste adem uit in de armen van hun moeders.
Wat zal ik van je zeggen?
Waarmee zal ik je vergelijken, dochter van Jeruzalem?
Waarmee zal ik je vergelijken om je te troosten, jonge dochter van Sion?
Je ondergang is zo groot als de zee.
Wie kan je genezen?
Waarmee zal ik je vergelijken, dochter van Jeruzalem?
Waarmee zal ik je vergelijken om je te troosten, jonge dochter van Sion?
Je ondergang is zo groot als de zee.
Wie kan je genezen?
Je profeten zagen voor jou dwaze en waardeloze dingen.
Zij lieten jouw schuld niet zien om je ballingschap af te wenden.
Zij zagen voor jou alleen loze woorden en misleiding.
Zij lieten jouw schuld niet zien om je ballingschap af te wenden.
Zij zagen voor jou alleen loze woorden en misleiding.
Iedereen die voorbijkomt, klapt in de handen om jou.
Zij sissen en schudden hun hoofd om de dochter van Jeruzalem.
Zij zeggen: is dit de stad waarvan men zei dat zij volmaakt mooi was, een vreugde voor de hele aarde?
Zij sissen en schudden hun hoofd om de dochter van Jeruzalem.
Zij zeggen: is dit de stad waarvan men zei dat zij volmaakt mooi was, een vreugde voor de hele aarde?
Al je vijanden sperren hun mond tegen je open.
Zij sissen en knarsen met hun tanden.
Zij zeggen: wij hebben haar verslonden.
Dit is de dag waarop wij gewacht hebben; wij hebben hem meegemaakt en gezien.
Zij sissen en knarsen met hun tanden.
Zij zeggen: wij hebben haar verslonden.
Dit is de dag waarop wij gewacht hebben; wij hebben hem meegemaakt en gezien.
De HEERE heeft gedaan wat Hij van plan was.
Hij heeft Zijn woord vervuld dat Hij lang geleden gaf.
Hij brak af en spaarde niet.
Hij gaf de vijand vreugde over jou en verhoogde de hoorn van je tegenstanders.
Hij heeft Zijn woord vervuld dat Hij lang geleden gaf.
Hij brak af en spaarde niet.
Hij gaf de vijand vreugde over jou en verhoogde de hoorn van je tegenstanders.
Hun hart schreeuwde naar de HEERE.
Muur van de dochter van Sion, laat je tranen dag en nacht stromen als een beek.
Gun jezelf geen rust; laat je ogen niet ophouden.
Muur van de dochter van Sion, laat je tranen dag en nacht stromen als een beek.
Gun jezelf geen rust; laat je ogen niet ophouden.
Sta op en roep in de nacht, bij het begin van elke nachtwake.
Stort je hart uit als water voor het gezicht van de HEERE.
Hef je handen naar Hem op voor het leven van je kinderen, die van honger flauwvallen op elke straathoek.
Stort je hart uit als water voor het gezicht van de HEERE.
Hef je handen naar Hem op voor het leven van je kinderen, die van honger flauwvallen op elke straathoek.
Kijk toch, HEERE, en zie wie U dit hebt aangedaan.
Moeten vrouwen dan hun eigen kinderen eten, de kleintjes die zij dragen?
Moeten profeet en priester dan gedood worden in het heiligdom van de HEERE?
Moeten vrouwen dan hun eigen kinderen eten, de kleintjes die zij dragen?
Moeten profeet en priester dan gedood worden in het heiligdom van de HEERE?
Jong en oud liggen op straat op de grond.
Mijn jonge vrouwen en mijn jonge mannen zijn door het zwaard gevallen.
U hebt hen gedood op de dag van Uw toorn.
U hebt hen geslacht en niet gespaard.
Mijn jonge vrouwen en mijn jonge mannen zijn door het zwaard gevallen.
U hebt hen gedood op de dag van Uw toorn.
U hebt hen geslacht en niet gespaard.
U riep de verschrikkingen van alle kanten op, als voor een feestdag.
Op de dag van de toorn van de HEERE is niemand ontkomen of overgebleven.
Wie ik gedragen en grootgebracht heb, heeft mijn vijand omgebracht.
Op de dag van de toorn van de HEERE is niemand ontkomen of overgebleven.
Wie ik gedragen en grootgebracht heb, heeft mijn vijand omgebracht.