Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Klaagliederen 1
Hoe eenzaam zit de stad
De stad is een weduwe geworden
Hoe eenzaam zit de stad die zo vol mensen was!
Zij is als een weduwe geworden.
Zij was groot onder de volken en een vorstin onder de gewesten.
Nu moet zij belasting betalen.
Zij is als een weduwe geworden.
Zij was groot onder de volken en een vorstin onder de gewesten.
Nu moet zij belasting betalen.
Zij huilt de hele nacht en de tranen lopen over haar wangen.
Van al haar geliefden is er niemand die haar troost.
Al haar vrienden werden ontrouw; zij zijn haar vijanden geworden.
Van al haar geliefden is er niemand die haar troost.
Al haar vrienden werden ontrouw; zij zijn haar vijanden geworden.
Juda is in ballingschap gegaan door ellende en zware slavernij.
Het woont tussen de volken en vindt geen rust.
Al zijn achtervolgers hebben het ingehaald in het nauw.
Het woont tussen de volken en vindt geen rust.
Al zijn achtervolgers hebben het ingehaald in het nauw.
De wegen naar Sion treuren, want niemand komt nog naar het feest.
Al haar poorten liggen verlaten en haar priesters zuchten.
Haar jonge vrouwen zijn bedroefd en zij is bitter van verdriet.
Al haar poorten liggen verlaten en haar priesters zuchten.
Haar jonge vrouwen zijn bedroefd en zij is bitter van verdriet.
Haar tegenstanders hebben de macht gekregen en haar vijanden leven rustig.
Want de HEERE heeft haar verdriet gedaan om haar vele overtredingen.
Haar kinderen zijn als gevangenen weggevoerd, voor de ogen van de vijand.
Want de HEERE heeft haar verdriet gedaan om haar vele overtredingen.
Haar kinderen zijn als gevangenen weggevoerd, voor de ogen van de vijand.
Alle pracht is weg bij de dochter van Sion.
Haar vorsten zijn als herten die geen weide vinden.
Krachteloos vluchten zij voor wie hen achtervolgt.
Haar vorsten zijn als herten die geen weide vinden.
Krachteloos vluchten zij voor wie hen achtervolgt.
In de dagen van haar ellende en haar zwerven denkt Jeruzalem terug aan alles wat zij vroeger had.
Haar volk viel in de hand van de vijand en niemand hielp haar.
De vijanden keken naar haar en lachten om haar ondergang.
Haar volk viel in de hand van de vijand en niemand hielp haar.
De vijanden keken naar haar en lachten om haar ondergang.
Jeruzalem heeft zwaar gezondigd.
Daarom is zij onrein geworden.
Allen die haar eerden, kijken op haar neer, want zij hebben haar naaktheid gezien.
Zij zucht zelf ook en draait zich beschaamd om.
Daarom is zij onrein geworden.
Allen die haar eerden, kijken op haar neer, want zij hebben haar naaktheid gezien.
Zij zucht zelf ook en draait zich beschaamd om.
Haar onreinheid kleeft aan haar rokken.
Zij dacht niet aan haar einde.
Daarom is zij diep gevallen en niemand troost haar.
HEERE, kijk naar mijn ellende, want de vijand maakt zich groot.
Zij dacht niet aan haar einde.
Daarom is zij diep gevallen en niemand troost haar.
HEERE, kijk naar mijn ellende, want de vijand maakt zich groot.
De vijand heeft zijn hand uitgestrekt naar alles wat zij liefhad.
Zij moest toezien hoe vreemde volken haar heiligdom binnengingen.
En U had juist verboden dat zij in Uw vergadering zouden komen.
Zij moest toezien hoe vreemde volken haar heiligdom binnengingen.
En U had juist verboden dat zij in Uw vergadering zouden komen.
Heel haar volk zucht en zoekt brood.
Zij gaven hun kostbaarheden voor eten, om in leven te blijven.
Kijk, HEERE, en zie hoe waardeloos ik geworden ben.
Zij gaven hun kostbaarheden voor eten, om in leven te blijven.
Kijk, HEERE, en zie hoe waardeloos ik geworden ben.
Kijk toch, HEERE, naar mijn verdriet
Raakt het jullie niet, jullie allemaal die voorbijkomen?
Kijk toch en zie of er pijn is zoals mijn pijn, die mij is aangedaan.
De HEERE deed mij verdriet op de dag van Zijn brandende toorn.
Kijk toch en zie of er pijn is zoals mijn pijn, die mij is aangedaan.
De HEERE deed mij verdriet op de dag van Zijn brandende toorn.
Uit de hoogte stuurde Hij een vuur in mijn botten en Hij liet het heersen.
Hij spande een net voor mijn voeten en dreef mij terug.
Hij maakte mij eenzaam en ziek, de hele dag.
Hij spande een net voor mijn voeten en dreef mij terug.
Hij maakte mij eenzaam en ziek, de hele dag.
Het juk van mijn overtredingen is door Zijn hand vastgebonden.
Zij zijn samengevlochten en drukken op mijn nek.
Hij heeft mijn kracht gebroken.
De HEERE gaf mij in handen waaruit ik niet kan opstaan.
Zij zijn samengevlochten en drukken op mijn nek.
Hij heeft mijn kracht gebroken.
De HEERE gaf mij in handen waaruit ik niet kan opstaan.
De HEERE verwierp alle sterke mannen in mijn midden.
Hij riep een menigte tegen mij op om mijn jonge mannen te breken.
De HEERE trad de wijnpers voor de jonge dochter van Juda.
Hij riep een menigte tegen mij op om mijn jonge mannen te breken.
De HEERE trad de wijnpers voor de jonge dochter van Juda.
Daarom huil ik.
Mijn ogen, mijn ogen stromen van tranen.
Want de trooster die mij op zou beuren, is ver van mij.
Mijn kinderen zijn verloren, want de vijand heeft gewonnen.
Mijn ogen, mijn ogen stromen van tranen.
Want de trooster die mij op zou beuren, is ver van mij.
Mijn kinderen zijn verloren, want de vijand heeft gewonnen.
Sion strekt haar handen uit, maar niemand troost haar.
De HEERE heeft over Jakob bevolen dat zijn buren zijn vijanden zouden zijn.
Jeruzalem is onder hen onrein geworden.
De HEERE heeft over Jakob bevolen dat zijn buren zijn vijanden zouden zijn.
Jeruzalem is onder hen onrein geworden.
De HEERE is rechtvaardig, want ik was ongehoorzaam aan Zijn mond.
Hoor toch, alle volken, en zie mijn pijn.
Mijn jonge vrouwen en mijn jonge mannen zijn in ballingschap gegaan.
Hoor toch, alle volken, en zie mijn pijn.
Mijn jonge vrouwen en mijn jonge mannen zijn in ballingschap gegaan.
Ik riep naar mijn geliefden, maar zij bedrogen mij.
Mijn priesters en mijn oudsten stierven in de stad.
Zij zochten eten om in leven te blijven.
Mijn priesters en mijn oudsten stierven in de stad.
Zij zochten eten om in leven te blijven.
Kijk toch, HEERE, want ik ben benauwd.
Alles in mij is in beroering en mijn hart keert zich om, want ik ben heel opstandig geweest.
Buiten beroofde het zwaard mij van mijn kinderen; binnen heerst de dood.
Alles in mij is in beroering en mijn hart keert zich om, want ik ben heel opstandig geweest.
Buiten beroofde het zwaard mij van mijn kinderen; binnen heerst de dood.
Zij horen dat ik zucht, maar niemand troost mij.
Al mijn vijanden horen van mijn onheil en zijn blij dat U het gedaan hebt.
Laat de dag komen die U hebt aangekondigd; dan zullen zij zijn zoals ik.
Al mijn vijanden horen van mijn onheil en zijn blij dat U het gedaan hebt.
Laat de dag komen die U hebt aangekondigd; dan zullen zij zijn zoals ik.
Laat al hun kwaad voor U komen.
Doe met hen zoals U met mij gedaan hebt om al mijn overtredingen.
Want ik zucht veel en mijn hart is moe.
Doe met hen zoals U met mij gedaan hebt om al mijn overtredingen.
Want ik zucht veel en mijn hart is moe.