Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

Judith 9

Het gebed van Judith

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
God van mijn vader Simeon
Judith wierp zich op haar gezicht, deed as op haar hoofd en maakte het rouwkleed zichtbaar dat zij aanhad.
Het was juist de tijd dat in Jeruzalem in het huis van God het avondreukoffer gebracht werd.
Judith riep met luide stem tot de Heere en zei:
Heere, God van mijn vader Simeon, U hebt hem het zwaard in de hand gegeven om wraak te nemen op vreemden die de schoot van een meisje hadden geopend tot onreinheid, haar hadden ontkleed tot schande en haar schoot hadden bevlekt.
U had immers gezegd: zo zal het niet gaan.
Daarom hebt U hun leiders aan de dood overgegeven en hun kamp, dat van hun bedrog wist, aan het bloed.
U hebt de slaven met de machtigen geslagen en de machtigen op hun tronen.

U hebt hun vrouwen als buit gegeven en hun dochters in gevangenschap, en heel de buit ter verdeling aan Uw geliefde kinderen, die met Uw ijver geijverd hadden, die een afschuw hadden van de bevlekking van hun bloed en U om hulp hadden aangeroepen.
God, mijn God, verhoor ook mij, die weduwe ben.

Want U hebt gedaan wat er vroeger was, en wat toen gebeurde, en wat daarna kwam.
U kent wat er nu is en wat komen gaat, en wat U besloten hebt, staat er en zegt: kijk, hier zijn wij.

Want al Uw wegen liggen klaar en Uw oordeel is U vooraf bekend.
Breek hun macht
Want kijk, de Assyriërs zijn talrijk geworden in hun leger.
Zij zijn hoogmoedig op hun paarden en ruiters en roemen op de arm van hun voetvolk.
Zij hopen op hun schilden, speren, bogen en slingers, en zij weten niet dat U de Heere bent, die de oorlogen verplettert.
Heere is Uw naam.

Breek hun geweld met Uw kracht en sla hun sterkte neer in Uw toorn.
Want zij zijn van plan Uw heiligdom te ontwijden,
de tent te bevlekken waar Uw heerlijke naam rust, en de hoorn van Uw altaar met een breekijzer om te gooien.
Zie hun hoogmoed aan.
Stuur Uw toorn over hun hoofd.
Geef mij, die weduwe ben, de kracht in mijn hand voor wat ik bedacht heb.
Sla met mijn bedrieglijke lippen de slaaf samen met de heer, en de heer samen met zijn dienaar.
Breek hun hoogmoed door de hand van een vrouw.
U bent een God van de kleinen
Want Uw kracht zit niet in de menigte en Uw macht niet in de geweldenaars, maar U bent een God van de nederigen.
U bent een helper van de kleinen, een steun voor de zwakken, een beschutting voor wie het niet meer zien zitten, en een redder van wie geen hoop hebben.

Ja, ja, God van mijn vader, God van het erfdeel van Israël, Heere van hemel en aarde, schepper van het water, Koning van al Uw schepselen,
verhoor toch mijn gebed,
en geef dat mijn woorden en mijn misleiding een wond en een striem worden voor hen die zulke harde plannen gemaakt hebben tegen Uw verbond, tegen Uw geheiligde huis, tegen de top van de berg Sion en tegen het huis dat Uw kinderen bezitten.
Maak dat heel Uw volk en alle stammen weten en ervaren dat U de God bent van alle kracht en sterkte, en dat er geen andere beschermer is van het volk van Israël dan U.

Download hoofdstuk als tekstbestand