Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Judith 10
Judith gaat het kamp binnen
Zij maakt zich mooi
Toen zij ophield met roepen tot de God van Israël en al deze woorden beëindigd had,
stond zij op van haar knieval, riep haar dienstmeisje en ging naar beneden in het huis, waar zij op de sabbat en op haar feestdagen verbleef.
Zij legde het rouwkleed af dat zij droeg en trok haar weduwekleren uit.
Zij legde het rouwkleed af dat zij droeg en trok haar weduwekleren uit.
Zij waste haar hele lichaam met water, zalfde het met kostbare zalf, vlocht haar haar, zette er een hoofdband op en trok de feestkleren aan die zij droeg toen haar man Manasse nog leefde.
Zij deed sandalen aan haar voeten, en armbanden, halskettingen, ringen, oorringen en al haar sieraden om.
Zij maakte zich heel mooi, om de ogen te misleiden van iedere man die haar zou zien.
Zij maakte zich heel mooi, om de ogen te misleiden van iedere man die haar zou zien.
Zij gaf haar dienstmeisje een leren zak met wijn en een kruik met olie, vulde een reistas met meel, vijgen en reine broden, wikkelde al haar vaatwerk in en legde het haar op.
Zij gingen naar de poort van de stad Betulia en vonden daar Ozias staan met de oudsten van de stad, Chabris en Charmis.
Zij gaat de stad uit
Toen zij haar zagen, hoe haar gezicht veranderd was en haar kleding anders, waren zij diep onder de indruk van haar schoonheid.
Zij zeiden tegen haar: God, de God van onze voorouders, make u aangenaam en voere uw plannen uit, tot roem van de Israëlieten en tot verhoging van Jeruzalem.
En zij aanbad God.
En zij aanbad God.
Zij zei tegen hen: Geef bevel dat de poort van de stad voor mij wordt opengedaan, dan zal ik naar buiten gaan om te doen waarover u met mij gesproken hebt.
En zij droegen de jonge mannen op de poort te openen zoals zij gezegd had, en die deden dat.
En zij droegen de jonge mannen op de poort te openen zoals zij gezegd had, en die deden dat.
Judith ging naar buiten met haar dienstmeisje, en de mannen van de stad keken haar na tot zij de berg af was en het dal door, en zij haar niet meer zagen.
De voorwacht brengt haar naar Holofernes
Zij gingen recht door het dal, en de Assyrische voorwacht kwam haar tegemoet, greep haar en vroeg: Bij wie hoort u?
Waar komt u vandaan?
Waar gaat u heen?
Waar komt u vandaan?
Waar gaat u heen?
Zij zei: Ik ben een Hebreeuwse vrouw en ik vlucht bij hen weg, want zij zullen aan jullie overgegeven worden om vernietigd te worden.
Ik kom naar Holofernes, de opperbevelhebber van jullie leger, om hem ware woorden te brengen.
Ik zal hem een weg wijzen waarlangs hij kan optrekken en heel het bergland veroveren, en van zijn mannen zal niemand omkomen, geen levend wezen.
Ik zal hem een weg wijzen waarlangs hij kan optrekken en heel het bergland veroveren, en van zijn mannen zal niemand omkomen, geen levend wezen.
Toen de mannen haar woorden hoorden en naar haar gezicht keken, vonden zij haar wonderlijk mooi.
Zij zeiden tegen haar: U hebt uw leven gered doordat u zich gehaast hebt om naar onze heer af te dalen.
Ga nu door naar zijn tent; enkelen van ons zullen u begeleiden tot zij u aan hem overdragen.
Ga nu door naar zijn tent; enkelen van ons zullen u begeleiden tot zij u aan hem overdragen.
En als u voor hem staat, wees dan niet bang in uw hart, maar breng hem uw boodschap, en hij zal goed voor u zijn.
Zij kozen honderd mannen uit, gaven die aan haar en haar dienstmeisje mee, en die brachten haar naar de tent van Holofernes.
Er ontstond een oploop in heel het kamp, want haar komst werd door de tenten bekend.
Zij kwamen en omringden haar terwijl zij buiten de tent van Holofernes stond, totdat zij hem over haar bericht hadden.
Zij waren verbaasd over haar schoonheid en verbaasden zich om haar over de Israëlieten, en zij zeiden tegen elkaar: wie zou een volk kunnen verachten dat zulke vrouwen heeft?
Daarom is het niet goed dat er ook maar één man van hen overblijft, want als zij overblijven, zouden zij het hele land met list kunnen misleiden.
Zij kozen honderd mannen uit, gaven die aan haar en haar dienstmeisje mee, en die brachten haar naar de tent van Holofernes.
Er ontstond een oploop in heel het kamp, want haar komst werd door de tenten bekend.
Zij kwamen en omringden haar terwijl zij buiten de tent van Holofernes stond, totdat zij hem over haar bericht hadden.
Zij waren verbaasd over haar schoonheid en verbaasden zich om haar over de Israëlieten, en zij zeiden tegen elkaar: wie zou een volk kunnen verachten dat zulke vrouwen heeft?
Daarom is het niet goed dat er ook maar één man van hen overblijft, want als zij overblijven, zouden zij het hele land met list kunnen misleiden.
De kamerdienaars van Holofernes en al zijn dienaren kwamen naar buiten en brachten haar de tent binnen.
Holofernes rustte op zijn bed onder een gordijn dat geweven was van purper, goud, smaragden en kostbare stenen.
Zij vertelden hem over haar, en hij kwam naar de voortent, met zilveren lampen voor zich uit.
Zij vertelden hem over haar, en hij kwam naar de voortent, met zilveren lampen voor zich uit.
Toen Judith voor hem en voor zijn dienaren kwam, verbaasden zij zich allen over de schoonheid van haar gezicht.
Zij viel op haar gezicht neer en boog voor hem, en zijn dienaren richtten haar op.
Zij viel op haar gezicht neer en boog voor hem, en zijn dienaren richtten haar op.