Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jozua 2
Rachab en de verkenners
Verkenners in Jericho
Jozua, de zoon van Nun, stuurde vanuit Sittim in het geheim twee verkenners op pad.
Hij zei: Ga het land verkennen, en vooral Jericho.
Zij gingen en kwamen in het huis van een prostituee die Rachab heette.
Daar bleven zij die nacht.
Hij zei: Ga het land verkennen, en vooral Jericho.
Zij gingen en kwamen in het huis van een prostituee die Rachab heette.
Daar bleven zij die nacht.
Toen werd de koning van Jericho gemeld: Er zijn vannacht mannen van de Israëlieten hierheen gekomen om het land te verkennen.
Daarom stuurde de koning van Jericho iemand naar Rachab.
Hij liet zeggen: Breng de mannen naar buiten die bij je gekomen zijn, die in je huis zijn.
Want ze zijn gekomen om het hele land te verkennen.
Hij liet zeggen: Breng de mannen naar buiten die bij je gekomen zijn, die in je huis zijn.
Want ze zijn gekomen om het hele land te verkennen.
Maar de vrouw had de twee mannen meegenomen en verstopt.
Zij zei: Ja, er zijn mannen bij mij gekomen, maar ik wist niet waar ze vandaan kwamen.
Zij zei: Ja, er zijn mannen bij mij gekomen, maar ik wist niet waar ze vandaan kwamen.
Toen het donker werd en de poort dicht moest, zijn die mannen weggegaan.
Ik weet niet waar ze heen gegaan zijn.
Ga hen snel achterna, dan halen jullie hen nog in.
Ik weet niet waar ze heen gegaan zijn.
Ga hen snel achterna, dan halen jullie hen nog in.
Maar zij had hen op het dak laten klimmen en hen verstopt onder de stengels vlas die zij daar had uitgespreid.
De achtervolgers gingen hen achterna over de weg naar de Jordaan, tot aan de doorwaadbare plaatsen.
De poort werd gesloten zodra de achtervolgers de stad uit waren.
De poort werd gesloten zodra de achtervolgers de stad uit waren.
De afspraak met Rachab
Voordat de verkenners gingen slapen, kwam zij bij hen op het dak.
Zij zei tegen hen: Ik weet dat de HEERE jullie dit land gegeven heeft.
Wij zijn doodsbang voor jullie, en alle bewoners van het land zijn moedeloos geworden.
Wij zijn doodsbang voor jullie, en alle bewoners van het land zijn moedeloos geworden.
Want wij hebben gehoord hoe de HEERE het water van de Schelfzee voor jullie heeft laten opdrogen, toen jullie uit Egypte trokken.
Wij hebben ook gehoord wat jullie gedaan hebben met Sihon en Og, de twee koningen van de Amorieten aan de overkant van de Jordaan.
Jullie hebben hen met de ban geslagen.
Wij hebben ook gehoord wat jullie gedaan hebben met Sihon en Og, de twee koningen van de Amorieten aan de overkant van de Jordaan.
Jullie hebben hen met de ban geslagen.
Toen wij dat hoorden, verloren wij de moed.
Niemand durft jullie nog onder ogen te komen.
Want de HEERE, jullie God, is God boven in de hemel en beneden op de aarde.
Niemand durft jullie nog onder ogen te komen.
Want de HEERE, jullie God, is God boven in de hemel en beneden op de aarde.
Zweer mij daarom bij de HEERE dat jullie goed zullen zijn voor mijn familie, zoals ik goed voor jullie geweest ben.
Geef mij daarvan een betrouwbaar teken.
Geef mij daarvan een betrouwbaar teken.
Laat mijn vader en moeder, mijn broers en zussen en alles wat van hen is, in leven.
Red ons van de dood.
Red ons van de dood.
De mannen zeiden tegen haar: Ons leven staat borg voor dat van jullie, als je onze zaak niet verraadt.
Als de HEERE ons het land geeft, zullen wij goed en trouw voor je zijn.
Als de HEERE ons het land geeft, zullen wij goed en trouw voor je zijn.
Toen liet zij hen met een touw door het raam naar beneden zakken.
Haar huis stond namelijk tegen de stadsmuur; zij woonde op de muur.
Haar huis stond namelijk tegen de stadsmuur; zij woonde op de muur.
Zij zei tegen hen: Ga het gebergte in, zodat de achtervolgers jullie niet vinden.
Verstop je daar drie dagen, tot de achtervolgers terug zijn.
Ga daarna verder.
Verstop je daar drie dagen, tot de achtervolgers terug zijn.
Ga daarna verder.
De mannen zeiden tegen haar: Wij zijn niet gebonden aan de eed die je ons hebt laten zweren,
tenzij je dit doet.
Als wij het land binnenkomen, bind dan dit rode koord aan het raam waardoor je ons naar beneden hebt laten zakken.
Breng je vader, je moeder, je broers en heel de familie van je vader bij je in huis.
Als wij het land binnenkomen, bind dan dit rode koord aan het raam waardoor je ons naar beneden hebt laten zakken.
Breng je vader, je moeder, je broers en heel de familie van je vader bij je in huis.
Wie de deur van je huis uit gaat, is zelf verantwoordelijk voor zijn dood.
Dan treft ons geen schuld.
Maar als iemand die bij jou in huis is, wordt aangevallen, dan zijn wij verantwoordelijk.
Dan treft ons geen schuld.
Maar als iemand die bij jou in huis is, wordt aangevallen, dan zijn wij verantwoordelijk.
Maar als je onze zaak verraadt, zijn wij niet meer gebonden aan de eed die je ons hebt laten zweren.
Zij zei: Laat het gaan zoals jullie zeggen.
Toen liet zij hen gaan, en zij vertrokken.
Daarna bond zij het rode koord aan het raam.
Toen liet zij hen gaan, en zij vertrokken.
Daarna bond zij het rode koord aan het raam.
De verkenners keren terug
Zij gingen het gebergte in en bleven daar drie dagen, tot de achtervolgers teruggekeerd waren.
De achtervolgers hadden hen langs de hele weg gezocht, maar niet gevonden.
De achtervolgers hadden hen langs de hele weg gezocht, maar niet gevonden.
Toen gingen de twee mannen terug.
Zij kwamen het gebergte af, staken de rivier over en kwamen bij Jozua, de zoon van Nun.
Zij vertelden hem alles wat hun overkomen was.
Zij kwamen het gebergte af, staken de rivier over en kwamen bij Jozua, de zoon van Nun.
Zij vertelden hem alles wat hun overkomen was.
Zij zeiden tegen Jozua: De HEERE heeft echt het hele land in onze macht gegeven.
Alle bewoners van het land zijn moedeloos van angst voor ons.
Alle bewoners van het land zijn moedeloos van angst voor ons.