Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jozua 11
Het noorden veroverd
Jabin en de koningen van het noorden
Toen Jabin, de koning van Hazor, dit hoorde, stuurde hij boden naar Jobab, de koning van Madon, en naar de koningen van Simron en Achsaf.
Hij stuurde ook boden naar de koningen in het noordelijke bergland en in de vlakte ten zuiden van Kinneroth.
Ook de koningen in het laagland en in Nafoth-Dor aan de zee kregen bericht.
Ook de koningen in het laagland en in Nafoth-Dor aan de zee kregen bericht.
Hij stuurde ze naar de Kanaänieten in het oosten en het westen, naar de Amorieten, Hethieten en Ferezieten, en naar de Jebusieten in het bergland.
Hij stuurde ze ook naar de Hevieten aan de voet van de Hermon, in het land Mizpa.
Hij stuurde ze ook naar de Hevieten aan de voet van de Hermon, in het land Mizpa.
Zij trokken uit met al hun legers, een enorme menigte, talrijk als het zand aan de zee.
Zij hadden ook heel veel paarden en wagens.
Zij hadden ook heel veel paarden en wagens.
Al deze koningen kwamen samen en sloegen hun kamp op bij het water van Merom om tegen Israël te strijden.
De HEERE zei tegen Jozua: Wees niet bang voor hen.
Want morgen rond deze tijd lever ik hen allemaal gedood aan Israël uit.
Snijd de pezen van hun paarden door en verbrand hun wagens.
Want morgen rond deze tijd lever ik hen allemaal gedood aan Israël uit.
Snijd de pezen van hun paarden door en verbrand hun wagens.
Jozua overviel hen onverwacht met al zijn strijders bij het water van Merom.
De HEERE gaf hen in de macht van Israël.
Zij versloegen hen en achtervolgden hen tot aan Groot-Sidon en Misrefoth-Maim, en oostwaarts tot aan het dal van Mizpa.
Zij versloegen hen tot er niemand meer over was.
Zij versloegen hen en achtervolgden hen tot aan Groot-Sidon en Misrefoth-Maim, en oostwaarts tot aan het dal van Mizpa.
Zij versloegen hen tot er niemand meer over was.
Jozua deed met hen wat de HEERE hem gezegd had.
Hij sneed de pezen van hun paarden door en verbrandde hun wagens.
Hij sneed de pezen van hun paarden door en verbrandde hun wagens.
Hazor verbrand
In die tijd keerde Jozua terug en nam Hazor in.
De koning doodde hij met het zwaard.
Hazor was vroeger het hoofd van al die koninkrijken.
De koning doodde hij met het zwaard.
Hazor was vroeger het hoofd van al die koninkrijken.
Zij doodden alle inwoners met het zwaard en sloegen hen met de ban.
Er bleef niets over wat adem had, en Hazor verbrandde hij.
Er bleef niets over wat adem had, en Hazor verbrandde hij.
Jozua nam alle steden van deze koningen in en nam hun koningen gevangen.
Hij doodde hen met het zwaard en sloeg hen met de ban, zoals Mozes, de dienaar van de HEERE, had opgedragen.
Hij doodde hen met het zwaard en sloeg hen met de ban, zoals Mozes, de dienaar van de HEERE, had opgedragen.
Maar de steden die op hun heuvels stonden, verbrandden de Israëlieten niet.
Alleen Hazor verbrandde Jozua.
Alleen Hazor verbrandde Jozua.
Alle buit uit deze steden en het vee namen de Israëlieten voor zichzelf.
Maar alle mensen doodden zij met het zwaard, tot zij hen hadden uitgeroeid.
Zij lieten niets in leven wat adem had.
Maar alle mensen doodden zij met het zwaard, tot zij hen hadden uitgeroeid.
Zij lieten niets in leven wat adem had.
Zoals de HEERE Zijn dienaar Mozes had opgedragen, zo had Mozes het Jozua opgedragen.
En zo deed Jozua.
Hij liet niets na van alles wat de HEERE Mozes had opgedragen.
En zo deed Jozua.
Hij liet niets na van alles wat de HEERE Mozes had opgedragen.
Het hele land ingenomen
Zo nam Jozua dat hele land in: het bergland, het hele zuiden en het hele land Gosen.
Hij nam ook het laagland, de vlakte, en het bergland van Israël met zijn laagland in.
Hij nam ook het laagland, de vlakte, en het bergland van Israël met zijn laagland in.
Het liep van de kale berg die oploopt naar Seïr tot aan Baäl-Gad in het dal van de Libanon.
Dat ligt aan de voet van de berg Hermon.
Al hun koningen nam hij gevangen en doodde hij.
Dat ligt aan de voet van de berg Hermon.
Al hun koningen nam hij gevangen en doodde hij.
Jozua voerde lange tijd oorlog tegen al deze koningen.
Er was geen stad die vrede sloot met de Israëlieten, behalve de Hevieten die in Gibeon woonden.
Alle andere steden namen zij in door strijd.
Alle andere steden namen zij in door strijd.
Want het kwam van de HEERE dat zij hun hart verhardden om tegen Israël ten strijde te trekken.
Zo zou Hij hen met de ban slaan zonder genade.
Zo zou Hij hen uitroeien, zoals de HEERE Mozes had opgedragen.
Zo zou Hij hen met de ban slaan zonder genade.
Zo zou Hij hen uitroeien, zoals de HEERE Mozes had opgedragen.
In die tijd kwam Jozua en roeide de Enakieten uit in het bergland, in Hebron, Debir en Anab.
Hij roeide hen uit in het hele bergland van Juda en van Israël.
Jozua sloeg hen en hun steden met de ban.
Hij roeide hen uit in het hele bergland van Juda en van Israël.
Jozua sloeg hen en hun steden met de ban.
Er bleven geen Enakieten over in het land van de Israëlieten.
Alleen in Gaza, Gath en Asdod bleven er over.
Alleen in Gaza, Gath en Asdod bleven er over.
Zo nam Jozua het hele land in, precies zoals de HEERE tegen Mozes gezegd had.
Jozua gaf het als erfdeel aan Israël, verdeeld naar hun stammen.
En het land had rust van oorlog.
Jozua gaf het als erfdeel aan Israël, verdeeld naar hun stammen.
En het land had rust van oorlog.